 | De 'IJslandzee' en Oostende staan synoniem voor de visvangst op schelvis. Een ooit bloeiende visserij, goed voor een aanvoer van 7.512 ton tijdens het hoogtepunt in 1955, vertegenwoordigde in 1999 nog minder dan 10% van die top-jaren. In een vergeefse poging om de neergang van de IJslandvaart te temperen, trachtten vissers ook andere visgronden zoals de 'Noordzee (midden-west)' en de 'Noordzee (midden-oost)', aan te snijden. In 1935 kreeg de visser 3 euro voor een kilogram schelvis (geïndexeerde prijs). Na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) schommelden de marktprijzen voor schelvis nog rond 1,2 €/kg (geïndexeerde prijzen). |