VLIZINE
jrg. 5, nr. 11-12 (november-december 2004)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


INHOUD

1. Kalender
1.1. Minister Fientje Moerman trekt 0,5 miljoen EUR uit voor opleiding in tsunami-waarschuwingssystemen, te Oostende
1.2. Kunnen tsunami’s ook in de Noordzee voorkomen?
1.3. Opnieuw 200 jonge mariene wetenschappers bijeen te Brugge? De  Jongerencontactdag Mariene Wetenschappen
1.4. Internationaal symposium over natuurherstel in kustgebieden straks te Koksijde: ‘Dunes & Estuaries 2005’
1.5. De Provincie West-Vlaanderen en educatie rond de zee: een sterke traditie
1.6. Belangrijke Europese conferentie over duurzaam kustbeheer straks te Gent
1.7. De waarheid over historische zeetransgressies en –regressies in het Frans-Belgische deel van de Noordzeevlakte
1.8. De mossel als thema voor attractieve tentoonstelling te Brussel

2. Publicaties
2.1. Nieuwe schat aan Nederlandstalige educatieve informatie over zee en kust vrij toegankelijk op internet!
2.2. ‘Geheim van het getij’: de beste Nederlandstalige publicatie over dit thema
2.3. Stranden niet langer bekeken als levensloze ‘zandbakken’?
2.4. Twee nieuwe Belgische zeevogelrapporten
2.5. Storm op de Oostendse zeedijk: boek en tentoonstelling

3. Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. IUCN zoekt coördinator voor ‘Global Marine Species Assessment’
3.2. Doctoraatsbeurs voor biologisch onderzoek van arctische hydrothermale bronnen
3.3. Afstuderen in de richting ‘Duinbeheer’? Het kan in Nederland
3.4. Boeiende vacature bij de Coastal Union

4. Varia
4.1. Wat verwacht u als zeeonderzoeker van een onderzoeksschip?
4.2. Europese samenwerking tussen financierders van marien onderzoek: het MarinERA
4.3. Zeep in zee: een schone Noordzee?
4.4. Zeezoogdierennieuws
4.5. Doctoraatsverdedigingen e.a.

5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’


1.1. MINISTER FIENTJE MOERMAN TREKT 0,5 MILJOEN EUR UIT VOOR OPLEIDING IN TSUNAMI-WAARSCHUWINGSSYSTEMEN, TE OOSTENDE

Fientje Moerman, Vice-minister-president en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap en Innovatie en Buitenlandse Handel, bezocht op donderdag 13 januari het VLIZ, met een belangrijke boodschap. De minister verkondigde een half miljoen EUR extra per jaar te willen besteden aan de opleiding van experts voor golfmetingen in Afrika, de Caraïben en Zuidoost-Azië. Met deze extra middelen kunnen in het Vlaams Instituut voor de Zee in Oostende zo’n 150 buitenlanders worden opgeleid om het ‘early warning system’ dat nu bestaat in 25 Afrikaanse landen, uit te breiden over het hele Afrikaanse continent en naar andere risicozones wereldwijd. De minister zal dat geld vrijmaken op de begroting voor wetenschap en innovatie. Een dergelijk waarschuwingssysteem, tot stand gebracht met Vlaams onderzoek, werkt nu reeds in 25 Afrikaanse landen en is het enige bestaande continentale systeem. Het heeft op 26 december ook zijn nut bewezen. Dankzij een meetpost op de Seychellen zijn Tanzania en Kenia op tijd gewaarschuwd, waardoor de schade er beperkt is gebleven. In Somalië, dat niet aangesloten is op het systeem, is niet tijdig gewaarschuwd en daar zijn meer dan honderd doden gevallen.

UNESCO is, via zijn Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC), nauw betrokken bij het uitwerken van ‘early warning systems’. Het lag ook aan de basis van de oprichting van het ‘Internationaal Tsunami Informatie Centrum’ in Hawai (ITIC: 1965) en van de ‘International Coordination Group for the Tsunami Warning System’ (ICG/ITSU), dat vandaag een netwerk van 26 landen in de Pacifische regio alarmeert bij naderend onheil (http://ioc.unesco.org/itsu). Het ITIC is tevens uitgever van de Tsunami Newsletter, waarvan alle recente jaargangen kunnen geconsulteerd worden in de bibliotheek van het Vlaams Instituut voor de Zee. De IOC van UNESCO zal nu leiding geven aan een initiatief om ‘early warning systems’ uit te bouwen voor de Indische oceaan en andere wereldzeeën waar de kans op tsunami’s reëel is. Ook het IODE Project Office van IOC/UNESCO, dat eind april in Oostende officieel geopend wordt en zal fungeren als een internationale denktank i.v.m. oceanografisch databeheer, zal zijn steentje bijdragen (zie hoger). Het thema zal verder ook aan bod komen op diverse internationale conferenties. De eerste betreft de World Conference on ‘Disaster Reduction’ in Kobe (Japan), van 18 tot 22 januari (http://www.unisdr.org/wcdr/).
Verder plant de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van UNESCO in de loop van de maand maart twee meetings die moeten leiden tot het activeren van een waarschuwingssysteem in de Indische Oceaan en de oprichting van een ‘Indian Ocean Tsunami Warning System’ (IOTWS). Het onderwerp zal verder ongetwijfeld ook een belangrijk agendapunt vormen op de tweejaarlijkse IODE-18 vergadering die doorgaat van 26 tot 30 april 2005 te Oostende.

Meer info: Vladimir Vladymyrov, manager IODE Project Office IOC/UNESCO Oostende (v.vladymyrov@iode.org, Tel.: 059/34 21 56).


1.2. Kunnen tsunami’s ook in de Noordzee voorkomen?

Specialisten schatten de kans zeer laag in, en in elk geval vele malen kleiner dan in de Stille Oceaan. De kans op grotere aardbevingen of andere tsunami veroorzakende elementen (meteorieten, ‘landslides’,…) is immers zeer klein in onze directe omgeving. Bovendien ligt de Noordzee vrij goed beschut ten aanzien van een mogelijke vloedgolf vanuit de Atlantische Oceaan. In geschreven historische bronnen is dan ook niets terug te vinden over tsunami-gerelateerde catastrofes in de Noordzee. Dit kan niet gezegd worden van het Middellandse Zeegebied, dat een lange traditie heeft van aardschokken en zeebevingen. In mindere mate geldt dit ook voor het Atlantische gebied. Zo werd de wereldstad Lissabon op zondag 1 november 1755 opgeschrikt door een zware aardbeving (8,6-9 op de schaal van Richter), die de stad in geen tijd herschiep tot een puinhoop, gevolgd door een dagenlang woedende brand en door een megatsunami. De tsunami werd voorafgegaan door een wegtrekken van het water (o.a. opgemerkt door het plots zakken van het waterpeil in zoetwaterbronnen op het land), om vervolgens in een drietal reuzengolven van max. 20 meter hoog in te beuken op de kusten. Het werd de ergste vloedgolframp in de West-Europese geschiedenis. Een derde van de toenmalige bevolking van Lissabon van ca. 270.000 zielen – toen één van de grootste steden van Europa – liet het leven. Samen met nog duizenden doden in het Iberische schiereiland en in Noord-Afrika schat men de finale dodentol op ca. 100.000. Het stijgende water werd opgemerkt tot in Finland en het Caraïbische gebied, en ook aan de Belgische kusten zou de golf voelbaar zijn geweest. Het epicentrum van de zeebeving lag vermoedelijk enkele honderden kilometers ten zuidwesten van het Iberisch schiereiland. In hetzelfde aardactieve gebied van de Azoren Gibraltar breukzone, waar de Euraziatische en Afrikaanse tectonische platen botsen, beefde de zeebodem nog eens krachtig in 1969, zij het ditmaal zonder veel schade. Een overzicht van alle geregistreerde tsunami’s in het Pacifische, Mediterrane en Atlantische gebied is te vinden op: http://tsun.sscc.ru/On_line_Cat.htm.


1.3. OPNIEUW 200 JONGE MARIENE WETENSCHAPPERS BIJEEN TE BRUGGE? DE JONGERENCONTACTDAG MARIENE WETENSCHAPPEN

Naar jaarlijkse traditie organiseert het Vlaams Instituut voor de Zee in februari-maart een contactdag voor ‘jonge’ zee- en kustwetenschappers uit de regio. Ook dit jaar maken we ons sterk op vrijdag 25 februari opnieuw een 200-tal onderzoekers te mogen verwelkomen in het Provinciehuis Boeverbos te Brugge, voor een boeiende dag vol voordrachten, data- en posterdemonstraties, gezellige babbels en leerrijke contacten. De voormiddagsessie geeft in vijf plenaire lezingen een originele kijk op buitenlandse ervaringen van zeewetenschappers (Filip Volckaert: ‘Why the sea ain’t more blue elsewhere’), en belicht een uniek zee-educatief project (Karel Ameye: ‘Expedition Zeeleeuw, an e-learning project on marine sciences’), het marien onderzoek aan de universiteit van Luik (Marilaure Grégoire: ‘Marine research at the Liège University: a long tradition of oceanography far away from the sea’), de interactie tussen de zee en het weer (David Dehenauw: ‘Marine meteorology: the oceans and our weather’) en de mogelijkheden voor alternatieve visserij op garnaal (Hans Polet: ‘Let’s make the brown shrimp green!
Evaluation of discarding practices in the North Sea brown shrimp fishery’). De namiddagsessie met een gejureerde posterdemonstratie en tal van voorstellingen i.v.m. oceanografisch databeheer, wordt ingezet met een toelichting door Pauline Simpson (Southampton Oceanographic Centre) over het ‘open archive initiative’. Dit initiatief wil zoveel mogelijk wetenschappelijke literatuur vrij beschikbaar maken via internet. Na de data- en posterdemonstraties lichten de laureaten van de VLIZ North Sea Award 2004 en van de VLIZ Aanmoedigingsprijzen 2004 hun werk toe.

De dag is volledig gratis, met inbegrip van een broodjeslunch, koffie, een abstractenboek van de lezingen en een afsluitende receptie. Inschrijven vóór 25 januari via info@vliz.be is wel noodzakelijk (een inschrijvingsformulier vind je op: http://www.vliz.be/docs/Events/JCD/jcd2005_form_NL.rtf).


1.4. INTERNATIONAAL SYMPOSIUM OVER NATUURHERSTEL IN KUSTGEBIEDEN STRAKS TE KOKSIJDE: ‘DUNES & ESTUARIES 2005’

Het internationale symposium over natuurherstel in Europese duinen en riviermondingen, kortweg ‘Dunes & Estuaries 2005’, nadert met rasse schreden. Van 19 tot en met 23 september 2005 is het zover en zullen onderzoekers, beheerders, beleidsvoerders en andere geïnteresseerden een week lang aan de Belgische kust van gedachten wisselen in het cultureel centrum ‘CasinoKoksijde’. De organisatoren, AMINAL-Natuur Cel Kustzone, het VLIZ, de Coastal Union (EUCC) en de gemeente Koksijde, sloegen de handen in elkaar en stelden een programma samen dat bestaat uit een gezonde mix van plenaire voordrachten, parallelle workshops, posterdemonstraties, excursies en gezellige ontspanningsmomenten. Dit programma kan nu ook worden gedownload van de congreswebsite: http://www.vliz.be/de2005. Wie nog een poster wil presenteren tijdens het symposium, kan een titel en abstract indienen tot uiterlijk 1 maart 2005 (cf. templates op de congreswebsite). We wijzen er ook op dat het aangeraden is tijdig te boeken voor hotelaccommodatie.

Deze conferentie wordt mogelijk gemaakt door steun vanuit het Europese LIFE-Natuur project ‘FEYDRA’ (‘Fossil Estuary of the Yzer Dunes Restoration Action’: http://www.mina.vlaanderen.be/feydra/). Dit project staat AMINAL-Natuur Cel Kustzone toe om het fossiele duinenlandschap van de historische IJzermonding in ere te herstellen. In het kader van dit project werd op dinsdag 11 januari gestart met de afbraak van de oude rioolwaterzuiveringsinstallatie in het natuurdomein Groenendijk te Nieuwpoort, met als doel het bijzondere kalkmoeras te herstellen. Dit oude waterzuiveringsstation ligt in de ecologisch waardevolle fossiele strandvlakte ten westen van de huidige monding van de rivier IJzer.


 
1.5. DE PROVINCIE WEST-VLAANDEREN EN EDUCATIE ROND DE ZEE: EEN STERKE TRADITIE

De zee trekt heel wat mensen aan. De zee is ook een dankbaar onderwerp naar natuureducatie toe. Dat blijkt niet alleen uit de vele ‘zeeklassen’ die jaarlijks de kust aandoen, of uit het succes van educatieve centra als ‘Het Zwin’ (Knokke-Heist) of het Vlaams Bezoekerscentrum ‘De Nachtegaal’ (De Panne). De provincie West-Vlaanderen en andere actoren hebben in de loop van de jaren ook handig ingespeeld op deze algemene interesse die bestaat voor het zilte nat, door bijvoorbeeld de ‘Week van de Zee’ uit te bouwen tot wat het nu is.

De provinciedienst ‘Natuur- en milieueducatie’ (NME) bestaat intussen tien jaar en organiseert daarom op 16 februari een forum natuur- en milieueducatie voor het basisonderwijs, en op 19 februari een West-Vlaams NME-platform (meer info: nme@west-vlaanderen.be). Tevens verzorgt de provincie i.s.m. Horizon Educatief op 25 januari, 1, 15, 22 februari, 1, 8 en 15 maart 2005 een cursus voor zeeanimatoren basisonderwijs te Westende (http://www.weekvandezee.be) en op 31 januari, 1, 3 en 4 februari 2005 is er het ‘Zeeforum voor de derde graad secundair onderwijs’ in de gebouwen van het Departement Zeevisserij te Oostende. Dit laatste evenement is een initiatief van het Coördinatiepunt Geïntegreerd Beheer van Kustgebieden en Horizon-Educatief en wil leerlingen actief betrekken in de complexiteit van het kustbeheer. Meer info: kathy.belpaeme@west-vlaanderen.be; info@horizoneducatief.be).

Dit is nog niet alles. Op 17 februari start het Centrum Voor Natuur- en milieueducatie (CVN), samen met diverse partners, een nieuwe cursus Natuurgids te Oostende. De cursus Natuurgids vormt sedert 1966 de ruggengraat van de werking van het CVN en reeds 7000 cursisten ontvingen het diploma natuurgids. De cursus te Oostende loopt van 17 februari tot december 2005 en vindt plaats op elke donderdagvoormiddag van 9 tot 12 uur in het openluchtcentrum ‘Duin en Zee’ (Oostende). De cursus omvat een vijftiental excursies en evenveel theoretische lessen en bereidt u voor op het leiden van een eenvoudige natuurwandeling aan de kust. Meer info: Ann D’heedene, Tel.: 0498/32 74 71; cvn.westvlaanderen@telenet.be.

En wie alvast wat wil bijleren over een aantal zeer interessante natuurstudieprojecten in de provincie West-Vlaanderen komt vast aan zijn trekken ter gelegenheid van de 2de West-Vlaamse Natuurstudiedag te Kortrijk op zaterdag 5 maart 2005 (http://www.kulak.ac.be/natuurstudiedag).  


1.6. BELANGRIJKE EUROPESE CONFERENTIE OVER DUURZAAM KUSTBEHEER STRAKS TE GENT

Europa timmert aan de weg van het duurzaam kustbeheer. Dit blijkt o.a. uit de veelheid aan organisaties, projecten en initiatieven die de laatste jaren floreren of zijn opgestart.  Het ‘Coastal Research Policy Integration’ project (kortweg COREPOINT) is maar één van de vele projecten die via netwerking en uitwisseling van ideeën en informatie aan de weg van het duurzaam en geïntegreerd kustbeheer timmeren. Het project startte in november 2004 met Europese middelen uit Interreg IIIB, en koppelt nog tot april 2008 de expertise van diverse Britse partners (waaronder CoastNet) , de Europese Coastal Union, de universiteit van Brest, het Franse onderzoeksinstituut IFREMER en het Vlaamse Maritiem Instituut.

Binnen dit project wordt op 15 maart 2005 een belangrijke Europese conferentie georganiseerd aan de Gentse universiteit. De initiatiefnemers willen tijdens dit forum illustreren hoe kustspecifieke oplossingen kunnen worden aangereikt voor problemen die rijzen bij het nastreven van een duurzaam beheer van toerisme en recreatie, lokale economieën, natuurwaarden en kustbeveiliging. Het programma omvat tevens een workshop die de deelnemers toelaat kustgebonden prioriteiten te verwoorden voor het volgende Europese Interreg programma.  Het initiatief wordt gefinancierd door het Maritiem Instituut en het Federaal Wetenschapsbeleid. Interesse? Registreren kan via Lucy Bannatyne (CoastNET: http://www.coastnet.org.uk, e-mail: lucy@coastnet.org.uk, Tel.: +44/(0)1206 728644). 


1.7. DE WAARHEID OVER HISTORISCHE ZEETRANSGRESSIES EN -REGRESSIES IN HET FRANS-BELGISCHE DEEL VAN DE NOORDZEEVLAKTE

Er is al veel inkt gevloeid in de discussie over het ontstaan van het zuidelijkste deel van de Noordzeekustvlakte. Onderzoek in dit Noord-Franse en Vlaamse kustgebied de afgelopen dertig jaar hebben aangetoond dat de waargenomen bodemstratigrafie onmogelijk kan worden verklaard vanuit de simplistische transgressie en regressiemodellen, zoals die in heel wat oudere leerboeken worden naar voor gebracht. De nieuwe kennis over de historische dynamiek in zeeniveau en over de veranderingen in de kustomgeving in het late Kwartair, zijn het thema van een internationale conferentie te Duinkerke (N-Frankrijk) van 28 juni tot en met 2 juli 2005. Initiatiefnemers zijn INQUA (de ‘International Union for Quaternary Research‘) en IGCP 495 (het ‘International Geoscience Programme 495’). Het symposium omvat twee dagen met lezingen en posterdemonstraties, gevolgd door twee volle dagen veldbezoek. Registreren vóór 15 maart is verplicht! Meer info bij Cécile Baeteman (cecile.baeteman@naturalsciences.be) of Mylène Ruz (ruz@univ-littoral.fr). 


1.8. DE MOSSEL ALS THEMA VOOR ATTRACTIEVE TENTOONSTELLING TE BRUSSEL

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen te Brussel (KBIN: http://www.natuurwetenschappen.be) is niet aan zijn proefstuk toe voor wat betreft het organiseren van attractieve tentoonstellingen voor het grote publiek. De verwachtingen zijn dan ook weer hoog gespannen voor de nieuwe expo ‘Mosselen Natuur’, die van 4 mei 2005 tot eind juni 2006 de tentoonstellingsruimte zal sieren. Niet alleen het culinaire aspect van de mossel komt aan bod in deze leerrijke en vaak grappige tentoonstelling. Ook de mosselteelt, het economisch belang van deze keukenklepper, en diens levensloop passeren de revue. U krijgt ook een antwoord op de vraag of mosselen wel gezond zijn, en er is ook inzage in het veelbelovende onderzoek naar medische toepassingen op basis van mosselen. Een bezoek meer dan waard!


2.1. NIEUWE SCHAT AAN NEDERLANDSTALIGE EDUCATIEVE INFORMATIE OVER ZEE EN KUST VRIJ TOEGANKELIJK OP INTERNET!

Het is zover. De internetsite die de ruggengraat vormt van het educatieve project ‘Expeditie Zeeleeuw’ is klaar en volledig vrij toegankelijk via internet: http://www.expeditiezeeleeuw.be. Het project ‘Expeditie Zeeleeuw’ is een initiatief van het Vlaams Instituut voor de Zee in een partnerschap met SHE Consultancy en AWZ-DAB Vloot. Het kwam tot stand dankzij het actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit educatieve project wil in de eerste plaats 17-18 jarigen uit het secundair onderwijs in contact brengen met het veelzijdige onderzoek op zee en in de kustzone, door hen tien problemen voor te schotelen waarmee het beleid geconfronteerd wordt. Zo komen vragen aan bod als: ‘Kan maricultuur een alternatief bieden voor de tanende visserij?’, ‘Hoe kunt u optimaal rekening houden met andere gebruikers van de zee bij het aanleggen van een nieuwe gaspijpleiding naar Zeebrugge?’ of ‘Wat te doen met het tijdens de eerste wereldoorlog gestorte gifgas voor de kust van Heist?’. Op basis van een veelheid aan informatie, verpakt in diverse werkvormen, zoeken de leerlingen vervolgens zelf naar creatieve oplossingen. De klas die het origineelst uit de hoek komt, wint een heuse expeditie met het onderzoeksschip ‘De Zeeleeuw’ van 4 tot 8 april 2005. Toch is dit project zeker niet alleen een interessante tool voor het onderwijs. Iedereen die enige interesse toont in beleid en onderzoek op zee en in de kustzone, vindt hier zijn gading. Niet overtuigd? Ga dan naar http://www.expeditiezeeleeuw.be en klik op één van de tien ankers, die toegang verlenen tot één van de tien problemen. Klikt u vervolgens op ‘skip’, dan belandt u temidden de betreffende module, die via de werkbalk met instrumenten bovenaan de deur opent voor uren leer-, kijk- en speelplezier!

Intussen zijn reeds meer dan 80 Vlaamse klassen of ca. 2000 leerlingen ingeschreven voor dit project. Ziet u ook nuttige toepassingen in dit virtuele leertraject? Gaat u gerust uw gang, maar doe ons een plezier: laat ons weten wat u ervan vond (naar jan.seys@vliz.be) en geef aan in het kader van welke projecten of acties u delen van de site hebt kunnen benutten! 


2.2. ‘GEHEIM VAN HET GETIJ’: DE BESTE NEDERLANDSTALIGE PUBLICATIE OVER DIT THEMA

Vers van de pers is het boekje ‘Geheim van het Getij’, van de hand van Ruud Hisgen en Remi Laane, en uitgegeven bij Sdu Uitgevers bv. (ISBN: 9012106370). Het werk is een initiatief van Rijkswaterstaat, dat zijn uitgebreide kennis van dit natuurfenomeen nu gebundeld heeft in een zeer bevattelijk en mooi geïllustreerde publicatie. In niet minder dan 94 pagina’s komen achtereenvolgens de menselijke omgang met het getij, de historische confrontaties, de verklaring van het verschijnsel, en het meten en voorspellen ervan uitgebreid aan bod. Zonder de noodzakelijke moeilijke termen uit de weg te gaan, zijn de auteurs er alvast in geslaagd het getij in al zijn complexiteit bevattelijk uit te leggen. Kortom: een schitterende bron van informatie! Bestellen kan via: http://www.rikz.nl/home/NL/.


2.3. STRANDEN NIET LANGER BEKEKEN ALS LEVENSLOZE ‘ZANDBAKKEN’?

Zandige zeestranden worden in de regel aanzien als levensloze zandbakken, waar afgezien van de vele strandtoeristen en dito honden weinig of geen leven te bespeuren valt. Onderzoek of interesse naar het verborgen leven in dit kale landschap was er tot voor kort nauwelijks, de zeldzame pierenspitter of kruier niet te na gesproken. Maar het tij lijkt te keren. Zowel in Vlaanderen als in Nederland werd de laatste jaren intensief onderzoek verricht naar het dier- en plantenleven van zandstranden. In Vlaanderen inventariseerde een multidisciplinair team wetenschappers elf zandstranden binnen het project ‘
BEST’ (‘Biological Evaluation of eleven Sandy beaches along the Flemish CoasT’: oktober 2002 - september 2004, gefinancierd door AMINAL-Natuur) en loopt – onder impuls van de administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Kust – momenteel een studie naar het effect van strandsuppleties op de bodemfauna.

In Nederland verschenen heel recent nog twee interessante onderzoeksrapporten van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ – Rijkswaterstaat) over de ecologie van zandige kusten. Het rapport ‘De ecologie van de zandige kust van Nederland: inventarisatie van het macrobenthos van strand en brandingszone’ (http://www.watermarkt.nl/seonline/uploads/publicaties/rikz2004.033.pdf) door G. Janssen en S. Mulder b
eschrijft de resultaten van bodemdieronderzoek op negen Nederlandse stranden en op twee raaien in de brandingszone vóór de Hollandse kust. Het tweede rapport ‘De levende natuur als ecosysteemvormer in kustgebieden: de effecten van biologische activiteiten en materialen in de ecologie van de zandige kust’ door H. Peletier en G. Janssen (http://www.watermarkt.nl/seonlin/uploads/publicaties/rikz2004.005.pdf) beschrijft de literatuurkennis over de rol die organismen vervullen in processen die uiteindelijk tot erosie of sedimentatie van stranden leiden. Deze kennis kan vervolgens worden aangewend om het beheer en beleid van de kust te optimaliseren.


2.4. TWEE NIEUWE BELGISCHE ZEEVOGELRAPPORTEN

Het Vlaamse Instituut voor Natuurbehoud (IN: http://www.instnat.be) heeft sinds zijn oprichting in 1986 een sterke traditie opgebouwd in het zeevogelstudiewerk. In 1991-92 kwam dit onderzoek in een stroomversnelling. Toen werd gestart met intensief telwerk van op schepen in de Belgische mariene wateren en trok het IN de coördinatie van de olieslachtoffertellingen naar zich toe. Nu, zoveel jaar later, beschikt het IN over een indrukwekkende en unieke zeevogeldatabank voor België en Europa, waaruit bij regelmaat wordt geput voor diverse publicaties. Zo verscheen recent het interessante en mooi verzorgde rapport ‘Ornithologisch belang van de Belgische zeegebieden: identificatie van mariene gebieden die in aanmerking komen als Speciale Beschermingszones in uitvoering van de Europese Vogelrichtlijn’. Het rapport is uitgegeven als Bulletin van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (Vol. 74 Suppl.) en is geschreven door een team wetenschappers van de Beheerseenheid Mathematisch Model van de Noordzee en van het IN. Bestellen kan aan de prijs van 15.00 euro bij dhr. Triempont, KBIN, Vautierstraat 29, 1000 Brussel, Tel. 02/627 41 19 (achiel.triempont@natuurwetenschappen.be).
Daarnaast verzorgde het IN, in opdracht van de BMM, een rapportje over de ‘Interacties tussen antropogene activiteiten en de avifauna in de Belgische zeegebieden’ (Rapport IN.A.2004.136). In deze 54 blz. tellende publicatie worden vier deelstudies toegelicht: (1) oliebevuilingsgraad op zee gemeten a.d.h.v. Zeekoeten, (2) plastic in de magen van Noordse Stormvogels, (3) mogelijkheden om vliegbewegingen te volgen m.b.v. radar, (4) evolutie aantallen alkachtigen op zee i.f.v. Tricolorramp. Meer info bij: Eric Stienen (eric.stienen@instnat.be; Tel.: 02/558 18 28).


2.5. STORM OP DE OOSTENDSE ZEEDIJK: BOEK EN TENTOONSTELLING

Wie heeft niet de spectaculaire golven, die van oudsher bij storm over de zeedijk van Oostende sloegen, gekend? Met het opspuiten van een noodstrand in het voorjaar van 2004 kwam een einde aan dit indrukwekkende natuurspektakel. De Oostendse persfotograaf Jean-Jacques Soenen wou deze beelden ook voor het nageslacht bewaard zien en maakte het fraaie fotoboek ‘Storm op de Zeedijk’. Het album is te koop en kost 19 euro (jjs@jjsoenen.be; Tel.: 059/50 43 43). Aansluitend is er van 15 januari tot en met 19 maart 2005 een kleine tentoonstelling met een aantal van deze foto’s in het Oostends Historisch Museum De Plate (Langestraat 69). U kunt er dagelijks – behalve dinsdag – terecht van 10.00-12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur.
 

3.1. UCN ZOEKT COORDINATOR VOOR ‘GLOBAL MARINE SPECIES ASSESSMENT’

De ‘World Conservation Unit’ (IUCN: http://www.iucn.org) zag in 1948 in Fontainebleau, nabij Parijs, het levenslicht. De missie van IUCN is te bouwen aan een rechtvaardige wereld, waarbinnen natuurwaarden worden geapprecieerd en beschermd. Deze internationale ledenvereniging groepeert ook meer dan 10.000 wetenschappers wereldwijd, die via tal van commissies inhoudelijke input leveren rond bepaalde thema’s. De ca. 1000 personeelsleden van IUCN werken aan ca. 500 projecten verspreid over gans de wereld. Uiterlijk tegen 31 januari kan nu ook gesolliciteerd worden voor een job in Washington als coördinator voor de ‘Global Marine Species Assessment’ (GMSA). Initieel zal de aandacht van GMSA gaan naar de inventaris van het soortenspectrum aan vissen en koralen, met mogelijke uitbreiding naar andere diergroepen. Meer info op: http://www.iucn.org/about/GMSA%20Vacancy%20Announcement%20221204.pdf. 


3.2. DOCTORAATSBEURS VOOR BIOLOGISCH ONDERZOEK VAN ARCTISCHE HYDROTHERMALE BRONNEN

Voelt u er iets voor om de zeeën rond Spitsbergen onveilig te gaan maken in een onderzoek naar de rijkdom aan bodemdierleven ter hoogte van hydrothermale bronnen?  Dan is deze vacature voor een doctoraatsbeurs misschien wel iets voor u!  Het Natuurhistorisch Museum van de Universiteit van Oslo kondigt aan een doctoraatsbeurs voor drie jaar ter beschikking te stellen voor een marien bioloog. De kandidaat zal binnen het project ‘The geobiology of Arctic hydrothermal springs’ onderzoek verrichten naar de bodemdiergemeenschappen rond de hydrothermale bronnen in Spitsbergen. Bedoeling is de verspreiding en soortenrijkdom van het benthos te onderzoeken en te relateren aan omgevingsvariabelen. Analytisch werk vindt plaats in Oslo. De sollicitant dient een achtergrond te hebben in minstens één van de volgende domeinen: mariene biologie, microbiologie, chemie, ecologische data-analyse of Arctisch veldwerk. Solliciteren vóór 1 februari 2005 bij dr. Oyvind Hammer (ohammer@nhm.uio.no).

 
3.3. AFSTUDEREN IN DE RICHTING ‘DUINBEHEER’? HET KAN IN NEDERLAND

Deze maand startte de
Universiteit van Amsterdam voor het eerst met het nieuwe afstudeervak Iintegraal Kustduinbeheer’. In deze cursus maken studenten met verschillende beta-achtergronden – voornamelijk aardwetenschappers en biologen – kennis met de veelzijdigheid van het duinbeheer. Zij doen in korte tijd heel wat inhoudelijke bagage op die nuttig kan zijn bij het beheer en beleid van kustduingebieden. Gastdocenten behandelen zeer uiteenlopende thema’s gaande van toegepast wetenschappelijk onderzoek tot Europese regelgeving. De theorie wordt aangevuld met diverse toegepaste opdrachten, werkbezoeken en velddiscussies. Dit onderwijs is een van de activiteiten van de nieuw opgerichte Stichting Integraal Kustduinbeheer. Meer informatie bij Fred van der Vegte, fvegte@science.uva.nl, tevens lid van het wetenschappelijk comité voor het internationale ‘Dunes & Estuaries 2005’ symposium. Bron: KustMail.


3.4. BOEIENDE VACATURE BIJ DE COASTAL UNION

In extremis binnengekomen. De ‘Coastal Union’ (EUCC: http://www.eucc.net) schrijft een vacature uit voor een ervaren projectmanager. De kandidaat zal het hoofdkantoor in Leiden vervoegen en er diverse kust- en zeeprojecten coördineren en uitwerken, en creatief meedenken in het beleid van deze internationale organisatie. Schrijven van nieuwe projectvoorstellen en artikels, EUCC vertegenwoordigen op tal  van meetings en de top van EUCC bijstaan, behoren eveneens tot de taakstelling. Excellente communicatievaardigheden in de Engelse taal, in staat zijn onafhankelijk te werken en bereid zijn veel te reizen, zijn belangrijke voorwaarden. Wie daarnaast ook het Nederlands en Frans beheerst heeft een stapje voor. En uiteraard is ervaring in materies als ICZM, mariene biologie, ecologie of duurzame ontwikkeling een niet te onderschatten pluspunt. De positie behelst minstens één jaar en vat zo snel mogelijk aan. Meer info in persbericht: http://www.eucc.net/en/home/vacancy.pdf. 



4.1. WAT VERWACHT U ALS ZEEONDERZOEKER VAN EEN ONDERZOEKSSCHIP?

In België zijn twee schepen voltijds ingeschakeld in het oceanografisch onderzoek: het federale schip ‘Belgica’ (beheerd door Federaal Wetenschapsbeleid; programmering door BMM) en het Vlaamse schip ‘Zeeleeuw’ (beheerd door AWZ-DAB Vloot; programmering door VLIZ). Daarnaast voert de ‘Ter Streep’ hydrografisch werk uit in Belgische mariene wateren en worden ook andere schepen van de ‘Vlaamse Vloot’ occasioneel ingelegd bij onderzoekstaken. De twee hoofdrolspelers hebben intussen reeds de gezegende leeftijd van respectievelijk 20 en 27 jaar bereikt, en de verantwoordelijken onderzoeken de mogelijkheid en de vereisten voor de bouw of aankoop van een nieuw onderzoeksschip. Binnen dit kader wil de wetenschappeljike commissie van het Vlaams Instituut voor de Zee via een bevraging polsen naar de wensen van mariene onderzoekers, onafgezien van welk van de twee platforms ze in het verleden hebben gebruikt of in de toekomst denken te zullen gebruiken. De bevraging bestaat uit vijf bladen en neemt ongeveer een kwartier tijd in beslag. De deadline voor het insturen is 28 februari 2005. Behoort u tot een Vlaamse onderzoeksgroep (universiteit, wetenschappelijke instelling, administratie of privé-bedrijf), een federale wetenschappelijke instelling, administratie of Franstalige universiteit, of bent u actief in Zeeland of de Franse regio Nord-Pas-de-Calais, aarzel dan niet en vul deze enquête in. Het kan zeer belangrijk zijn voor uw toekomst.


4.2. EUROPESE SAMENWERKING TUSSEN FINANCIERDERS VAN MARIEN ONDERZOEK: HET MARINERA PROJECT

Europa wil alles op alles zetten om tegen 2010 de belangrijkste kenniseconomie ter wereld te zijn. Het in kaart brengen van de bestaande capaciteit en de toekomstige objectieven, het faciliteren van de interactie tussen de financierende en uitvoerende onderzoekskanalen in elk van de lidstaten, en het zo efficiënt mogelijk benutten van de beschikbare middelen en materialen staan daarbij voorop. Om dit doel te bereiken specifiek voor het mariene gebeuren is, binnen het 6de EU-Kaderprogramma, het project MarinERA (‘Marine European Research Area’: 2004-2008; budget: 2,954 miljoen euro) gelanceerd. MarinERA groepeert de belangrijkste RTD financierende organisaties in 13 Europese lidstaten, samen goed voor een jaarlijkse onderzoeksinvestering van ca. 100 miljoen euro. Het wordt gesteund door de Marine Board van de European Science Foundation (MB-ESF) en heeft associaties met zeven internationale netwerken van onderzoeksinstellingen (ICES, EuroGOOS, European Polar Board, IACMST, BONUS, ECORD-Net, EFARO) en met het Duitse en Franse nationale financierende orgaan. België is vertegenwoordigd door Federaal Wetenschapsbeleid en door de Vlaamse administratie Wetenschap en Innovatie, die zijn taak heeft gedelegeerd naar het VLIZ toe. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) vervult die rol bij onze noorderburen. Op de kick-off meeting in Parijs van 17 december 2004 (persbericht: http://www.esf.org/esf_pressarea_page.php?language=0&section=6&year=2004&newsrelease=81), is beslist dat het VLIZ de website en databanken van het mariene ERA-net zal aanmaken en hosten. Meer info bij Jan Mees: jan.mees@vliz.be (Tel.: 059/34 21 30).


4.3. ZEEP IN ZEE: EEN SCHONE NOORDZEE?

Met deze titel pakken de onderzoekers R. Laane (RIKZ), N. Jonkers en P. de Voogt (beide Universiteit Amsterdam) uit in de jongste editie van de Zoutkrant, het fraaie en boeiende tijdschrift van het Rijksinstituut voor Kust en Zee. Niels Jonkers onderzocht, op verzoek van het RIKZ, de concentraties aan zeepachtige substanties luisterend naar de naam ‘nonylfenolethoxylaten’ in de estuaria van Schelde en Rijn en in de Nederlandse kustzone. En wat waren de bevindingen? Zeep is niet zo onschuldig als het lijkt. Op heel wat plaatsen werd de norm overschreden, met mogelijke gevolgen voor de hormonale huishouding van vissen en schelpdieren. De productie van nonylfenolethoxylaten ligt wereldwijd op ca. 700.000 ton per jaar. Nogal wat van die zepen bereiken de zee. Bronnen voor dit goedje aan land zijn de chemische industrie en de zuiveringsinstallaties. Op zee is vooral de scheepvaart verantwoordelijk. Schepen gebruiken immers nonylfenolethoxylaten om hun laadruimen te reinigen en bij het oplossen van geloosde olievlekken. De grondstof voor deze producten, nonylfenol, wordt vaak samen met de nonylfenolethoxylaten aangetroffen. Naast hormoonverstorend is nonylfenol ook schadelijk gebleken voor het verenkleed van zeevogels. Het isolatievermogen wordt aangetast en de vogel wordt nat, krijgt het koud en wordt ziek. De hoogste concentraties aan beide producten bleken voor te komen dichtbij Antwerpen en in en rond scheepvaartroutes op zee. In afwachting van een verdere uitwerking en normering vanuit internationale instanties is het dan ook aan te raden het gebruik tot een minimum te beperken. Of zoals de auteurs van het artikel in de Zoutkrant stellen: “Met zeep kan je de Noordzee niet schoon krijgen”!


4.4. ZEEZOOGDIERENNIEUWS

Daar waar men vijftien jaar geleden nauwelijks waarnemingen noteerde van zeezoogdieren voor de Belgische en  Nederlandse kusten, is het nu wel even anders. Ook de afgelopen maanden kregen we spontaan weer heel wat meldingen binnen van interessante observaties van bruinvissen, dolfijnen, zeehonden, ja zelfs walvissen. Voor Nederlandse waarnemingen verwijzen we graag naar de website van Kees Camphuysen:
http://home.planet.nl/~camphuys/Cetacea.html. Een greep uit het aanbod voor de Belgische kust leert ons dat ook deze winter weer flink wat bruinvissen hun opwachting maken in de kustwateren, met heel regelmatige waarnemingen van levende exemplaren (info Instituut Natuurbehoud) en drie strandingen (http://www.mumm.ac.be/NL/Management/Nature/strandings.php) in de maanden november, december en januari. Daarnaast vermeldt de databank van BMM ook nog een aangespoelde Maanvis op 7 januari op het strand van Knokke-Heist, 1 Witsnuitdolfijn op het strand van Zeebrugge en meerdere Gewone en Grijze zeehonden. De zeevogeltellers van het IN registreerden ook nog 1 en 5 springlevende Witsnuitdolfijnen ter hoogte van resp. de Westhinder- en de Noordhinderbank op 23 november 2004, en troffen op 16 december 2004 zowaar  een dode, jonge Dwergvinvis aan voor de kust van Nieuwpoort. Het drijvende, nog verse kadaver werd de haven binnengesleept en voor autopsie afgevoerd naar de universiteit van Luik.


4.5. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.

We zouden het erg op prijs stellen als alle onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of na de verdediging het resultaat hiervan willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan
jan.seys@vliz.be voor opname in de VLIZINE.

§   op 24 januari is het alvast de beurt aan Peter Goethals, die aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Gentse universiteit een proefschrift verdedigt, getiteld: “Gegevensgebaseerde ontwikkeling van predictieve ecologische modellen voor benthische macroinvertebraten in rivieren”. Promotoren zijn prof. N. De Pauw en prof. P. Vanrolleghem (UGent).



5. VRAAGBAAK DE  ‘ZEELOODS’

Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys (jan.seys@vliz.be). We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.


DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.


COPYRIGHT
Copyright © 2005 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.


LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.


WEBSITE
http://www.vliz.be


VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Vismijn Pakhuizen 45-52 - B-8400 Oostende, Belgium
Tel.
+32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be

mark your calendar:
Dunes & Estuaries 2005 (Koksijde, Belgium, 19-23 September 2005)  http://www.vliz.be/de2005