VLIZ' Infoloket over kust en zee

Meergeulenstelsel

De Westerschelde heeft een meergeulensysteem of meergeulenstelsel. De rivier bestaat uit verschillende geulen: hoofd- en neven(vaar)geulen. Geulen zijn de diepere gedeelten in de rivierbodem. Afhankelijk van de stroomrichting die de geul overheerst (eb- of vloedstroming) wordt gesproken van een eb- of vloedgeul. Meestal zijn de ebgeulen in de Westerschelde ook de hoofdgeulen. De geulen worden afgewisseld door platen of plaatcomplexen die droogvallen als het laagwater wordt. Dwars door de plaatcomplexen lopen kleine geulen, die een verbinding (kort)sluiten tussen de hoofd- en nevengeulen, daarom ook wel kortsluitgeulen genoemd. De nevengeulen kunnen vertakken in kleinere geulen, de scharen. Geulen en platen ontstaan door de waterstromen die zand en slib meevoeren dat naargelang de kracht van de stroming bezinkt of afgevoerd wordt. Gebieden aan de randen van de Westerschelde (en Zeeschelde) die droogvallen als het laagwater wordt, worden slikken genoemd. De begroeide, hoger gelegen delen zijn de schorren. De Zeeschelde heeft in tegenstelling tot de Westerschelde slechts één stroomgeul met een meanderend karakter. De rivier kronkelt door het land als een slang.




Bronnen:

www.scheldelessen.nl

Anon. (2007). Milieueffectrapport Verruiming vaargeul Beneden-Zeeschelde en Westerschelde. Achtergronddocument Morfologische ontwikkeling Westerschelde; Fenomenologisch onderzoek naar de ontwikkelingen op meso-schaal. Rijkswaterstaat Zeeland/Departement Mobiliteit Openbare Werken. Afdeling Maritieme Toegang: Middelburg/Antwerpen. 102 pp.,details


Toegevoegd op 2010-04-30

© VLIZ 2004-2022 - Deze definities mogen worden overgenomen mits bronvermelding.

Sluit dit venster | Print