VLIZINE
jrg. 7, nr. 6–7 (juni-juli 2006)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.



INHOUD

1. Kalender
1.1.De Noordzeedagen 2006: een must, ook voor Vlaamse zeeonderzoekers
1.2. Een eeuw marien onderzoek in Europa
1.3. Maritime & Port Symposium te Antwerpen

1.4. Nog meer mariene en estuariene symposia op til
1.5. De Atlantikwall nieuw leven ingeblazen

2. Publicaties
2.1. Filmpjes over de zee vrij beschikbaar
2.2. Affichereeks Belgisch zeeleven
2.3. Zijn we onze zeeën en oceanen aan het plastificeren?
2.4. Blauwdruk voor Europees maritiem beleid van de toekomst
2.5. Hoe met meeuwen omgaan in steden: een Schotse studie

3. Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Belgische Geologische Dienst zoekt geoloog voor onmiddellijke indiensttreding
3.2. Stagiaire gezocht voor Europees project rond schelpdiervisserij
3.3. Onderzoeksbeurzen bij het NATO Undersea Research Center


4. Varia
4.1. Grijze garnaal wordt Vlaams streekproduct en heel binnenkort ook Vlaamse mosselen op de markt
4.2. Bescherming van zeegebieden internationaal in de lift
4.3. Windmolens in Belgische Noordzee: een stand van zaken
4.4. Kennis van de zee: hoe is het ermee gesteld?
4.5. Zeezoogdierennieuws
4.6. Doctoraatsverdedigingen e.a.


5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’

1.1. DE NOORDZEEDAGEN 2006: EEN MUST, OOK VOOR VLAAMSE ZEEONDERZOEKERS
Voor wie ze niet kent: de Noordzeedagen zijn het jaarlijkse forum voor wetenschappers, gebruikers van de zee en beleidsmakers in Nederland. Het is steevast een boeiend en sterk informatief gebeuren op het raakvlak van beleid en onderzoek, beurtelings georganiseerd door een andere Nederlandse instelling. Tevens is het ook dé plek om als Vlaams zeeonderzoeker te verbroederen met en bij te leren van onze noorderburen. Dit jaar vinden de Noordzeedagen bovendien plaats in Vlissingen (Hotel Arion), wat deelname voor Vlamingen extra aantrekkelijk maakt. Het NIOO-KNAW en Wageningen-IMARES, beide met vestigingen in Zeeland, zijn de organisatoren. Als centrale thema’s noteren we o.a. ontwikkeling van natuur- en gebruiksfuncties in kustzones, eutrofiëring en voedselwebecologie, marine genomics, biogeomorfologie en sedimentbeheer. Niet te missen! Meer informatie: www.noordzeedagen.nl.



1.2. EEN EEUW MARIEN ONDERZOEK IN EUROPA
Onder die titel organiseert het Institut Océanographique de Paris - i.s.m. de European Federation of Marine Science and Technology Societies (EFMS) en de Union des Océanographes de France (UOF) - van 13 tot en met 15 september een symposium te Parijs. Tevens koppelt ze aan deze conferentie de viering van haar honderste verjaardag. Het congres zal een unieke gelegenheid bieden aan Europese oceanografen om ervaringen uit te wisselen en te belichten hoe de zeewetenschappen de voorbije eeuw in Europa zijn geëvolueerd. De openingsdag biedt, naast een postersessie, de kans om het instituut en bijhorende bibliotheek te bezoeken. Op 14 en 15 september wordt ingezoomd op respectievelijk de ontwikkelingen in de kust- en mariene wetenschappen en de samenwerking tussen landen onderling in de Europese Unie. Registratie is gratis en kan via: http://www.uof-assoc.org/.  


1.3. MARITIME & PORT SYMPOSIUM TE ANTWERPEN
Het ITMMA Maritime and Port symposium beoogt de uitwisseling van ideeën tussen academici en industriëlen en gaat in op de uitdagingen waarvoor zeehavenbeheerders zich heden ten dage gesteld voelen. Dit tweedaags symposium (26-27 september 2006) is een organisatie van het Institute of Transport & Maritime Management van de Universiteit Antwerpen (ITMMA), de European Sea Ports Organisation (ESPO), de Antwerpse haven en de Dalian Maritime University (China). De eerste dag behandelt vooral de ontwikkelingen op de markt die van invloed zijn op zeehavens, tijdens de tweede dag komt de rol en het functioneren van zeehavens binnen de snel veranderende omgeving aan bod. Een preliminair programma en de registratie-informatie zijn terug te vinden op: http://www.ua.ac.be/itmmaps2006.


1.4. NOG MEER MARIENE EN ESTUARIENE SYMPOSIA OP TIL
September-oktober zijn traditioneel drukke symposiummaanden. Naast hoger genoemde conferenties zijn er o.a. ook nog:

  5de European Conference on Ecological Restoration, 22-25 augustus 2006 (Greifswald, Duitsland): http://www.uni-greifswald.de/SER2006

  41ste European Marine Biology Symposium, 4-8 september 2006 (Cork, Ierland): http://www.embs41.ucc.ie

  Coastal Zones congres, 6-7 september 2006 (Vannes, Frankrijk): http://web.univ-ubs.fr/congres-gdm

  Littoral 2006, 18-20 september 2006 (Gdansk, Polen): http://www.littoral2006.gda.pl/

  To sea or not to sea, 21-23 september 2006 (Brugge, België): http://www.vliz.be/marcol/

  Estuaries and Lagoons symposium (ECSA), 15-20 oktober 2006 (Venetië, Italië): http://venus.unive.it/ecsa2006/index.html

  International Conference on Marine Incidents Management, MIMAC 2006, 19-20 oktober 2006 (Brugge, België): http://www.vliz.be/projects/mimac/symp.php


1.5. DE ATLANTIKWALL NIEUW LEVEN INGEBLAZEN
Na jaren van verwaarlozing blijken de resten van de imposante verdedigingsgordel die de Atlantikwall vormde, doorheen Europa weer meer en meer naar waarde te worden geschat. Daarom wijdt het Domein Raversijde dit jaar bijzondere aandacht aan dit onderwerp. Momenteel – en nog tot 12 november 2006 – is er in de bovenzaal van het Memoriaal een tentoonstelling opgezet, die zowel uit historisch als actueel standpunt de Atlantikwall belicht. Daarbij wordt o.a. uitvoerig ingegaan op de doorgedreven standaardisatie bij de constructie van meer dan tienduizend bunkers langs de Europese kust, geven originele filmbeelden een indruk van de reusachtige werken en krijgt de bezoeker ook informatie over de sites die langsheen de Atlantische kust openstaan voor bezoek. Aansluitend op deze tentoonstelling grijpt van 16 tot 19 november 2006 te Raversijde een internationaal congres plaats over dit onderwerp, met mogelijkheid tot bezoek aan diverse sites in binnen- en buitenland. Meer info: http://www.west-vlaanderen.be/raversijde. 


2.1. FILMPJES OVER DE ZEE VRIJ BESCHIKBAAR
Eén van de grootste problemen bij het informeren van het brede publiek over de zee is de toegankelijkheid van dit medium. Als je bijvoorbeeld wil zien wat er op de bodem van onze Noordzee leeft, dan heb je al snel een schip en apparatuur nodig, of het geluk eens te mogen meevaren met een onderzoeksschip. Omdat dit allesbehalve vanzelfsprekend is, zeker niet voor grotere groepen mensen, vatte het VLIZ het idee op om rond de belangrijkste thema’s en activiteiten op zee informatieve filmpjes te ontwikkelen. Deze filmpjes bieden een algemene introductie tot diverse onderwerpen en kunnen als dusdanig zeker ook binnen het onderwijs hun nut bewijzen. In korte clips van 3-6 minuten, vrij toegankelijk via http://www.vliz.be/vmdcdata/photogallery/movies.php, kan je nu al kennismaken met onderwerpen als ‘baggeren op zee’, ‘beloodsing’, ‘leven op de zeebodem’, ‘leven in het strand’, ‘viskwaliteitscontrole’, ‘zandwinning op zee’ en ‘zeereddingen’. Een bijkomende reeks van 25 filmpjes is in ontwikkeling.


2.2. AFFICHEREEKS BELGISCH ZEELEVEN   
Vers van de pers zijn ook de eerste twee affiches over het dier- en plantenleven in het Belgisch deel van de Noordzee en de aanpalende kustzone. De affiche ‘Strandhoofden en havenmuren’ werd ontwikkeld i.s.m. afdeling Kust van MD&K, ‘Commerciële vissen e.a.’ is een product van samenwerking met het Instituut voor Landbouw- en Visserij Onderzoek en de vriendenkring Noordzeeaquarium. Binnen deze reeks in ontwikkeling worden voor diverse leefgebieden aan de kust of in zee telkens de 30 talrijkste of meest markante levensvormen fotografisch afgebeeld en benoemd. Door de goede kwaliteit van de foto’s (van de hand van natuurfotograaf Misjel Decleer) en de selectie van enkel de algemeenste soorten wordt tegemoet gekomen aan een vraag bij het publiek. De affiches op A1-formaat (ca. 60x89 cm) kunnen tegen productiekost (3 EUR/stuk) afgehaald worden bij het VLIZ.    
We melden ook nog dat recent een nieuwe zoekkaart van de meest voorkomende zeewieren is verschenen, als uitgave van de voormalige administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer AMINAL. Het is een  Nederlandstalige bewerking van ‘A key to common Seaweeds’ en de zoekkaart omvat determinatietabellen en getekende illustraties voor 36 algemene bruin-, groen- en roodwieren. Deze zoekkaart mag dan ook niet ontbreken in de tas van de strandgids of natuurvriend. Kostprijs: 1,5 EUR, te bekomen aan de balie in het bezoekerscentrum De Nachtegaal (De Panne) of te bestellen bij de cel NME&I van de Vlaamse overheid (http://www.milieueducatie.be/cel/cel-informatie.htm).


2.3.  ZIJN WE ONZE ZEEEN EN OCEANEN AAN HET PLASTIFICEREN?
Dat er heel wat plastic en andere kunststof in zee terechtkomt is een bekend fenomeen. De met plastic getooide vloedmerken liegen er immers niet om. Wat er met dit materiaal in zee op termijn gebeurt, is veel minder duidelijk. Uit recent onderzoek van dr. Richard Thompson van de universiteit van Plymouth (Science 304: 838) blijkt nu dat – ook onder de microscoop – slikken, stranden, zeebodems en de waterkolom bulken van de kunststof, maar dan in microformaat. Een belangrijk deel van dit micro-plastic blijkt gevormd door de mechanische fragmentatie van grotere kunststoffen objecten, zoals kledij, verpakkingen, touwen en netten. In aquariumproeven kon dr. Thompson bovendien aantonen dat kleine zeedieren (als zeepokken, zeepieren en vlokreeftjes) dit materiaal ook actief gaan opeten, met tot nu toe onbekende gevolgen. Verontrustend in dit opzicht is niet alleen de dramatische toename in de vervuiling met micro-plastics de afgelopen veertig jaar, maar ook de relatief recente evolutie om in tal van schoonmaakproducten, karweizepen en douchegels bewust micro-plastics (‘scrubbers’, cfr. ‘peeling-gels’) toe te voegen als schuurmiddel. Een evolutie die de deur lijkt te hebben geopend naar een moeilijk zichtbare, nauwelijks herstelbare ‘plastificering’ van het zeemilieu.


2.4. BLAUWDRUK VOOR EUROPEES MARITIEM BELEID VAN DE TOEKOMST
Op 7 juni 2006 was het zover. De ‘Green paper on a Future Maritime Policy’ kreeg groen licht van de Europese Commissie, na een uitgebreide bevraging van zoveel mogelijk direct betrokkenen. Met dit strategisch document wil de EU voor het eerst en op een geïntegreerde wijze uiting geven aan haar bezorgdheid om zeeën en oceanen op een duurzame wijze te exploiteren. De Commissie hoopt dat het voorliggende document een breed publiek debat op gang zal brengen, zowel over het basisprincipe om de EU een algemene strategie rond maritiem beleid te laten ontwikkelen als over de te ondernemen acties. Reageren op de Green Paper kan nog tot 30 juni 2007, of door een vragenlijst te beantwoorden of door individuele commentaren en opinies te ventileren. Feedback met de resultaten van de consultatie volgt eind 2007. Meer info: http://ec.europa.eu/maritimeaffairs/policy_en.html.


2.5. HOE MET MEEUWEN OMGAAN IN STEDEN: EEN SCHOTSE STUDIE
Geen enkel geluid wordt meer met de zee geassocieerd dan het krijsen van meeuwen. Toch doet het samenleven mens-meeuw af en toe ook wel wat stof opwaaien. Meeuwen zijn dan ook vaak echte cultuurvolgers die er niet voor terugschrikken om hun voordeel te doen bij hun nabuurschap met de mens. Opengepikte vuilniszakken, al te opdringerige brood bedelende exemplaren of krassen en uitwerpselen op wagens zijn daar enkele voorbeelden van (zie ook: http://www.vliz.be/docs/groterede/GR12_meeuwen.pdf). Vooral waar meeuwen zich in steden op de daken gaan vestigen, ontstaan wel eens problemen. Dat ervaart ook de Schotse bevolking, die met meer dan 12.000 paar stadbroedende meeuwen zit opgezadeld (ter vergelijking: 200-300 paar in België). In een recent verschenen overzichtsstudie rapporteren de BTO Scotland en het Centre for Conservation Science van de Stirling University over hun ervaringen met stadsmeeuwen. Eén van de belangrijkste conclusies is alvast dat alle technieken aangewend om meeuwen te verjagen van plaatsen waar ze storend zijn, ofwel praktische, dan wel financiële of ethische keerzijdes hebben en dat het dus maar beter is de meeuwen geen kans te bieden tot vestiging op daken waar problemen kunnen worden verwacht (http://www.scotland.gov.uk/Publications/2006/05/18113519/0).


3.1. BELGISCHE GEOLOGISCHE DIENST ZOEKT GEOLOOG VOOR ONMIDDELLIJKE INDIENSTTREDING
De Belgische Geologische Dienst is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Het staat in voor het beheer van uitgebreide aardkundige collecties en van een belangrijk geologisch documentatiecentrum (www.natuurwetenschappen.be/geology). Voor een project rond stratigrafische interpretatie van diepe boringen in België a.d.h.v. geofysische boorgatmetingen, zoekt deze dienst voor onmiddellijke indiensttreding een voltijds medewerker voor een periode van 12 maand. De voorkeur gaat naar een MSc in Geologie, met kennis van lithostratigrafie en gesteentenkarakterisatie van België. Solliciteren dient te gebeuren vóór 15 september 2006. Meer info:
www.natuurwetenschappen.be/institute/jobs/index_html


3.2. STAGIAIRE GEZOCHT VOOR EUROPEES PROJECT ROND SCHELPDIERVISSERIJ
Het in Brussel gevestigde Institute for Infrastructure, Environment and Innovation (www.imieu.org) is op zoek naar een stagiaire voor het opvolgen van een Europees project rond schelpdiervisserij. Gemotiveerde en gediplomeerde universitairen, met goede kennis van het Engels en basiskennis Nederlands/Frans, kunnen uiterlijk tot 29 augustus hun cv opsturen t.a.v. Frank Neumann, Hoogstraat 125, B-1000 Brussel. Meer info via info@imieu.org of telefonisch op 02/511 66 02.  


3.3. ONDERZOEKSBEURZEN BIJ HET NATO UNDERSEA RESEARCH CENTER
De NAVO beschikt over drie onderzoeksorganisaties, waarvan het NURC (NATO Undersea Research Centre) in het Italiaanse La Spezia zich toespitst op zeeën en oceanen (www.nurc.nato.int/). Jaarlijks voorziet dit centrum in een aantal onderzoeksbeurzen (3-6 maand) voor universiteitstudenten en/of afgestudeerden uit NAVO-landen. De geselecteerde studenten worden begeleid door gevestigde wetenschappers en werken in een internationale context. Wil je weten over welke onderzoeksvelden het gaat en hoe je kunt meedingen naar een beurs, raadpleeg dan: www.nurc.nato.int/employ/rap.html. Let wel, alle Belgische kandidaturen dienen via Renaud Flamant (Renaud.Flamant@mil.be; 02/701 60 74) van het NURC te gebeuren.


4.1. GRIJZE GARNAAL WORDT VLAAMS STREEKPRODUCT EN HEEL BINNENKORT OOK VLAAMSE MOSSELEN OP DE MARKT
Grijze garnalen gevangen door Vlaamse vissers krijgen voortaan als streekproduct het label ‘Purus’ mee. Dat garandeert niet alleen een gunstiger afzet voor de visser, maar ook een verser en zuiverder eindproduct. Immers, om te voldoen aan de criteria moet een ‘Purus’ ongepelde garnaal gevangen zijn door een Belgisch vissersvaartuig, waarbij het vissen niet langer dan 24 uur mag duren. De garnalen worden aan boord gekookt en zonder toevoeging van bewaarmiddelen verpakt (www.vlaamsegarnaal.be). Intussen werken ook Nederlandse garnalenvissers samen met de Stichting De Noordzee en de Waddenvereniging aan een verduurzaming van deze visserij. Op de site http://www.crangon.nl kun je lezen hoe deze samenwerking kan leiden tot een zowel economisch, sociale als meer ecologische garnalenvisserij.

En op 17 augustus werden de eerste Vlaamse mosselen aan de pers voorgesteld. Sedert 1999 al experimenteerde José Reynaert, een scheepstechnieker uit Leffinge, voor de kust van Nieuwpoort met het kweken van hangcultuurmosselen in volle zee. Samen met reder Willy Versluys diende de heer Reynaert vervolgens een aanvraag in voor de start van een commerciële kweek. De aanvraag werd op 7 juli jl. goedgekeurd en eind augustus zal de eerste lading Vlaamse hangmosselen verkocht worden via het Oostends mosselverwerkingsbedrijf Mytilus. Een tweede aanvraag door de Stichting Duurzame Visserij Ontwikkeling werd eveneens goedgekeurd en zal de aanzet vormen voor experimenten in andere zeegebieden, waaronder het geplande windmolenpark t.h.v. de Thorntonbank.


4.2. BESCHERMING VAN ZEEGEBIEDEN INTERNATIONAAL IN DE LIFT
Om zeeën en oceanen te behoeden voor een al te drieste exploitatie, krijgen specifieke zones steeds vaker een beschermingsstatuut en –maatregelen. Tussen 1950 en 2005 namen het aantal en de oppervlakte aan marien beschermde gebieden wereldwijd reeds gevoelig toe van 220 (34.000 km2) tot 4600 (2,2 miljoen km2), of 0,6% van de totale oppervlakte van de wereldzeeën (zie: http://www.mpaglobal.org en voor een overzichtsartikel: http://www.vliz.be/docs/groterede/GR16_MPAs.pdf). Recent namen meerdere landen belangrijke initiatieven en werden uitgestrekte zones toegevoegd aan de lijst. Zo kondigde de eilandstaat Kiribati (halfweg tussen Fidji en Hawaii in de Stille Oceaan) aan 184.700 km2 te zullen beschermen rond de Phoenix eilanden (http://neaq2.securesites.net/special/phoenixislands/), lanceerde de overheid van Nieuw-Zeeland een voorstel om 1,2 miljoen km2 van zijn EEZ te beschermen, en deed ook de USA een aardige duit in het zakje met de aanduiding van de Aleutian Islands Habitat Conservation Area (957.000 km2) en het Northwestern Hawaiian Islands National Monument (362.000 km2: http://www.hawaiireef.noaa.gov/).
Van een gans andere orde zijn de 115 ha nieuw gecreëerde mariene wetlands in het Engelse Essex (Wallasea Wetlands Creation project: http://news.bbc.co.uk/1/hi/england/essex/5143802.stm). Door de doorsteek van een zeedijk wordt hier beoogd om slikken, lagunes en eilanden te doen ontstaan, ter compensatie van elders verdwenen vogelhabitats.


4.3. WINDMOLENS IN BELGISCHE NOORDZEE: EEN STAND VAN ZAKEN
Vijf jaar nadat de eerste concrete plannen voor offshore windparken in Belgische zeewateren opdoken, lijkt een verdere ontwikkeling zich door te zetten. Drie projecten staan momenteel op stapel:

  het C-Power project, dat in het najaar reeds start met de bouw van de funderingen voor een windpark op de Thorntonbank; na de bouw van de eerste zes molens in 2007 zal finaal een configuratie van 60 turbines van elk 3,6-5 MW (216-300 MW) worden ontwikkeld op ca. 27-30 km uit de kust (www.c-power.be)

  het Eldepasco-project - een consortium van de bedrijven Electrawinds, Depret, Aspiravi, Colruyt en WE-Power – dat een domeinconcessie verkreeg voor de ontwikkeling van 36 x 6 MW (216 MW) turbines op de Bank zonder Naam (ca. 38 km uit de kust), heeft nog een bouw- en exploitatievergunning nodig alvorens te kunnen starten met de bouw

  het Belwind-project, als dochterbedrijf gelieerd aan de Nederlandse groep Econcern – dat o.a. offshore windparken ontwikkelt in Nederland (Q7: 120 MW) en Engeland (Sheringham Shoal: 315 MW) – en op de Bligh Bank 66 turbines van 5 MW (330 MW) wil uitbouwen; de domeinconcessie is aangevraagd (www.econcern.com/press.asp).

Samen kunnen deze drie projecten groene stroom leveren aan 600.000 gezinnen, of de helft van de 6% hernieuwbare stroom verzekeren waarvoor België zich tegen 2010 heeft geëngageerd.

In het kielzog van deze windparken verschijnen ook steeds meer publicaties die de milieueffecten voorspellen of monitoren. Recent nog publiceerde het tijdschrift Ibis (nr. 148: p. 90-109) een Duitse studie van Ommo Huppop et al., waarin de auteurs een compilatie hebben gemaakt van alle beschikbare informatie sinds 2003 over vogeltrek over de Duitse Bocht en de interactie met windmolens. Interessant is o.a. het gegeven dat de helft van de trekvogels op ‘gevaarlijke’ hoogte blijkt te vliegen t.o.v. de molenwieken en hun suggestie om de turbines niet permanent te verlichten, maar te laten knipperen om zo te vermijden dat zangvogels, aangetrokken door de lichtbron, zich te pletter vliegen.


4.4. KENNIS VAN DE ZEE: HOE IS HET ERMEE GESTELD?
We berichtten vroeger reeds over een Vlaamse studie van de VLIZ-Arteveldehogeschool, waarbij 1250 personen werden bevraagd naar hun kennis van de zee en naar hun informatienoden. In het juli 2006 nummer van http://www.sea-technology.com verschenen nu ook de resultaten van een Amerikaanse bevraging bij 1233 personen, die opvallende parallellen tonen met de vorige studie. De ondervraagden werden gepolst naar hoe goed ze zichzelf geïnformeerd voelden over kustgebonden beleidskwesties, en naar hun kennis van die materie en van specifieke termen en concepten. Als belangrijkste resultaat onthouden wij alvast dat ook voor de Amerikaanse bevolking nog heel wat kan gesleuteld worden aan de gebrekkige kennis van de zee, en dat de kennis toeneemt naarmate de kust vaker bezocht wordt (voor recreatie en/of beroepsmatig). De auteur van deze studie, prof. Brent Steel, besluit hieruit dat pogingen om die kennis te verhogen meest kans maken als ze ook daadwerkelijk bezoeken aan de kust – bv. voor studenten – in het pakket opnemen of m.b.v. digitale technieken de kust ‘tot bij de mensen brengt’.


4.2. ZEEZOOGDIERENNIEUWS
Met de zomer in het land is het aantal meldingen van bruinvissen in vrije val geraakt. Visser Patrick Vandenbroucke uit Oostende meldde nog 3 bruinvissen op 24 juni t.h.v. de Wenduinebank (51°18’ en 02°57,5’), die het vissende schip dicht naderden. 


4.6. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.

¬   Inneke Van de Vijver mocht op 3 mei 2006 met succes haar doctoraat m.b.t. de ‘Blootstelling en effectevaluatie van perfluorverbindingen op mariene en estuariene organismen’ verdedigen aan de Universiteit Antwerpen. Proficiat, Inneke!

We zouden het erg op prijs stellen als ook andere onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of na de verdediging het resultaat hiervan willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be voor opname in het VLIZINE.


5. VRAAGBAAK DE ‘ZEELOODS’
Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys (jan.seys@vliz.be). We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.

DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.
 

COPYRIGHT
Copyright © 2006 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.

WEBSITE
http://www.vliz.be


VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Wandelaarkaai 7 - B-8400 Oostende, Belgium
Tel.
+32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be