De oceaan speelt een hoofdrol in ons klimaat en neemt van nature grote hoeveelheden CO2 op. Kunnen we die kracht ook inzetten om extra CO2 uit de atmosfeer te halen? Wetenschappers onderzoeken verschillende mogelijkheden, van het herstellen van zeegrasvelden en schorren tot technologische ingrepen in het oceaanwater. Maar voor we zulke oplossingen op grote schaal toepassen, blijken er nog heel wat vragen te beantwoorden. Dat blijkt uit een nieuwe VLIZ-beleidsnota die werd opgesteld binnen het BERNARDO-project.
Van zeegras tot ingrepen in zeewater
Om de klimaatverandering af te remmen, volstaat het niet om alleen onze uitstoot van broeikasgassen sterk terug te dringen. Ook manieren om CO2 opnieuw uit de atmosfeer te verwijderen krijgen daarom steeds meer aandacht. En daarbij komt ook de oceaan in beeld.
Zogenaamde oceaangebaseerde koolstofverwijdering – of marine Carbon Dioxide Removal (mCDR) – omvat uiteenlopende technieken die de opname en opslag van koolstof door de oceaan willen versterken.
Sommige sluiten nauw aan bij natuurlijke processen. Denk aan het herstellen of uitbreiden van zeegrasvelden, schorren en mangroves. Deze kustecosystemen nemen tijdens hun groei CO2 op en kunnen koolstof voor langere tijd opslaan. Ze zijn bovendien relatief goed lokaal toe te passen en te monitoren.
Andere voorstellen gaan een stap verder en grijpen actief in op de chemie of biologische processen van de oceaan om meer CO2 te laten opnemen. Daar liggen mogelijk kansen, maar ook nog grote vraagtekens. Hoe effectief zijn zulke technieken op grote schaal? Hoe lang blijft de koolstof opgeslagen? En welke gevolgen kunnen ingrepen hebben voor het zeeleven en andere functies van de oceaan?
Koolstof houdt zich niet aan grenzen
Daar komt nog een uitdaging bij: de oceaan is voortdurend in beweging. Stromingen vervoeren water en koolstof over grote afstanden en landsgrenzen heen. Daardoor is het bijzonder moeilijk om exact te bepalen hoeveel extra CO2 door een bepaalde ingreep wordt opgenomen, waar die koolstof terechtkomt en hoelang ze daar blijft.
Een nieuwe beleidsnota van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) toont dat de huidige regels rond klimaat, oceaan en biodiversiteit nog onvoldoende op elkaar zijn afgestemd om met zulke oceaangebaseerde klimaatoplossingen om te gaan. Vooral betrouwbare methodes om mariene koolstof te meten, rapporteren en controleren zijn cruciaal.
Binnen het BERNARDO-project (Linking Blue Economy with Marine Carbon Budgets through Observations; VLAIO 2023–2027) werkt VLIZ daarom mee aan een gedetailleerd koolstofbudget voor de Belgische Noordzee. Zo willen onderzoekers beter begrijpen hoeveel koolstof onze zee opneemt, opslaat en weer afgeeft – essentiële kennis om te bepalen welke rol de oceaan verantwoord kan spelen in het klimaatbeleid van morgen.