VLIZINE
jrg. 12, nr. 1&2 (januari-februari 2011)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Nancy Fockedey & Jan Seys
Reacties naar jan.seys@vliz.be

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u in te schrijven stuur een (leeg) mailtje naar: vlizine-subscribe@vliz.be ; uitschrijven kan via vlizine-unsubscribe@vliz.be.
Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.

   
1. Kalender
1.1. De wereldoceanen in de gaten gehouden
1.2. Mariene bioinvasies kop van jut in Barcelona
1.3. Pan-Europese onderzoeksinfrastructuren ook ten dienste van mariene wetenschap
1.4. Gekweekte algen in grootschalige toepassingen

2. Publicaties
2.1. Federaal milieurapport omvat lijvig hoofdstuk over Belgisch deel van de Noordzee
2.2. Moby Duck: over de legendarische lading badeendjes die overboord sloeg
2.3. Nieuwe website en digitale nieuwsbrief Schelde-estuarium
2.4. Wereldwijde visconsumptie bereikt recordhoogte, ondanks tanende stocks

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. VLIZ zoekt jobstudenten voor de zomer 2011
3.2. Bodemdierkundige kan aan de slag bij Laboratorium Mariene Biologie van ULB
3.3. King Fahd University zoekt mariene wetenschappers
3.4. PhD en postdoc voor onderzoek ecosysteemdiensten mangrovebossen aan ULB
3.5. EUROFLEETS sponsort scheepstijd op Europese regionale onderzoeksschepen

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Vreemde vorm van zeepaardjes verklaard
4.2. Toestand van de Belgische kustwateren volgens de fytoplanktonmaatlat

5. Varia
5.1. Zeewier uit Fiji als mogelijk antimalariamiddel
5.2. Vlaamse Zeetijger multi-inzetbaar op zee en Schelde
5.3. Eilandengroep ‘De Wereld’ in Dubai verdwijnt terug in zee
5.4. Do It Yourself Beach
5.5. Zeezoogdierennieuws
5.6. Doctoraten

6. Vraagbaak
6.1. Liefdesoproep aan alle kustbewoners
6.2. Medewerking gevraagd voor innovatieve oesterkweek in recirculatiesysteem
6.3. Visibiliteit Belgisch onderzoek verhogen via IMBER-initiatief


1.1. De wereldoceanen in de gaten gehouden
Voor hen die het nog niet zouden kennen: IODE is het programma van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van UNESCO, dat gewijd is aan de uitwisseling van oceanografische data en informatie. IODE is een jaar na IOC opgericht in 1961 en bestaat in 2011 dus 50 jaar. Om deze verjaardag te vieren wordt op 21 en 22 maart 2011 in Luik een internationale wetenschappelijke conferentie georganiseerd. Op deze tweedaagse zal er zowel naar het verleden als naar de toekomst gekeken worden. Het verleden dat geleid heeft tot een wereldwijd netwerk van 80 oceanografische datacentra, waarvan de databanken en dataproducten bijdragen tot het bestuderen van o.a. de klimaatswijzigingen. Maar ook een verleden waarin men de omwenteling heeft ondervonden in de manier waarop wetenschappelijke kennis wordt verspreid: van ‘print’ naar ‘digitaal’. De conferentie zal naar de toekomst kijken, waar een gebruiker in enkele seconden grote hoeveelheden data kan opvragen en bewerken via het wereldwijde netwerk van datasystemen. Tijdens het symposium staan discussies op het programma over de toekomstige noden aan globale oceanografische data- en informatieproducten. Tevens zal worden nagedacht over hoe de meetsystemen, de archieven en de klanten-gebruikers beter kunnen samengaan. Het programma van de conferentie is te vinden op www.iode2011.be. Hier lees je ook hoe je in te schrijven.

[top]

1.2. Mariene bioinvasies kop van jut in Barcelona
Tussen 23 en 25 augustus 2011 vindt in Barcelona de 7de Internationale Conferentie over mariene bioinvasies in de wereldoceanen plaats. Er zal dieper worden ingegaan op de biologische en ecologische aspecten van niet-inheemse soorten met invasief karakter. Maar ook pragmatische aspecten zoals het toezicht, het testen, de risicobeoordeling en het beheer komen aan bod. Meer informatie via de conferentiewebsite: www.icmb.info.

[top]

1.3. Pan-Europese onderzoeksinfrastructuren ook ten dienste van mariene wetenschap
In de nabije toekomst zullen nationale onderzoeksfondsen van EU-lidstaten zich langdurig engageren voor het ontwikkelen van een gezamenlijke ‘European Research Area’ (ERA). Elk zullen ze ook bijdragen aan Europese initiatieven voor het ontwikkelen van mondiale observatiesystemen, zoals GMES (Global Monitoring for Environment and Security) en GEOSS (Global Earth Observation System of Systems). Hiervoor zal Europa heel wat moeten investeren in Research Infrastructures (RI’s). Volgens de roadmap ontwikkeld door ESFRI (European Strategic Forum for Research Infrastructures) zullen deze onderzoeksinfrastructuren op pan-Europees niveau ook ten dienste moeten staan van de mariene onderzoeksgemeenschap. Ze zullen voornamelijk kunnen gefinancierd worden door gebruik te maken van de ‘Integrated Infrastructure Initiatives’, voorzien in het zevende kaderprogramma. Als de term onderzoeksinfrastructuur je op zich niet veel zegt, denk dan bv. aan het ontwikkelen van een netwerk van observatoria in de diepzee (www.emso-eu.org) of in de kustregio’s (JERICO); het oprichten van een ‘European Marine Biological Resource Centre’ (www.embrc.eu); het ontwikkelen van een Europese ARGO-vloot (www.argo.ucsd.edu), etc. Hoe oceaanobservaties er in de 21ste eeuw zullen uitzien en ten dienste zullen staan van de wereldgemeenschap wordt verder besproken en verfijnd op het internationale Marine ESFRI Symposium, gehouden tussen 28 juni en 1 juli in Brest (Frankrijk). Meer informatie op www.europolemer.eu/en/ESFRI.

[top]

1.4. Gekweekte algen in grootschalige toepassingen
Nog tot 25 maart kunnen abstracts ingediend worden voor de eerste internationale conferentie ‘Algal Biomass, Biofuels & Bioproducts’. Het congres zelf vindt plaats tussen 17 en 20 juli in St Louis (VS). Het is de bedoeling dat wetenschappers, strategische partners en vertegenwoordigers uit de industrie samenkomen om de laatste wetenschappelijke en technische kennis uit te wisselen rond de biologie, productie, oogst en extractie van kweekalgen, alsook rond afgeleide bioproducten en biobrandstoffen, levenscyclusanalyse en econometrie. Alle details op: www.algalbbb.com.
Het Vlaams Algenplatform wil dit jaar een aantal workshops organiseren rond de productie en valorisatie van algen. Een eerste van die workshops gaat door op donderdag 31 maart 2011, en zal focussen op het oogsten van algen. In grootschalige en laagwaardige toepassingen van algen – zoals de zuivering van rookgassen of afvalwater en bulkproductie voor energie, chemie of dierenvoeding – vormt het oogsten van algen vaak een belangrijke bottleneck. Op de workshop zullen de voor- en nadelen van verschillende oogsttechnologieën uiteengezet worden. Deelnemers kunnen via een poster hun expertise voorstellen. Inschrijven kan tot 18 maart 2011 via www.power-link.ugent.be/nl/workshop-vlaams-algenplatform-0.
Op 26 en 27 mei volgt dan de technische opleiding ‘Algae Harvesting and Processing for Value Added Applications’. Deze praktisch-georiënteerde cursus richt zich op technici, nieuwe bedrijven en marktdeskundigen. De focus zal enerzijds liggen op de trends en uitdagingen van nieuwe markten en markttoepassingen, en anderzijds op meer technische aspecten zoals opkweek, oogst en verwerking van algen. Meer informatie is te vinden op www.smartshortcourses.com.

[top]

2.1. Federaal milieurapport omvat lijvig hoofdstuk over Belgisch deel van de Noordzee
De federale regering is sinds 2006 wettelijk verplicht om het parlement en de bevolking te informeren over de toestand van het milieu en de beleidsinitiatieven hierrond. Eind 2010 werd het eerste milieurapport voorgesteld aan de ministerraad. Het omvat een groot hoofdstuk waarin de toestand van het mariene milieu (www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=200614) en het mariene beleid (www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=200616) beschreven staan.
In het rapport staat te lezen dat de aanvoer van vervuilende stoffen vanaf het land een duidelijk dalende trend vertoont, dat illegale lozingen van koolwaterstoffen door schepen op 10 jaar tijd met de helft verminderd zijn en dat bruinvissen opnieuw een vertrouwde verschijning zijn aan de Belgische kust. Maar het is niet al goed nieuws. Er zijn ook heel wat negatieve trends waar te nemen in het Belgisch deel van de Noordzee. Zo is er de trend naar steeds meer druk door menselijke activiteiten (windmolenparken, baggeren en zandextractie, scheepvaart, gedumpte munitie,…) en werden voor meerdere chemische stoffen te hoge concentraties in water, bodem en biota waargenomen (o.a. voor vlamvertragers). Eutrofiëring – zijnde de verrijking van de zee met stikstof en fosfor – blijft een groot probleem. Exotische plant- en diersoorten vinden steeds vaker hun weg naar het Belgisch deel van de Noordzee en ze kunnen hier, mede ‘dankzij’ het veranderende klimaat, beter gedijen. Daarenboven wordt er nog steeds veel zwerfvuil op onze stranden aangetroffen. Toch zullen we in de nabije toekomst in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie alles uit de kast moeten halen om een ‘goede milieutoestand (GMT)’ na te streven en het mariene ecosysteem blijvend te verbeteren.

[top]

2.2. Moby Duck: over de legendarische lading badeendjes die overboord sloeg
Tijdens een storm in 1992 op de Grote Oceaan verloor een vrachtschip, dat vanuit China naar de VS op weg was, een lading badspeeltjes. Het verhaal van de gele badeendjes ging een geheel eigen leven leiden en nam welhaast mythische proporties aan. De eendjes zouden overal ter wereld aanspoelen en het zouden er wel 30.000 zijn. In werkelijkheid waren het er nog geen 2000 en auteur Donovan Hohn, die hun spoor volgde, vond er geen een. Zijn zoektocht voerde hem onder meer naar Alaska, Hawaï en Hong Kong. Hij reisde met veerboten, oceaanlijners en ijsbrekers en ontmoette matrozen, milieuactivisten en vooraanstaand 'bath toy hunter' Curtis Ebbesmeyer. Deze laatste schreef zelf ook al een boek over het fenomeen en het belang voor de oceanografie (zie: www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=142048). Alle reizen en ontmoetingen inspireerden Hohn tot verrassende overpeinzingen, over massaproductie, vrachtverkeer, milieuvervuiling, oceaanstromen en nog veel meer. Hij vergelijkt zijn verbeten zoektocht met die van de kapitein Ahab uit Moby Dick, en diens obsessie voor die ene witte walvis die ooit zijn been afbeet. Vandaar Hohn's titel 'Moby Duck - The True Story of 28,800 Bath Toys Lost at Sea and of the Beachcombers, Oceanographers, Environmentalists, and Fools, Including the Author, Who Went in Search of Them'.

[top]

2.3. Nieuwe website en digitale nieuwsbrief Schelde-estuarium
Zopas is de eerste digitale Scheldenieuwsbrief verstuurd. Deze elektronische nieuwsbrief vervangt de papieren versie die het Schelde InformatieCentrum tot vorig jaar driemaandelijks uitgaf. Sinds 1 januari 2011 is deze organisatie immers overgegaan in de Werkgroep Communicatie van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC), wat enkele kleine wijzigingen met zich heeft teweeggebracht. In hoofdzaak zullen de medewerkers (Sara Behiels en Bregje Beyst voor de Vlaamse afdeling) echter hetzelfde blijven doen: mensen doen houden van de Schelde in al haar aspecten en actief meewerken aan de verbetering van het Schelde-estuarium door te informeren en communiceren over de natuurlijkheid, veiligheid en toegankelijkheid. Abonneren op deze nieuwe tweemaandelijkse nieuwsbrief kan via vnsc.eu/vnsc-nieuws/scheldenieuwsbrief. Op deze vernieuwde website vind je nog alle informatie terug die ooit door het Schelde InformatieCentrum en het VNSC ontsloten werd. Naast de vertrouwde nieuwsberichten, activiteitenkalenders, Scheldelessen, achtergrondinformatie en literatuur, kunt u nu ook informatie vinden over de VNSC zelf, de werkgroepen en hun uitgebrachte rapporten en studies.

[top]

2.4. Wereldwijde visconsumptie bereikt recordhoogte, ondanks tanende stocks
De wereldwijde visconsumptie heeft een recordhoogte bereikt. Gemiddeld wordt er jaarlijks per persoon 17 kilogram vis geconsumeerd. Dat is de conclusie van het tweejaarlijkse SOFIA-rapport (State of the World Fisheries and Aquaculture) van de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties FAO. Circa 3 miljard mensen halen zeker 15% van de dierlijke eiwitten die zij in hun voedsel gebruiken uit vis. In 2009 werd in totaal 145 miljoen ton aan vis en visproducten toegeleverd, een stijging met 5 miljoen ton ten opzichte van 2007. De toename van het gebruik van visproducten is enkel mogelijk door de sterke uitbreiding van de viskweek in de wereld, die een jaarlijkse groei kent van 7%. China blijft met een totaal van 47,5 miljoen ton de belangrijkste visproducent ter wereld (waarvan 70% uit aquacultuur). De visserij komt wereldwijd aan een productie van ongeveer 90 miljoen ton, waarvan 80 miljoen ton uit de zeevisserij en 10 miljoen ton uit binnenwateren.
Er wordt echter aan toegevoegd dat het wereldwijde visbestand daarentegen niet is verbeterd. Volgens het rapport wordt 32 procent van de vissoorten bedreigd door overbevissing, wat volgens de onderzoekers een bijzonder zorgwekkende situatie is. De cijfers van de overbevissing moeten dringend worden teruggedrongen. Er is wel wetgeving die beperkingen oplegt aan de visserijsector, maar die regels worden niet overal goed nageleefd. In een recente studie werden de kosten van het overtreden van de visserijregels geraamd op 10 tot 23,5 miljard per jaar. Deze en andere bevindingen uit het rapport ‘State of the World’s Fisheries and Aquaculture’ kun je lezen en downloaden van op www.fao.org/news/story/en/item/50260/icode of via de VLIZ-website:
www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=203123



[top]

3.1. VLIZ zoekt jobstudenten voor de zomer 2011
Masterstudenten uit verschillende disciplines krijgen deze zomer weer de kans om gedurende één maand – juli, augustus of september – mee te werken aan lopende projecten en nieuwe (educatieve) initiatieven van het Vlaams Instituut voor de Zee. Het VLIZ biedt de kandidaten aangename werkomstandigheden en een passende verloning. Van de geïnteresseerden wordt een open en dynamische ingesteldheid verwacht en zin voor kwaliteit. Kennis van de zee en/of van zeewetenschappen of van specifieke aspecten van databeheer of communicatie strekken tot aanbeveling. Sollicitaties mogen per mail (met CV) worden verstuurd naar directeur Jan Mees (jan.mees@vliz.be).

[top]

3.2. Bodemdierkundige kan aan de slag bij Laboratorium Mariene Biologie van ULB
Vanaf 1 oktober 2011 zal aan de Faculteit Wetenschappen van de ULB een academicus aan het werk kunnen binnen het Laboratorium Mariene Biologie, waar heel wat onderzoeksinfrastructuur aanwezig is [zeeaquaria, klimaatkamers, optische en elektronenmicroscopen, biomechanische testapparaten, celculturen en faciliteiten voor moleculaire biologie (o.a. sequencer)]. De succesvolle kandidaat zal naast onderzoek, ook educatieve en administratieve taken op zich nemen. Solliciteren kan tot 15 maart. Alle informatie: www.ulb.ac.be/facs/sciences/biol/biol/Acad_position_2011.pdf.

[top]

3.3. King Fahd University zoekt mariene wetenschappers
Het mariene instituut van de King Fahd University of Petroleum and Minerals in Dhahran (Saoedi-Arabië) werft vier visserijonderzoekers en twee senior oceanografen aan voor onderzoek in de Arabische Golf en de Rode Zee. Zo zijn ze onder meer op zoek naar een doctor in de mariene biologie of ecologie met specialisatie in marien ecosysteembeheer en milieueffectrapportages (mangroves, koraalriffen en zeegrasvelden). Ook wensen ze een technisch georiënteerde Master of PhD aan te trekken met specialisatie in mariene instrumenten zoals CTD, ADCP, AUV, etc. Verder is er nood aan vier visserijbiologen die kunnen meedraaien in een onderzoeksproject naar duurzame visserij in Saoedische wateren. Meer gedetailleerde informatie is op te vragen via Dr. Mohammed Qurban: mqurban@kfupm.edu.sa of mss@kfupm.edu.sa.

[top]

3.4. PhD en postdoc voor onderzoek ecosysteemdiensten mangrovebossen aan ULB
Het Laboratory of System Ecology and Resource Management van de ULB zoekt een doctoraal en post-doctoraal onderzoeker voor een tweejarig, maar verlengbaar, project die de functionaliteit en de stabiliteit van mangrovebossen onderzoekt en de ecologische en socio-ecologische veldgegevens van de weldaden, diensten en functies van mangrove-ecosystemen tracht te modelleren. Meer informatie op www.ulb.ac.be/sciences/biocomplexity/news/Academic_position_PhD&Postdoc_ULB.pdf.

[top]

3.5. EUROFLEETS sponsort scheepstijd op Europese regionale onderzoeksschepen
Nog tot 2 mei kunnen vorsers van Europese universiteiten of onderzoeksinstellingen gratis scheepstijd aanvragen aan boord van tal van Europese regionale onderzoeksschepen. Dit kadert binnen het EUROFLEETS FP-7 project ‘Towards an alliance of European research fleets’ dat in september 2009 van start ging. Binnen de call voor scheepstijd ‘Regional 2’ 2011 kan, ten behoeve van multinationale samenwerkingsprojecten in het kader van een breed spectrum van mariene onderzoeksdisciplines, volledig gesponsorde scheepstijd worden aangeboden aan boord van 12 Europese onderzoeksschepen van het type ‘Regional class’. Alle informatie over de te volgen procedure is te vinden op de EUROFLEETS website (www.eurofleets.eu/np4/42).

[top]

4.1. Vreemde vorm van zeepaardjes verklaard
Een zeepaardje heeft zijn naam niet gestolen. De kop en de nek zijn namelijk goed te vergelijken met het hoofd en de nek van een paard. Beide dieren hebben een kromming in de romp en een relatief lange snuit die richting buik gebogen is. De vraag waarom zeepaardjes zo een opvallende en karakteristieke S-vorm hebben liet biologen Sam van Wassenbergh en Gert Roos van de Universiteit Antwerpen niet los. Uit hun onderzoek, recent gepubliceerd in het vakblad ‘Nature Communications’, blijkt dat de vreemde vorm verder niets met paarden te maken heeft. Zeepaardjes zijn afstammelingen van pijpvissen (zoals de zeenaalden uit onze kustwateren), die over het algemeen een langgerekt lichaam hebben. Zeepaardjes en pijpvissen zijn beide vleeseters, maar ze hebben een verschillende manier van jagen (filmpjes op www.kennislink.nl/publicaties/vorm-van-zeepaard-verklaard). Pijpvissen zwemmen rond om achter elk potentieel tussendoortje aan te gaan. Een zeepaardje daarentegen is beperkt in zijn voedselkeuze, omdat hij zichzelf bijna voortdurend vasthoudt aan vastzittende wieren en poliepen. In die afwachtende houding kan hij alleen die garnaaltjes en vissenlarven pakken die toevallig langs zijn snuit komen drijven. Door de S-vorm kan een zeepaardje, in vergelijking met een pijpvis, zijn snuit weliswaar minder snel richting prooi verplaatsen, maar kan hij zijn kop wel een heel stuk verder naar voren reiken dan een pijpvis. In de evolutie van pijpvisachtige naar zeepaardje is de S-vormige lichaamsbouw waarschijnlijk een belangrijk voordeel geweest. Het volledige artikel is te lezen via het Open Marien Archief van VLIZ: www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=202850.

[top]

4.2. Toestand van de Belgische kustwateren volgens de fytoplanktonmaatlat
In december 2000 trad de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking, die stelt dat alle Europese wateren zich tegen 2015 in een ‘goede toestand’ moeten bevinden, zowel wat betreft chemische als ecologische parameters. Onder ‘goede toestand’ wordt slechts een geringe mate van verstoring ten gevolge van menselijke activiteit verstaan. Om te kunnen uitmaken of een bepaald waterlichaam deze doelstelling al dan niet haalt, diende elke lidstaat een beoordelingssysteem te ontwikkelen op basis van een aantal biologische kwaliteitselementen waaronder fytoplankton (microwieren). Hierbij dienden zowel de abundantie, de soortensamenstelling als de bloeifrequentie in rekening te worden gebracht. Voor de Belgische kustwateren ontwikkelde het Laboratorium voor Protistologie en Aquatische Ecologie van de Universiteit Gent (i.s.m. FOD Marien Milieu) een fytoplanktonmaatlat die gebruik maakt van totale celaantallen, pigmentconcentraties (met name chlorofyl a als belangrijkste pigment van microalgen) en de aanwezigheid van de schuimvormende plaagalg Phaeocystis. Naast het weinig appetijtelijke zicht, veroorzaakt het schuim ook problemen bij het andere zeeleven. Zo hebben vele zoöplanktonsoorten het tijdens de bloeiperiode lastig om te overleven omdat hun filtreerapparaat verstopt raakt. Hierdoor is uiteindelijk minder voedsel beschikbaar voor bijvoorbeeld jonge vis.
Sinds 2007 worden de Belgische kustwateren maandelijks bemonsterd, geanalyseerd en beoordeeld met de voorgestelde fytoplanktonmaatlat (vaak m.b.v. RV Zeeleeuw). Zo blijkt het kustwater voor Zeebrugge volgens de fytoplanktonmaatlat matig te scoren, terwijl deze ter hoogte van Oostende en Nieuwpoort matig tot ontoereikend was. Het verstoorde voedselweb tijdens de uitgebreide voorjaarsbloei wordt voornamelijk in verband gebracht met de hoge concentraties aan voedingstoffen (nitraten en fosfaten) in het kustwater. Er is dan ook nog veel werk aan de winkel om tegen 2015 een goede waterkwaliteit van de Noordzee te bekomen. Meer informatie is terug te vinden in het onlangs verschenen rapport van Denayer et al., 2010 (
www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=203122).

[top]

5.1. Zeewier uit Fiji als mogelijk antimalariamiddel
In de strijd tegen malaria hebben onderzoekers een bondgenoot gevonden in een zeewier uit Fiji. Het roodwier blijkt schimmelwerende stoffen te produceren, waarvan tests aantoonden dat ze ook dodelijk zijn voor de malariaparasiet. Als de stof ook slaagt in testen op dieren en mensen, lijkt het erop dat deze roodwiercomponent het nieuwste wapen wordt tegen de ziekte die jaarlijks meer dan een miljoen dodelijke slachtoffers maakt. Ondertussen is de malariaparasiet resistent tegen een hele batterij van antimalariageneesmiddelen, zelfs tegen het nieuwste artemisinine.
Nochtans was chemisch ecoloog Julia Kubanek van het Technologisch Instituut uit Atlanta (VS) niet specifiek op zoek naar antimalariastoffen. Via haar onderzoek wilde ze te weten komen hoe mariene planten en dieren zich verdedigen tegen infecties. Ze verzamelde hiervoor vuistenvol wieren en zeedieren. De actieve stoffen aanwezig in deze mariene organismen werden vervolgens getest op hun antibiotische werking, maar evengoed op hun potentiële werking tegen o.a. kanker en HIV. Ze stootte daarbij als het ware toevallig op het roodwier Callophycus serratus, dat zichzelf zeer effectief beschermt tegen schimmels door de aanmaak van bromophycolide. Nu ze ook ontdekte hoe deze stof precies inwerkt op de malariaparasiet, is de stap naar verdere testen en mogelijke ontwikkelingen gezet.

[top]

5.2. Vlaamse Zeetijger multi-inzetbaar op zee en Schelde
Zopas is de Zeetijger gedoopt in zijn thuishaven Oostende. Het gaat om het nieuwste, multifunctionele schip van de Vlaamse overheidsrederij DAB Vloot. De Zeetijger is 30 meter lang, 9,1 meter breed en ligt 3,2 meter diep in het water. De bemanning bestaat uit zeven personen. Het schip haalt 11,5 kilometer per uur en vervangt de meer dan 50 jaar oude Zeearend. Zijn belangrijkste taken zijn het onderhoud van de 255 boeien op zee en de bevoorrading van de radartoren op de Oostdijckbank. Het kan ook ingezet worden in geval van olievervuiling op zee en zal hierbij ‘De Zeehond’ en de ‘Ter Streep’ bijstaan om het gespecialiseerde bestrijdingsmateriaal van de federale overheidsdienst Leefmilieu aan boord te nemen. Daarnaast kan de Zeetijger instaan voor algemeen sleepwerk in geval van calamiteiten. Het milieuvriendelijke schip is gebouwd bij Damen Shipyards in Nederland. Bij de aanbesteding is bijzondere aandacht besteed aan het milieu. Het schip vaart op zwavelarme brandstof en heeft een zeer beperkt uitstootniveau voor stikstofoxiden. Het schip heeft bijna 7 miljoen EUR gekost.

[top]

5.3. Eilandengroep ‘De Wereld’ in Dubai verdwijnt terug in zee
De artificiële eilandengroep 'The World' (www.theworld.ae) moest een van de grote prestigeprojecten worden voor de kust van Dubai: een complex van 300 eilanden in de vorm van een vlakke wereldkaart werden er opgespoten door het Nederlandse baggerconcern van Oord. In de vette jaren vóór de crisis gingen de eilanden nog voor miljoenen over de toonbank. Van de geplande luxevilla's en hotels is echter weinig terechtgekomen. Alleen Groenland is bebouwd - als lokkertje voor potentiële kopers. Alles kwam stil te liggen bij het uitbreken van de crisis. De eilanden liggen er nu verlaten bij en worden langzaam terug opgeslokt door de zee. Het zand erodeert weg van de eilanden en de navigatiekanalen tussen de verschillende eilanden slibben dicht. De projectontwikkelaars van het nabijgelegen The palm Jumeira hadden een betere timing. Benieuwd welke toekomst het tweede, ook nog onbebouwde palmeilandenproject Palm Jebel Ali zal zijn weggelegd... De projecten kun je mooi zien liggen met Google Maps (zoek op: Dubai).

[top]

5.4. Do It Yourself Beach
Een ‘Do It Yourself Beach’ (DIY Beach) is een modern en hip ingericht stuk strand, waar het écht schoon is (en blijft) zonder dat de gemeente er hoeft op te ruimen. De bezoekers doen het immers zelf. Op een DIY Beach is het ‘not done’ om afval achter te laten. Strandbezoekers kunnen er bewust voor kiezen om op een DIY Beach te gaan liggen zonnen. Bij aankomst krijg je een zakje waarop afspraken staan. Als je het strand betreedt, ga je akkoord met deze afspraken. Je verbindt je ertoe om je eigen afval op te ruimen, maar ook het afval dat aanspoelt vanuit zee mee te nemen en bij afloop in de afvalcontainers te dumpen. Voor ondernemers is een DIY Beach dan weer een bijzondere kans om deze specifieke doelgroep van bewuste consumenten te benaderen. Stichting De Noordzee lanceerde onlangs dit DIY Beach-concept in hun campagne voor meer propere stranden. Het concept is bedacht door Siu Siu Ha, winnaar van een prijsvraag voor studenten en Young Professionals om dé oplossing te bedenken voor het afvalprobleem op het strand. Bekijk het filmpje op www.noordzee.nl/dossiers_artikel.php?mainID=8&subID=44&contentID=205.

[top]

5.5. Zeezoogdierennieuws
De voorbije maanden kwamen er op de site www.zeezoogdieren.org verschillende waarnemingen binnen van een voor onze regio’s niet zo gewoon zeezoogdier. Voor de Franse kust, ter hoogte van Zuydcoote, Wissant, Sangatte, Hardelot Plage en Wimereux, werd meerdere malen een bultrug gespot. Voortgaande op foto’s zou het mogelijks gaan om 2 dieren. Later doken ook onzekere meldingen op van een bultrug voor de Nederlandse kust.
Maandelijks tellen onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) de vogel- en zeevogelbestanden in het Belgisch deel van de Noordzee vanaf het onderzoeksschip Zeeleeuw. Tot 2003 werden bruinvissen hoogst zelden gespot, maar vanaf 2004 kwam daar significant verandering in. Vooral in 2006 en 2007 werden zeer veel van deze kleine dolfijnachtigen geteld, met een maximum van 226 exemplaren op 27 april 2006. Daarna werden gedurende twee jaar terug iets lagere aantallen vastgesteld, maar nog altijd lagen de aantallen in 2008 en 2009 (> 1 exemplaar per 50 km varen) gevoelig hoger dan in de eerste periode 1993-2003. De tellingen in 2010 maken duidelijk dat de bruinvis weer helemaal terug is! Op 16 maart 2010 werden er maar liefst 179 geteld. Maart en april blijken over het algemeen de beste maanden om bruinvissen te spotten. Ze leven van vis zoals kabeljauw, wijting, haring en sprot, maar ook platvis en grondels staan op hun menu.
Dat er meer bruinvissen in onze wateren aanwezig zijn, is helaas ook te merken aan de strandingen (www.mumm.ac.be/NL/Management/Nature/strandings.php). Sinds begin december strandden tien dode bruinvissen tussen Nieuwpoort en Blankenberge. Een levend exemplaar kon van het strand van Sangatte (Frankrijk) overgebracht worden naar het dolfijnenhospitaal in Harderwijk.
Als een gezamenlijke uitgave van SOS Dolfijn, Stichting De Noordzee en Stichting Rugvin is de zeer educatieve bruinvisfolder verschenen (www.rugvin.nl/Bruinvisfolder.pdf), met handige informatie over hun levenswijze, hun beschermingsstatus en bedreigingen, en hoe je ze kan herkennen en onderscheiden van andere dolfijnachtigen.

[top]

5.6. Doctoraten

§  Els Cuveliers, marien biologe aan de KULeuven, legde op 28 januari haar doctoraatsverdediging af over het werk: ‘Connectivity and genetic stability in sole (Solea solea)’ (promotoren: prof. dr. Filip Volkaert en dr. Gregory Maes). Ze zocht ondermeer naar de onderlinge samenhang tussen verschillende tongstocks aan de hand van metingen gehoorsteentjes en DNA-analyse.

§  Op 31 januari was het (opnieuw) de beurt aan Nawal Alfarrah, doctoraatsstudent bij prof. dr. K. Walraevens van het Laboratorium voor Toegepaste Geologie en Hydrogeologie (UGent), die onderzoek deed naar ‘Hydrogeological and hydrogeochemical investigation of the coastal area of Jifarah Plain, NW Libya’.

§  De publieke doctoraatsverdediging van Marie Huysman, getiteld ‘Identification and functional characterization of cell cycle genes in the pennate diatom Phaeodactylum tricornutum’ vond plaats op 4 februari 2011 in het Technologiepark van Gent-Zwijnaarde. Promotor van het werk was prof. dr. Wim Vyverman van de Afdeling Protistologie en Aquatische Ecologie (UGent).

§  Ulrike Braekman van de Mariene Biologie aan de Universiteit Gent zal haar doctoraat ‘Macrobenthos structuring the sea floor: importance of its functional biodiversity for the benthic ecosystem’ verdedigen op vrijdag 25 maart (Campus De Sterre - S8, 17.00). Prof. Magda Vincx, Prof. Karline Soetaert (NIOO-CEME) en Dr. Jan Vanaverbeke zijn haar (co)promotoren.


[top]

6.1. Liefdesoproep aan alle kustbewoners
Het Nationaal Visserijmuseum Oostduinkerke lanceert een liefdesoproep aan alle kustbewoners. Men is er op zoek naar fotomateriaal (tot de jaren 1980) over het liefdesleven van vissers en zeemannen. Heb je een mooie foto van een verlovingsfeest of een zoenend echtpaar? Een romantische foto met het strand als achtergrond? Bezorg het museum je foto: bel voor een afspraak (info@visserijmuseum.be, 058 53 37 51 of 0499 691 707) of kom langs tijdens de openingsuren van dinsdag t.e.m. zondag van 14 tot 18 uur. Het materiaal wordt onmiddellijk ingescand en terug bezorgd. De meest interessante beelden gaan deel uitmaken van de grote tentoonstelling ‘Zeerotica/Merotique – over liefde en lust aan de kust’ die opent op 16 juni 2011.

[top]

6.2. Medewerking gevraagd voor innovatieve oesterkweek in recirculatiesysteem
Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) wil graag een IWT-project opstarten rond het opkweken van oesters (enerzijds van larven tot oesterzaad, anderzijds tot consumptieoesters) in broedhuizen aan land. In gesloten kweeksystemen kunnen het water en de voedingsstoffen immers optimaal gebruikt worden. Naast het ontwikkelen van de knowhow, wil het ILVO de ruime sector betrekken bij het project. Daarom zijn ze op zoek naar bedrijven en particulieren (landbouwers, vissers, schelpdierkwekers, distributiesector, …) die interesse hebben in deze nieuwe teelt. Meer informatie bij Kris Van Nieuwenhove (059 56 98 71 of kris.vannieuwenhove@ilvo.vlaanderen.be).

[top]

6.3. Visibiliteit Belgisch onderzoek verhogen via IMBER-initiatief
Voluit staat IMBER voor ‘Integrated Marine Biogeochemistry and Ecosystem Research’ (www.imber.info/what_is.html). In 2001 werd het project opgestart door het ‘International Geosphere-Biosphere Programme’ (IGBP) en het ‘Scientific Committee on Oceanic Research’ (SCOR) Ocean Futures Planning Committee als opvolger van het eerdere OCEANS-initiatief. Dit om te onderzoeken welke de biologische en chemische hiaten waren om de rol van de oceanen in de klimaatsverandering te kunnen begrijpen. Het project heeft ondertussen een bredere scope gekregen en bundelt al het onderzoek naar de mechanismen waarop marine organismen de biogeochemische cycli in zee en oceaan beïnvloeden, maar ook omgekeerd hoe de mariene biogeochemie invloed heeft op mariene ecosystemen. Zo is het niet meer alleen het doel om te kunnen voorspellen hoe de biogeochemie en ecosystemen reageren op de klimaatswijziging, maar ook op andere dwingende grootschalige processen zoals wijzigingen in de fysische dynamiek, de koolstofcyclus of nutriëntenfluxen, en de grootschalige impact van visserij en aquacultuur. Niettegenstaande er geen Belgische IMBER-initiatieven lopende zijn, is er toch een nationaal verantwoordelijke voor IMBER in België: Alberto Borges van de Chemische Oceanografie binnen de MARE-groep van de Universiteit Luik. Hij roept alle Belgische wetenschappers – waarvan het onderzoek en activiteiten (projecten, workshops, etc) enigszins zouden kunnen interessant zijn voor anderen binnen het IMBER project – op om enkele minuten de tijd te nemen om dit door te sturen tegen 15 maart ten laatste. Contacteer Alberto Borges (alberto.borges@ulg.ac.be) voor meer details. Het zal de visibiliteit van het biogeochemische werk van de Belgische mariene wetenschappers zeker ten goede komen!

DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2011 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.

WEBSITE
www.vliz.be   


Vlaams Instituut voor de Zee
Flanders Marine Institute
VLIZ – InnovOcean site
Wandelaarkaai 7
8400 Oostende
Tel.  +32-(0)59-34 21 30
Fax  +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be