Informatieblad uitgegeven door het Vlaams Instituut voor de Zee

De Grote Rede

Nieuws over onze kust en zee

#48 september 2018




Edito

Duurzame ontwikkeling: de problemen aanpakken, nieuwe mogelijkheden verkennen en dit alles op zo’n wijze dat de toekomstige generaties daar alleen maar beter van worden. Dat is de uitdaging waar ook zeebeheerders vandaag voor staan.

De fris gelanceerde ‘Blauwe Cluster’ – een samenwerking tussen maritieme bedrijven en de overheid – ziet het als zijn missie, maar ook de staatssecretaris voor de Noordzee zet erop in bij de voorbereiding van de herziening van het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026. Geen simpele opdracht, niet in het minst omdat vele partijen binnen dit maatschappelijk debat tevreden moeten worden gehouden. En niet gemakkelijk omdat er vaak nog heel wat onbekende factoren een rol spelen…

Zo bleek recent nog in het “eilandendebat”. Om de kust tot 2100 te beschermen tegen een stijgende zeespiegel onderzoekt de Vlaamse overheid of de aanleg van een eilandenboog daarin een rol kan spelen. Experts zijn het er immers over eens dat de maatregelen die vandaag aan de orde zijn binnen het Masterplan Kustveiligheid en onze kust met strandsuppleties, havenmuurtjes en een stormvloedkering in de IJzermonding beschermen tegen superstormen tot 2050, tegen het eind van de eeuw niet meer zullen volstaan. De ontwikkeling van een klein proefeiland voor de kust van Knokke moet dienen om wetenschappelijke onzekerheden weg te werken. Maar nog voor een concreet voorstel voor een testeiland op tafel ligt, wordt het idee door de Knokse burgemeester de zeebodem ingeheid. Nauwelijks enkele weken later en onafhankelijk van bovenstaand voorval verklaart de Nederlandse overheid dat het gaat onderzoeken wat te doen als de zeespiegel tegen 2100 niet met maximum één meter, maar mogelijk wel met 2-3 meter stijgt. Nieuw onderzoek op de Zuidpool is de aanleiding hiervoor. Pittig detail: een van de conclusies uit het Nederlands rapport luidt dat er twintig keer meer zand zal nodig zijn om de lage landen te beschermen, zandvoorraden die we in België alvast niet hebben…

Wetenschap heeft niet de taak waardeoordelen uit te spreken of een politieke stelling in te nemen binnen het maatschappelijk debat. Wel levert het uitermate belangrijke onderbouwing aan de discussie, en soms bijna letterlijk ‘grond om op te bouwen’. Transparantie rond deze bevindingen, en het delen van deze kennis met een zo breed mogelijk publiek, zijn twee bijkomende essentiële componenten van een moderne maatschappij. Met De Grote Rede zet het VLIZ al achttien jaar haar schouders onder deze taakstelling. Ook in dit nummer passeren heel wat onderwerpen de revue: het plastic probleem van de wereldzeeën, de technologische ontwikkelingen van de offshore windenergiesector, de zoektocht naar archeologische vondsten met metaaldetector, en nog veel meer. Wij hopen alvast dat we jou, samen met de bijna 9000 andere abonnees, met de inhoud van dit tijdschrift een betrouwbare en heldere kijk op de wereld van zee en kust helpen bieden!

Kustkiekje

Welk weekdier zie je op deze foto?

Antwoorden kan op kustkiekjes@vliz.be met als onderwerp ‘Grote Rede nr. 48’. Uit alle juiste inzendingen wordt een winnaar geloot, die een boekenprijs wint.

Te land, ter zee en in de lucht: offshore windturbines

Mijn dochter van zeven kijkt verward op als ik haar vertel dat er een tweede schip is in de haven van Oostende die ‘Mercator’ heet. De eerste Mercator – de legendarische driemaster die sinds jaar en dag de Oostendse haven siert – is een icoon in een nieuw jasje, met een historiek en staat van dienst om stil van te worden. Misschien zal de tweede Mercator (de nieuwe opvallende rode onderhoudsboot van Esvagt) in de toekomst een gelijkaardig respect genieten, of ooit zelfs naast de laatste IJslandvaarder, de Amandine, zijn rustplaats vinden? Maar zover is het nog niet: voor deze Mercator is het momenteel alle hens aan dek om de offshore windparken perfect te onderhouden. “Waw papa, een hotelboot, is dat dan zoals een cruiseschip?”, vraagt mijn oudste dochter…

De voorbije maanden waren er nog wel meer merkwaardige schepen te bezichtigen in de haven van Oostende, met functies in het offshore windenergie gebeuren. De activiteiten in de havens zijn echter maar het tipje van de ijsberg. Hoog tijd dus voor een nieuwe update van de Belgische Offshore Windparken en alle installatieactiviteiten. Tevens beantwoorden we in onderliggend artikel enkele veel gestelde vragen: “Hoe groot zijn die windturbines?”, “Wat doen al die schepen in de haven?” en “Hoe snel wordt zo’n park opgebouwd”? In de rubriek ‘Stel je zeevraag’ van dit nummer van De Grote Rede krijg je tevens het antwoord op de vraag “Waarom staan windturbines soms stil”? De informatie vonden we ter land, ter zee en natuurlijk … in de lucht!

Almaar hoger, sneller en sterker

Een stand van zaken en een vooruitblik

De onderdelen van een offshore windpark

Met deze nieuwe zoekvensters voor offshore windenergiewinning komt het streefdoel van 4 GW offshore wind energieproductie in het vizier

Ter zee: geen ferries of hovercrafts maar jackups & valpijpschepen

Bij de aanleg en het onderhoud van offshore windparken zijn heel wat schepen betrokken. Deze vloot van offshore wind schepen vertoont een opvallend grote diversiteit. Met de enorme toename van offshore wind in Europa, en het sneller en verder in zee bouwen, zijn twee grote trends waar te nemen: de schepen worden steeds groter én meer gespecialiseerd. Dit geldt zowel voor de installatieschepen als voor de onderhoudsvaartuigen: deze laatste spelen in op langere verblijven op zee (soms overnachtingen van twee weken aan boord van hotelboten), een bredere inzetbaarheid en meer comfort voor de bemanning.

Transport- en installatieschepen

Onderhouds- en hotelschepen

Een offshore windpark bouwen: (heel veel) planning te land en dan bouwen op zee

Ontwikkeltijd offshore windpark op twee decennia meer dan gehalveerd

Om de huidige planning en ontwikkeling van de offshore windparken te kaderen is het nuttig even terug te blikken in de tijd. Er is immers een lange weg afgelegd in de voorbije twintig jaar. De allereerste aanvraag voor een offshore windpark in Belgische wateren dateert al van 1999. De benodigde uitvoeringsbesluiten geraakten gepubliceerd tussen 2000 en 2002, waarna de eerste projectaanvragen konden ingediend worden. Het zou echter nog duren tot 2009 vooraleer C-Power de eerste 6 windturbines effectief als proefproject kon installeren. De eerste fase van dit C-Power windpark had dus maar eventjes 10 jaar gekost, voornamelijk door het initiële gebrek aan wettelijk kader. Snel erna kwam Belwind, en mede dankzij die eerste ervaringen is de snelheid van ontwikkeling en opbouw van offshore windparken intussen meer dan gehalveerd. Dankzij dit pionierswerk is er in ons land unieke kennis en expertise opgebouwd. Hierdoor bekleedt België, spijts zijn kleine zee en het ontbreken van eigen fabrikanten, vandaag een toppositie (5de) op Europees vlak.

De ontwikkeltijd van een offshore windpark is op twee decennia meer dan gehalveerd.

Als het weer enigszins meezit…

Een gunstige wind voor de Belgische offshore-industrie

Op speurtocht met de metaaldetector – een onderbenutte informatiebron in de archeologie, toegepast op vroegmiddeleeuws Kust-Vlaanderen

Op Vlaamse velden kom je ze al eens tegen: vrouwen of (meestal) mannen met een metaaldetector, begeesterd door de archeologische artefacten die ze hopen aan te treffen in de ploeglaag. Velen van hen beoefenen de hobby al jaren, en legden op die tijd aanzienlijke collecties aan. Lange tijd was hobbymetaaldetectie in Vlaanderen, zoals in vele Europese landen, verboden. Archeologen beschouwden deze hobby als een vorm van plundering, en het contact tussen de erfgoedsector en de detectiegemeenschap verliep dan ook lange tijd stroef. Nu komt daar gelukkig verandering in. Met het in voege treden van het nieuwe decreet Onroerend erfgoed kunnen detectieliefhebbers sinds 1 april 2016 vrijelijk hun hobby beoefenen. En dat levert boeiende, nieuwe kennis op!

Metaaldetectie mag (mits een erkenning)!

Een leeg landschap?

De perceptie van een onderbenutte kust toentertijd heeft in de eerste plaats te maken met de aard van het kustlandschap. In de laat-Romeinse periode (3de-4de eeuw n.Chr.) was het kustgebied grotendeels verlaten door een samenloop van politieke, economische en ecologische omstandigheden. Wellicht was de enige uitzondering daarop de oude duingordel. Deze kustbarrière is vandaag grotendeels weg geërodeerd. Slechts enkele restanten in Cabourg-Ghyvelde (de zogenaamde ‘fossiele duinen’ van Adinkerke-De Panne) getuigen nog van die oude, verder landwaarts gelegen duingordel. Mettertijd slibden delen van het waddenlandschap op tot schorreneilanden die toegankelijk en zelfs bewoonbaar waren voor de mens. Archeologisch onderzoek in deze gebieden legde in het verleden reeds een handvol van die 7de- tot 10de-eeuwse nederzettingen bloot, getuigend van menselijke bewoning vóór de aanvang van de bedijking (bv. Leffinge-Oude Werf).

Metaalvondsten bieden nieuw inzicht in hoe dit landschap geleidelijk door de mens werd ingepalmd.

De toegevoegde waarde van het speurwerk met metaaldetectoren

Vondsten als spiegels voor economie, mode en groepsidentiteit

Munten wijzen op vroege handel

Hoe een ‘noordelijke’ mode haar intrede doet

Wat vertellen ons de aangetroffen griffioenfibula’s en paardenaccessoires?

Waarheen met metaaldetectie in Vlaanderen?

Dankwoord

Met dank aan alle partners van MEDEA en het tentoonstellingsproject, niet in het minst de bijdragende detectorgebruikers. De vondstfoto’s zijn (c) Raakvlak.

Lees meer

MEDEA is online te vinden op https://www.vondsten.be. Voor de basisinformatie over de hierboven vernoemde vondsten, zie: https://vondsten.be/collections/42942.

Een uitgebreidere bespreking van het vroegmiddeleeuwse vondstensemble uit de Vlaamse kustvlakte, waarop dit beknopte artikel gebaseerd is, verscheen bij V.O.B.o.W. (http://vobow.be/home/wa) als volume 22 in de reeks West-Vlaamse Archaeologica, en dit  onder de titel ‘Een vergeten tijd gedetecteerd. Metaalvondsten uit de Vlaamse kuststreek, 600-1100 n.Chr.’.

* Deckers P. (2013). A Toponymic Perspective on the Early Medieval Settlement of the Southern North Sea Shores of Mainland Europe. Journal of the English Place-Name Society 44: 12–33.

* Deckers P. (2014). Between Land and Sea. Landscape, Power and Identity in the Coastal Plain of Flanders, Zeeland and Northern France in the Early Middle Ages (AD 500-1000). Unpublished PhD dissertation, Vrije Universiteit Brussel, 2014.

* Deckers P. (2017). Een vergeten tijd gedetecteerd. Metaalvondsten uit de Vlaamse kuststreek 600-1100 n.Chr. West-Vlaamse Archaeologica 22. Roeselare: V.O.B.o.W.

* Loveluck C. & D. Tys (2006). Coastal Societies, Exchange and Identity along the Channel and Southern North Sea Shores of Europe, AD 600–1000. Journal of Maritime Archaeology 1: 140–69.

* Wamers E. (1994). Die Frühmittelalterlichen Lesefunde Aus Der Löhrstraße - Baustelle Hilton II in Mainz. Mainzer Archäologische Schriften 1. Mainz: Landesamt für Denkmalpflege Rheinland-Pfalz - Abteilung Archäologische Denkmalpflege Amt Mainz.

Marien zwerfvuil: van droeve cijfers tot hoopvolle initiatieven

Het eerste synthetische plastic (‘bakeliet’) deed zijn intrede in 1907, dankzij onze landgenoot Leo Baekeland. Nu, een dikke eeuw later, komt plastic of kunststof voor in alle vormen en maten: van verpakkingsmateriaal en drinkflessen, tot touw en kledijvezels, vaak ter vervanging van natuurlijke materialen als hout, steen, leer, metaal of glas. Maar wat in de 20ste eeuw nog beschreven werd als ‘hét wonderproduct’, zorgt nu voor een van de meest zichtbare vormen van vervuiling, op land maar zeker ook in zee...

AFVALEILAND OF PLASTIC SOEP?

Ondanks de bewustwording omtrent deze afvaleilanden en de plastic soep wereldwijd, blijft de globale plastic productie toenemen. In 2016 bedroeg die maar liefst 335 miljoen ton, waarvan 60 miljoen ton in Europa. Hiervan komt jaarlijks naar schatting gemiddeld 8 miljoen ton terecht in zee. Van dit afval zinkt 94% naar de zeebodem, bevindt zich circa 1% drijvend aan het oppervlak en spoelt gemiddeld 5% aan. Alle plastic in zee gaat ook geleidelijk verbrokkelen tot kleinere fragmentjes (zie ‘Microplastics’).

PLASTIC SOEP IN DE NOORDZEE, WAAR KOMT HET VANDAAN?

Van groot…

… tot klein: de zogenaamde microplastics

WAT IS HET GEVOLG VAN AL DIT PLASTIC IN ZEE?

Eerst de vaststelling

Grotere ronddrijvende plastic voorwerpen veroorzaken wereldwijd heel wat ellende. Schildpadden, pinguïns en andere kust- en zeevogels, walvissen, zeehonden en dolfijnen kunnen verstrengeld raken in plastic lijnen. Of ze kunnen de kunststof voorwerpen verkeerdelijk aanzien als voedsel, met een (deels) geblokkeerd spijsverteringsstelsel als gevolg. Minder zichtbaar zijn de gevolgen van verstrengeling, waarbij dieren onderwater vast komen te zitten in losgeraakte of verloren gegane vislijnen of netten. Gemaakt uit synthetische materialen veroorzaken die nog lange tijd na het verlies ervan problemen. Dieren geraken erin verstrengeld, verwonden zich hierbij, of sterven aan uitputting, verdrinking of uithongering. Magen van Noordse stormvogels uit de Noordzee bevatten gemiddeld 34 stukken plastic. Om het even in perspectief te zetten: bij de mens zou dat gelijk staan met een lunch-box vol plastic in de maag. Ook voor zeezoogdieren kunnen de gevolgen fataal zijn: in februari 2017 spoelde op het Noorse eiland Sotra een walvis aan met meer dan 30 plastic zakken in zijn maag, en in juni 2018 is een walvis gestorven in het zuiden van Thailand met maar liefst 80 plastic zakken in de maag.

Niet alleen de grote stukken plastic zorgen voor problemen. Zo kunnen allerhande diertjes (zoals dierlijk plankton, mosselen, garnalen en oesters) microplastics opnemen waardoor die het voedselweb binnendringen. De mossel is momenteel het meest onderzochte organisme in de context van microplastic-vervuiling. Mosselen van bij ons bevatten gemiddeld 90 deeltjes microplastic per kwartje kilo. Een maaltijd ‘Moules nature’ zorgt dus al snel voor de opname van honderden deeltjes kunststof.

Magen van Noordse stormvogels uit de Noordzee bevatten gemiddeld 34 stukken plastic. Bij de mens zou dat gelijk staan aan een lunch-box vol plastic in de maag.

En wat met de impact?

HOE MOET HET NU VERDER?

Er is een groeiend bewustzijn dat het buitensporig verbruik van wegwerpplastic zo niet verder kan. Tijd voor actie, dachten initiatieven als de ‘Zero Waste Week’, ‘Mei PlasticVrij’, afvalarme winkels, ‘Mooimakers’, gemeentelijke lenteschoonmaakacties, enzovoort. Maar ook voor het opruimen van afval aan de kust en in zee bestaat intussen een waaier aan burgerinitiatieven. Zo verzamelden 3750 vrijwilligers ter gelegenheid van de jaarlijkse ‘Eneco Clean Beach Cup’ aan de Belgische kust, recent nog 5,5 ton afval over de hele kustlijn en dit op één dag! Naast jaarlijkse evenementen zijn er ook continue initiatieven zoals de Proper Strand Lopers, een Facebookgroep van vrijwillige strandopruimers die intussen al meer dan 4800 leden telt! Ook de vissers, eerder in België en nog steeds in Nederland, dragen hun steentje bij via het project ‘Fishing For Litter’. Het afval dat in hun visnetten belandt, wordt zo aan land gebracht en afgevoerd.

Maar vanuit de basis ontsproten ook grootschalige projecten. Zo besloot de jonge Nederlander Boyan Slat een constructie te bouwen die drijvend afval in de grote oceaanwervels verzamelt. Via fundraising slaagde hij erin het project “Ocean Cleanup” te lanceren (zie kader). Ondertussen werd hiervoor een nieuw prototype uitgetest voor de kust van Nederland en begin september 2018 gelanceerd in de Grote Oceaan. Wetenschappers hebben hierbij wel enkele bemerkingen. Zo vragen ze zich af hoe deze constructie al het afval op de zeebodem en op de stranden zal opruimen? Of ook wat de impact zal zijn op de zeediertjes of bijvoorbeeld viseitjes die tussen dit afval drijven? Maar ook of de constructie wel zal standhouden bij stormen en sterke zeestromingen… In ieder geval lijkt proberen beter dan nietsdoen en toekijken. De toekomst zal de rest wel uitwijzen!

Uiteraard is het opruimen van plastic afval niet voldoende. We produceren en verbruiken immers een groeiende hoeveelheid kunststof. Om écht iets te veranderen, komt onze levensstijl in het vizier. Plastic is een zeer moeilijk afbreekbaar product, en dus is het tegenstrijdig dat we dit toepassen voor éénmalig gebruik. Of pas deze regel toe: indien je het plastic niet kan hergebruiken, weiger het dan (“If you can’t reuse it, refuse it”)!

Ondertussen bestaan er tal van websites met tips & tricks om zelf jouw plastic afvalberg te verminderen (bv.: https://www.nederlandschoon.nl/wat-jij-kan-doen/werkstuk-zwerfafval/wat-zwerfafval).

TIJD VOOR ACTIE!

Op meerdere niveaus is men intussen in actie gekomen. In het kader van de nieuwe Europese Plastic Strategie stelde de Europese Commissie recent nog nieuwe regels voor die het gebruik van wegwerpplastic sterk moeten verminderen. Europa wil producten zoals plastic rietjes, borden, wattenstaafjes en bestek helemaal verbieden. Er bestaan tenslotte alternatieven voor deze producten (bv. bordjes uit bamboe). Ook de Openbare Vlaamse Afval Maatschappij OVAM heeft een Vlaams actieplan opgesteld met maatregelen om marien zwerfvuil aan te pakken. En op federaal niveau lanceerde de Staatssecretaris voor de Noordzee nu ook een actieplan om marien zwerfvuil te bestrijden, een volgende hoopvolle stap in de richting van een totaalaanpak.

* Belgische Staat (2018). Herziening van de initiële beoordeling voor de Belgische mariene wateren. Kaderrichtlijn Mariene Strategie – Art 8, lid 1a & 1b . [Openbare raadpleging]. BMM/Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: Brussel. 228 pp

 

* De Tender, C.A. (2017). Microbial community analysis in soil (rhizosphere) and the marine (plastisphere) environment in function of plant health and biofilm formation. PhD Thesis. Ghent University: Gent., 254 pp

 

* Devriese L. & C. Janssen (2017). Overzicht van het onderzoekslandschap en de wetenschappelijke informatie inzake marien zwerfvuil en microplastics in Vlaanderen. VLIZ Beleidsinformerende Nota's, 2017_001. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ): Oostende. ISBN 978-94-92043-34-4. 26 pp.

 

* Devriese, L.; Vandendriessche, S.; Janssen, C. (2017). Zeevruchten: Microplastics op je bord?, in: De Grote Rede 46. De Grote Rede: Nieuws over onze Kust en Zee, 46: pp. 20

 

* Everaert G., L. Van Cauwenberghe, M. De Rijcke, A. Koelmans, J. Mees, M. Vandegehuchte & C. Janssen (2018). ‘Risk assessment of microplastics in the ocean: modelling approach and first conclusions’ – Environmental Pollution.

 

 

Spermaceti? Dit keer geen plastic...

Op de foto: witte vettige brokken, gevonden op een strand in Denemarken: ”Of dat spermaceti kon zijn” vroeg de schrijver van de e-mail hoopvol. Walschot of spermaceti – nee, dat heeft niets met sperma te maken, al gaf het de Engelse naam ‘sperm whale’ aan de Potvis – is een witte, wasachtige stof die in de kop van potvissen voorkomt. Vroeger was het tamelijk waardevol. Men maakte er kaarsen, zeep, cosmetica en machineolie van.

Neen dus, wel paraffine!

Wat is paraffine en hoe komt het op het strand terecht?

Paraffine ‒ een mengsel van pure koolwaterstofverbindingen ‒ is een natuurlijk bestanddeel van aardolie dat er door raffinage uit gewonnen wordt. Zuiver is het kleur-, reuk- en smaakloos. Al bij al vrij onschadelijk. Schepen vervoeren deze grondstof als bulkproduct. De afzettingen die zich in de tanks en in de leidingen van olietankers en boorplatforms vormen, moeten regelmatig verwijderd worden. Het mag zelfs op zee geloosd worden onder strikte voorwaarden, bepaald door het Internationaal Verdrag ter Voorkoming van Verontreiniging door Schepen: meer dan 13 mijl (21 km) uit de kust en in water dieper dan 25 m. Dat zou moeten verhinderen dat het de kust bereikt. Maar het goedje blijft lang drijven, lang genoeg om, onder bepaalde omstandigheden, toch aan te spoelen. Daar breekt het op een 4-5 weken tijd af, onder invloed van de uv-straling van de zon en bacteriën die paraffine gebruiken als koolstofbron.

De paraffine op onze stranden is doorgaans afkomstig uit de Noordzee, soms van verdere oorden. Een stranding in mei 2016 bijvoorbeeld kon ik terug voeren tot een lozing in de Golf van Biskaje. Eerder waren gelijkaardige brokken namelijk al aangespoeld op Engelse stranden. Daar zorgden ze voor nogal wat commotie. Het spul werd immers niet als paraffine herkend maar als palmolie. Ook dat is een witte, vettige substantie waarvan de resten mogen geloosd worden. De ophef ontstond vooral omdat palmolie dodelijk zou zijn voor honden. Die kunnen palmolie maar heel moeilijk verteren. De Britse tabloids, nooit van enige kritische zin en nuance gespeend, brachten het nieuws breed uitgesmeerd met allerlei afschuwelijke quotes in de trant van “Poisonous fatbergs are invading Britain's shores, riddled with killer germs and deadly bacteria” en vergezeld van afschrikwekkende foto’s. Gevolg: stranden werden gesloten, honden thuisgehouden en meer van die maatregelen.

Is paraffine dan zo onschadelijk? Toch niet. Noorse stormvogels nemen brokjes paraffine op – ze denken dat het voedsel is – maar verteren het niet. Ze kunnen het ook niet, zoals meeuwen, uitbraken. In de maag van bijna een op vier dode Noordse stormvogels zitten dan ook brokjes paraffine.

Binnenkort niet meer te vinden?

Dat zou mooi zijn. Paraffine mag dan op zichzelf niet giftig zijn, vervuilde paraffine is dat wel. Door verontreinigingen met olieresten of agressieve schoonmaakproducten treden bruine en gelige verkleuringen op. En de brokken kunnen andere aromatische verbindingen bevatten die wel giftig zijn. Soms ruiken ze zelfs naar dieselolie. Toch wel reden voor enige ongerustheid. Daarom werkt men aan strengere lozingsnorm en zelfs een verbod. We houden het in de gaten.

Scheermessen op zijn Amerikaans

Je ziet ze steeds vaker bij de visboer of in de supermarkt: bakjes of bijeengebonden bundeltjes lange schelpen. Ze lijken nog het meest op een handvat van een ouderwets (scheer)mes. Maar zijn ze ook lekker? Over welke soort gaat het precies en hoe zijn ze gevangen?

Aan tafel!

De voetafdruk van messenvisserij

De in Europa levende scheermessen behoren tot de mesheften (Solenidae) en zwaardschedes (Pharidae). Traditioneel zijn het vooral de kleine (Ensis ensis) en grote zwaardschede (E. magnus; voordien E. arcuatus), het tafelmesheft (E. siliqua) en de grote messchede (Solen marginatus) die gegeten worden. Maar sinds de eeuwwissel is vooral de niet-inheemse Amerikaanse zwaardschede (Ensis leei, voordien E. directus) te vinden in onze kustwateren, op onze stranden… en op onze markten.

In Europa zijn er enkele professionele vissers die handmatig en al duikend mesheften vangen. Maar de meerderheid van de mesheften op de markt wordt industrieel geoogst met hydraulische dreggen die de schelpen met waterstralen tot op een diepte van 22 cm loswoelen uit de zeebodem. Een rooster achteraan de dreg houdt de grootste schelpen tegen. Ondermaatse exemplaren en andere zeedieren komen direct weer vrij. Een zuigpijp pompt de vangst vervolgens aan boord. Hoewel deze techniek zeer destructief is voor de bodemstructuur, wordt ze maar op een zeer beperkt aantal vislocaties uitgevoerd. Daarom is de algemene voetafdruk van deze visserij laag.

Zo denkt ook het milieukeurlabel MSC (Marine Stewardship Council) erover. Een zestal Nederlandse vaartuigen vist met hydraulische zuigdreggen gericht op de exotische Amerikaanse zwaardschede in de Voordelta en de Noordzeekustzone. Ze doen dit in beschermde Natura2000-gebieden. En hun producten – die nu veelal naar Spanje, Italië en China geëxporteerd worden – mogen het blauwe MSC-keurmerk dragen, omdat de mesheftenvisserij er op een duurzame manier samengaat met natuurbeheer. Zo eten de te beschermen vogels enkel kleine exemplaren, terwijl de aangelande exemplaren minstens 10 cm lang moeten zijn; en is er relatief weinig bijvangst van andere soorten.

Als het al de bedoeling zou zijn geweest om de exoot weg te vissen, dan lijkt de missie niet geslaagd. Jaarlijkse bestandsopnames door wetenschappers tonen immers aan dat hun aantallen spectaculair blijven toenemen. Zo werden in 2017 in de Voordelta dichtheden tot 70 marktwaardige mesheften per m² waargenomen, overeenkomend met 1 kg versgewicht per m2. Ook in de Belgische kustzone is de Amerikaanse zwaardschede in hoge aantallen aanwezig en hopen Vlaamse vissers ze te kunnen exploiteren. Omdat schelpdiervisserij met dreggen verboden is in Belgische wateren, wil het onderszoeksinstituut ILVO uitzoeken of de exoot hier kan bevist worden met de pulskor, zoals in Schotland.  Door de schelpdieren met elektroden te prikkelen komen ze vanzelf uit de bodem, met minder bodemschade als gevolg.

Met medewerking van: Hans Polet 1 Johan Craeymeersch 2

* Mesheften vissen met zout (VIDEO): www.youtube.com/watch?v=Slp8G7bAWeA

* Severijns (2010). Eenvoudige sleutel met afbeeldingen voor de West-Europese mesheften (Solenidae) en zwaardscheden (Pharidae). www.strandwerkgroep.be/documents/species/zwaardschedes.pdf

* KustWIKI – Amerikaanse Zwaardschede: www.vliz.be/wiki/Amerikaanse_zwaardschede

* Troost et al. (2017). Schelpdierbestanden in de Nederlandse kustzone 2017.

* Wijsman et al. (2006). Ecologie, visserij en monitoring van mesheften in de Voordelta

* Van Tuinen (2013) Eindrapport MSC-certificaat DFA Dutch North Sea Ensis www.vissersbond.nl/wp-content/uploads/2015/06/Eindrapport-MSC-Mesheften.pdf

* Animatiefilmpjes over de voetafdruk van de visserij (Benthis-project): https://www.youtube.com/watch?v=ZLafZWJIza8 www.youtu.be/ZLafZWJIza8

* Gollasch et al. (2015). Alien Species Alert: Ensis directus: ww.vliz.be/imisdocs/publications/305589.pdf

Waarom staan windturbines op zee soms stil?

Windturbines op zee staan zelden stil, toch denken nogal wat mensen dat dit vaak het geval is. Wat is de verklaring hiervoor? Laten we eerst even naar de cijfers kijken.

De harde cijfers

Vanwaar dan de foute perceptie?

Hoe komt het dan dat veel mensen denken dat de windturbines op zee vaak stilstaan? Een van de redenen is alvast dat de windturbines vooral goed zichtbaar zijn bij mooi, zonnig en rustig weer, in het zomerseizoen dus. Laat dat nu net ook de periode zijn dat er veel volk aan de kust is…  en dat er soms (te) weinig wind is of een onderhoud gepland. De perceptie dat de windturbines op zee vaak stil staan strookt dus niet met de gemiddelde jaarlijkse cijfers!

Wonen aan zee

De Belgische kust heeft haar reputatie wel eens tegen. Het zou een dicht bebouwd, sterk verstedelijkt landschap zijn met vooral veel dure appartementen voor rijke (en oude) ‘aangespoelden’. Maar wat zeggen de cijfers?

Onze kust als metropool

Heel weinig eengezinswoningen, veel tweedeverblijven

Alles samen telde onze kust in 2017 meer dan 298.391 woongelegenheden. Naar type woongelegenheid verschilt de kust aanzienlijk van de rest van de provincie. Aan de kust zijn 52% van de woongelegenheden gesitueerd in een appartement(sblok). Slechts 36,8% zijn eengezinswoningen, wat een heel stuk lager is dan het Vlaams of West-Vlaams gemiddelde (meer dan 60%).

In de kustgemeentes zijn er ook veel meer woongelegenheden dan nodig om de plaatselijke bevolking te huisvesten. Gemiddeld genomen wordt in de kustzone 38% van de woongelegenheden niet gebruikt voor permanente bewoning. Woongelegenheden krijgen met andere woorden vaak andere functies zoals een tweede verblijf of een of andere vorm van bedrijvigheid. Soms betreft het ook leegstaande woningen.

Appartementen verbazend genoeg veelal goedkoper dan in rest van Vlaanderen

De ‘Zeeplaneet’ in kaart

Wanneer je iemand vraagt om een wereldkaart te tekenen volgt gegarandeerd een afgeplatte cirkel met centraal in beeld een of meerdere continenten, met daarrond flarden oceaan. Zo zijn we het geleerd. Maar het kan ook anders. Dat bewees wetenschapper-uitvinder Dr. Athelstan Spilhaus al in 1942. Hij zag de oceaan – 71% van het aardoppervlak – als centrale, meest kenmerkende deel en bracht zo hulde aan onze Blauwe Planeet.

Eén planeet, één oceaan

Man met vele gezichten

En wie was die Dr. Spilhaus? Athelstan Spilhaus (1911-1998, °Kaapstad) is een tot Amerikaan genaturaliseerde Zuid-Afrikaanse meteoroloog, oceanograaf en uitvinder. Actief bij het Woods Hole Oceanographic Institution, daarna aan de Universiteit van Minnesota, schreef hij heel wat innovaties op zijn naam. Zo ontwikkelde hij tijdens WOII de bathythermograaf, een toestel waarmee de zeewatertemperatuur op grote diepte kon worden bepaald en handig om bijvoorbeeld Duitse onderzeeërs te detecteren. Ook vond hij de koude winters in Minneapolis maar niets en lanceerde het idee om een ingenieus netwerk van 18 kilometer overdekte gaanderijen te bouwen om tachtig woonblokken ‘droog’ met elkaar te verbinden (de Minneapolis Skyway System). Daarnaast creëerde hij duizenden soorten speelgoed, schreef bijna vijfentwintig jaar lang een wetenschappelijk geïnspireerd wekelijks stripverhaal (‘Our New Age’) en werd in 1954 Amerika’s eerste vertegenwoordiger voor UNESCO. Hij was ook de inspirator en sturende kracht achter de lancering van de US-Sea Grant programma’s, die tot op vandaag door NOAA worden bediend en een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de oceanografie en oceaangeletterdheid in de Verenigde Staten.

https://bigthink.com/surprising-science/the-spilhaus-projection-ocean-maps

Vissen in het verleden: 500 jaar Vlaamse zeevisserij

Als we vandaag denken aan de kust, dromen we weg bij het beeld van een strand, een frisse duik in de zee, een felgekleurd ijsje op de dijk. Toch is dit een vrij recente evolutie, want tot in de jaren ‘50 van de vorige eeuw bepaalde de zeevisserij het beeld van de Vlaamse kust. In de havens van Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge domineerden de silhouetten van vissersschepen het zeezicht. Leurende vissersvrouwen bevolkten de kades en een aanzienlijk deel van de kustbevolking was afhankelijk van de visserijsector voor hun levensonderhoud. De zee vormde toen (nog) geen bron van ontspanning, maar van voedsel, economische ontwikkeling en culturele identiteit.

Vissen in het verleden: het boek

Vissen in het Verleden: de tentoonstelling

Reisbeurzen voor beloftevolle mariene onderzoekers uit het Zuiden

De VLIZ-filantropiewerking kende de afgelopen twee jaar reisbeurzen toe aan beloftevolle studenten en jonge mariene wetenschappers uit het Zuiden. Het geld is afkomstig van jouw giften en ledenbijdrage. Interactie met mariene onderzoekers uit het Zuiden is noodzakelijk om de problemen van de wereldzeeën ‒ denk maar aan klimaatverandering, plasticvervuiling, verzuring van de oceaan, etc. ‒ samen aan te pakken. Het is ook van belang dat jonge wetenschappers reeds vroeg in hun wetenschappelijke carrière de kans krijgen om de nodige internationale contacten te leggen.

Broodnodige samenwerking met Zuid-Amerika en Afrika

Programma op maat

Naast een bezoek aan het VLIZ en een deelname aan de VLIZ Marine Science Day, kreeg elke kandidaat een gepersonaliseerd programma aangeboden. Dat bestond uit een bezoek aan onderzoeksgroepen als het GhEnToxLab (UGent), het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) en het Maritiem Instituut (UGent). Verder stonden ook tal van workshops op het programma, onder meer rond het werken met indicatoren bij het inschatten van de menselijke impact op zee en m.b.t. het herstel van de inheemse oester in de Belgische wateren (organisatie KBIN).  Ook een dag aan boord van het onderzoeksschip Simon Stevin was geprogrammeerd. Na afloop lijstten de deelnemers opportuniteiten op voor toekomstige samenwerkingen tussen de Vlaamse mariene onderzoeksgroepen en het instituut in hun thuisland. We kijken dan ook uit naar toekomstige mogelijke samenwerkingen voortvloeiend uit hun ervaringen in België.

Voel je je ook geroepen om deze actie te steunen of om VLIZ-lid te worden?

Dat kan! Je kan het VLIZ helpen en deze en andere filantropieacties steunen door een gift te storten op de filantropierekening: IBAN BE70 0017 1687 3425 (BIC GEBABEBB) van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw. Meer informatie over giften en het VLIZ-lidmaatschap kan je lezen op www.vliz.be/nl/uw-bijdrage.

Zeewoorden

Wij zochten de betekenis van enkele intrigerende zeewoorden voor u op.

Magda Devos Roland Desnerck Nancy Fockedey Fons Verheyde Johan Termote Tomas Termote Dries Tys Carlos Van Cauwenberghe Arnout Zwaenepoel Jan Seys

Honte

De naam is wat in vergetelheid geraakt, maar wat we vandaag benoemen als Westerschelde – het meest zeewaartse en tevens Nederlandse deel van de rivier de Schelde – luisterde ooit naar de naam Honte. Wat was die Honte, hoe en wanneer evolueerde die tot wat we nu als de Westerschelde kennen? En vanwaar de naam?

VAN HONTE TOT WESTERSCHELDE: HET VERHAAL VAN EEN RIVIER OP ZOEK NAAR DE ZEE

NOG MEER ‘HONTES’

In 1148 verschijnt Honte in de samengestelde plaatsnaam Huntemude(n), nu meestal vermeld in de gemoderniseerde vorm Hontemuiden, wat ‘monding van de Honte’ betekent. Hontemuiden lag tussen het huidige Rillaar-Bath (Zeeland) en Ossendrecht (Noord-Brabant), waar de Honte in de hoofdbedding van de Schelde uitmondde. Hontemuiden werd in 1134 door de zee overspoeld. Een ander dorp met het hydroniem in zijn naam is Hontenisse (1182-83 Guntenesse), nu deel uitmakend van de stad Hulst, maar vanaf zijn stichting in 1817 tot aan de fusies van 1970 een zelfstandige gemeente. Deze nederzetting werd genoemd naar het oorspronkelijke Hontenisse, dat ten prooi viel aan vloedgolven tussen 1508 en 1511. Het oude dorpje lag op een nisse, d.i. een landtong, in de Honte.

De naam Hunte komt ook in Duitsland voor, o.m. voor een bijrivier van de Wezer in Nedersaksen.

HET HONINGKLEURIGE OF JAGENDE WATER

De waternaam Honte wordt voor het eerst aangetroffen in 1221 als Hunta (Gysseling 1960, 510). De etymologie is nog steeds onzeker. Gysseling ziet er een prehistorische naam in, die hij terugvoert op Indo-Europees *kunitaa ‘honingkleurig’, wat zou zinspelen op de geelachtige kleur van de bedding. Na de germanisering evolueerde de begin-k klankwettig tot h-, terwijl de –t- onverschoven bleef en zich dus onttrok aan de regelmatige ontwikkeling van Indo-Europees t tot resp. Germaans th en Nederlands d. Dat deze medeklinker onveranderd bleef, vormt geen fonetisch bezwaar tegen een voorhistorische oorsprong van de naam, want veel voor-Germaanse toponiemen – vooral hydroniemen (lees: waternamen) – werden naderhand slechts gedeeltelijk, of zelfs helemaal niet, aangepast aan de Germaanse articulatie. Het grondwoord hon herkent Gysseling in diverse andere riviernamen in de Nederlanden, Frankrijk en Duitsland, waaronder Hon, een bijrivier van de Haine, Honnef, een bijrivier van de Rijn en Houlle, een bijrivier van de Aa in Pas-de-Calais. In de gewone woordenschat vinden we hetzelfde hon- terug als grondwoord in honing (Gysseling 1993, 169-70).

Volgens M. Schönfeld (1955, 85-86) stamt Honte pas uit de Germaanse tijd, en is de naam afgeleid van het Germaanse werkwoord *huntojan, als zodanig ook voorkomend in het Oudengels (waaruit Engels hunt), met betekenis ‘jagen’. De Honte zou dus benoemd zijn als ‘het jagende, jachtige water’.

Zeewoorden

Wij zochten de betekenis van enkele intrigerende zeewoorden voor u op.

Matroos

Het beroep van matroos is zo oud als de scheepvaart zelf. Het woord matroos duikt pas op tegen het einde van de 16de eeuw, al komt het in afgeleide vormen al veel vroeger voor. Met matroos wordt volgens het Van Dale woordenboek van de Nederlandse taal bedoeld: “een schepeling, zeeman van de laagste rang”.

Matroos van alle tijden

Het cliché van de getatoeëerde stoere bink met gestreepte shirt doet onrecht aan de veelzijdigheid van wat deze ‘scheepsmaat’ of ‘schipman’ vandaag aan taken vervult. Afhankelijk van het type schip waarop aangemonsterd wordt, helpt een matroos bij het aan- en afmeren, het laden en lossen, de in- of ontscheping van passagiers, het onderhoud van schip en uitrusting, het lopen van de wacht tot administratieve taken.

De hangmatgenoot

* Coen I. (2008). De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde. Waterbouwkundig Laboratorium 1933-2008.

* De Clercq M., F.S. Busschers, T. Missiaen, M. Mathys, J. Wallinga, F.P.M. Bunnik,

 A.W. Burger, A. Varschendaal, O. Zurita Hurtado & M. De Batist, in prep.

Rise and fall of the late Middle to Late Pleistocene (MIS 6-2) palaeo Scheldt River in

the southern North Sea Basin: effects of climate change, sea-level oscillation and

glacio- isostasy.

* Gysseling M. (1960). Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226). Bouwstoffen en studieën voor de geschiedenis en de lexicografie van het Nederlands VI, 1. Brussel / Tongeren, Belgisch Universitair Centrum voor Neerlandistiek.

* Gysseling M. (1993). Oude toponiemen in de Vier Ambachten. In: A.M.J. de Kraker, Heleen van Royen & Marc E.E. De Smet (red.), Over den vier ambachten. 750 jaar Keure, 500 jaar Graaf Jansdijk. Kloosterzande.

* Kiden P. (2006). De evolutie van de Beneden-Schelde in België en Zuidwest-

Nederland na de laatste ijstijd. Belgeo 3, 279–294.

* Lases W.B.P.M. (2008). Stroomgebied van de Honte, een veranderend beeld.

* Schönfeld M. (1955). Nederlandse waternamen. Nomina Geographica Flandrica, Studiën 6. Brussel.

In de branding

4s8a6883.jpg

Kustkiekjes (Grote Rede 47)

Beaufort 2018, het driejaarlijks kunstproject aan zee, is intussen afgelopen. De voorbije editie was, met zijn twintig constructies, een eerbetoon aan het oppermachtige karakter van de zee. Ook ‘Beach Castle’, de toren van strandcabines bij het binnenrijden van Knokke-Heist, speelt hierop in. Tevens vormt dit kunstwerk van de Fransman Jean-Francois Fourtou een symbool voor de eenheid van de strandcultuur die de hele kust vertegenwoordigt.

Jan Seys
facebook_banner_event.jpg

NOORDZEEMYSTERIES OP DAG VAN DE WETENSCHAP: ALLEN DAARHEEN!

Ben je geïnteresseerd in zeeonderzoek of wou je altijd al eens rondneuzen op een onderzoeksschip? Zak dan op de Dag van de Wetenschap af naar het Marien Station Oostende (VLIZ, Slipwaykaai 2; 10-17u) en laat je onderdompelen in de diepste geheimen van de zeewetenschappen (www.vliz.be/nl/event/dag-van-de-wetenschap-2018)!

De zee is al eeuwenlang een bron van inspiratie en grondstoffen voor de mens. In het dagelijks leven zijn we - direct of indirect - in grote mate afhankelijk van alles wat de zee te bieden heeft. Van de Challenger-expeditie (1872-76) tot moderne onderzoekscampagnes, de mens poogt de zee steeds beter te begrijpen en haar bronnen te benutten. De zee onthult echter niet zomaar haar geheimen en er ligt nog een schat aan informatie verborgen op en in de zeebodem. Tijdens deze editie van de Dag van de Wetenschap brengen wetenschappers geheimen uit zee aan de oppervlakte. Wist je dat tijdens de laatste ijstijd onze Noordzee een weids toendralandschap was, bevolkt door bosolifanten, wolharige neushoorns en mammoeten? Of dat we duikers en onderwaterrobots inzetten voor het blootleggen van begraven scheeps- en vliegtuigwrakken? Deze topics en nog veel meer komen aan bod in het Marien Station Oostende (VLIZ) en aan boord van het onderzoeksschip Simon Stevin. Kom er botfragmenten van een mammoet opgraven of bestuur zelf een onderwaterrobot. Voor elk wat wils!

Bart De Smet
beeldbank_kusterfgoed_advertentiebeeld_combinatie.jpg

HELP HET VERLEDEN BEWAREN MET DE BEELDBANK KUSTERFGOED!

Oude foto’s, prentbriefkaarten, affiches, filmpjes en andere erfgoedobjecten zitten vaak verborgen in gemeentearchieven, collecties van verenigingen of bij mensen thuis. Deze beelden geven een unieke inkijk in het leven van alledag: een dagje naar zee tijdens het weekend, hard labeur op de akkers, grote pret tijdens stoeten en volksfeesten... Kusterfgoed wil samen met haar partners dit erfgoedverleden van Middelkerke, Oostende, De Haan en Blankenberge opsporen, registreren en ontsluiten voor een breed publiek. Dat is vanaf nu mogelijk via de gloednieuwe Beeldbank Kusterfgoed.

Surf naar www.beeldbankkusterfgoed.be en ontdek het rijke verleden van onze kust. Heb je zelf sprekende foto’s onder het stof liggen? Plaats ze op Beeldbank Kusterfgoed en help het verleden bewaren.

Manon Dekien
a4_walrus_scene.jpg

PRACHTIGE ANIMATIE OVER DE NOORDZEENATUUR TIJDENS DE IJSTIJDEN

Nauwelijks 20.000 jaar geleden, op de piek van de laatste IJstijd, zat zoveel ijs in dikke pakketten aan land geborgen, dat het zeeniveau in de Noordzee tot wel 120 meter lager stond dan vandaag. De huidige Noordzeebodem vormde toen een toendra-achtig landschap met vlechtende rivieren, bevolkt door charismatische dieren als wolharige mammoet, wolharige neushoorn, wisent, etc. Bij de daaropvolgende opwarmingsfase, die tot op heden doorloopt, smolt veel van dit ijs en overspoelde dit ‘Doggerland’. Hoe dit alles verliep, welke boeiende ontdekkingen in die Noordzeebodem nog te verwachten zijn, alsook welke rol het wetenschappelijk onderzoek bij het ontrafelen van dit intrigerende verhaal kan spelen, kun je bewonderen in een nieuwe animatie. De animatie, aangemaakt door illustrator Steve Bridger, het VLIZ en UGent-onderzoeker Maikel De Clercq, is vrij beschikbaar in een lange (ca 6’) en korte (ca 3’) versie, zowel in het Nederlands als het Engels: www.vliz.be/nl/multimedia/videogalerij?album=5237.

Jan Seys
md_schaalhoren006.jpg

SCHAALHORENS MASSAAL GEROOFD OP STRANDHOOFDEN

Begin augustus 2018 was een foto op sociale media aanleiding voor heel wat commotie. Op de foto, genomen t.h.v. een “golfbreker” aan het Klein Strand te Oostende, is duidelijk te zien hoe twee Aziatische mannen bij klaarlichte dag grote emmers vullen met levende schaalhorens. Navraag leert dat het “zoeken of trekken van mosselen, mosselzaad, schelpslakken of andere zeeproducten op de kunstwerken (havendammen, strandhoofden of ‘golfbrekers’,…) aan onze kust” bij wet verboden is. Het verbod is er trouwens niet alleen om overexploitatie te vermijden, maar ook om de consument te beschermen tegen mogelijk verontreinigd voedsel. De wilde zeevruchten kunnen verontreinigingen bevatten, of in het geval van mosselen en oesters zware gifstoffen aangemaakt bij de bloei van toxische algen. En in tegenstelling met gekweekte schelpdieren worden deze ‘wildpluk’ exemplaren door de overheid niet gecontroleerd op voedselveiligheid. Beter afblijven dus!

Jan Seys
duin_westtoer.jpg

Duinen moeten stuiven

Dit was alvast een van de centrale boodschappen bij de conferentie ‘Coastal Dunes & Sandy Beaches’ (Duinkerke, 12-14 juni 2018). De Université du Littoral ontving die week 143 kustexperten uit 13 Europese landen voor een internationale workshop over het beheer van kustduinen en zandstranden. De bijeenkomst kaderde binnen het Frans-Belgisch LIFE+ natuurproject ‘FLANDRE’, wat staat voor ‘Flemish And North French Dunes Restoration’. Beheerders, beleidsmakers en wetenschappers wisselden kennis en informatie uit over bescherming en herstel van biodiversiteit en natuurlijke processen van zandige kusten. De workshop wilde tevens de aanzet zijn tot een vernieuwd permanent internationaal Europees netwerk van experten op dat domein.

Het belang van een natuurlijke verstuivingsdynamiek voor een gezond duinecosysteem stond dus centraal. Om typische (pionier)dieren en -planten van het open duinlandschap optimaal kansen te bieden is die dynamiek van door de wind verplaatst zand immers levensnoodzakelijk. Maar ook kustbescherming is gebaat bij natuurlijk functionerende stranden en duinen, niet in het minst omdat ze een zeer efficiënte en relatief goedkope zeewering vormen. Nauwe samenwerking tussen experten en praktijkmensen uit verschillende disciplines is nodig om kusten uit te bouwen en te beheren die een antwoord kunnen helpen bieden bij de huidige en toekomstige zeespiegelstijging. Verder stond ook het probleem van de invasieve exotische plantensoorten hoog op de agenda.

Sam Provoost
terrascope-image5.png

TERRASCOPE.BE GEEFT BELGISCHE GEBRUIKERS VRIJE TOEGANG TOT SATELLIETGEGEVENS

In juni 2018 lanceerde de Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO) de tweede versie van de website www.terrascope.be. In deze virtuele onderzoekomgeving kunnen Belgische gebruikers satellietgegevens en –beelden vrij exploreren en downloaden, zo ook van het mariene milieu en kustsystemen. Tot nog toe was het raadplegen van satellietgegevens onpraktisch en niet-gebruiksvriendelijk. Daar maakt het nieuwe platform nu komaf mee. De data is afkomstig van drie Sentinel-satellieten, ontwikkeld door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De satellieten opereren binnen het Copernicusprogramma van de Europese Commissie met als doel een beter begrip van ons milieu. In de nabije toekomst zullen er vijf van deze Sentinel-satellieten rond de Aarde draaien. Om www.terrascope.be maximaal te benutten, organiseert het Terrascope-team roadshows: trainingen in het gebruik van het platform.

Bart De Smet

Colofon

‘De Grote Rede’ is een gratis informatieblad uitgegeven door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ; www.vliz.be). Dit boeiende tijdschrift wordt samengesteld met de hulp van een zelf schrijvende redactie van maritieme professionals die zetelen ten persoonlijke titel. Noch de redactie, noch het VLIZ zijn verantwoordelijk voor standpunten vertolkt door derden. Overname van artikelen is toegelaten mits bronvermelding.

 

Interesse? Gratis abonneren kan via www.vliz.be/de-grote-rede of telefonisch.

  

Verantwoordelijke uitgever

Jan Mees (VLIZ), Wandelaarkaai 7, B-8400 Oostende, België

 

Coördinatie en eindredactie

Jan Seys, Nancy Fockedey, Bart De Smet (VLIZ), 059/34.21.40, jan.seys@vliz.be

 

Redactieleden

Kathy Belpaeme, An Cliquet, Evy Copejans, Mathieu de Meyer, Fien De Raedemaecker, Bart De Smet, Nancy Fockedey, Jan Haelters, Francis Kerckhof, Hannelore Maelfait, Pieter Mathys, Jan Mees, Tina Mertens, Tine Missiaen, Theo Notteboom, Ellen Pape, Hans Pirlet, Ruth Pirlet, Sam Provoost, Marc Ryckaert, Hendrik Schoukens, Jan Seys, Ineke Steevens, Sarah Vanden Eede, Sofie Vandendriessche, Dieter Vanneste

 

Zeewoordenteam

Roland Desnerck, Magda Devos, Nancy Fockedey, Jan Haspeslagh, Jan Seys, Johan Termote, Tomas Termote, Carlos Van Cauwenberghe, Dries Tys, Arnout Zwaenepoel

 

Met medewerking van

BOP, C-Power, Johan Craeymeersch, Pieterjan Deckers, MEDEA, DEME Jan de Nul, GEOXYZ, Haven Oostende, Ann-Katrien Lescrauwaet, Norther, Otary, Hans Polet, Lisa Devriese, Caroline De Tender, Gert Everaert, Karen Rappé, Freddy Philips

 

Vormgeving

Vanden Broele, Brugge

 

Foto’s en grafieken

Aäron Fabrice, Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen (AKRED), BOP, C-Power, Centro Technologico del MAR- Fundacion CETMAR, Clara Dealberto/Libération, collectie Ingelbrecht, collectie Sinnaghel, collectie Temmerman, collecties Vandekerckhove, collectie Vanseveren, collectie Van de Cappelle, Cultuurbibliotheek Brugge, Deckers (2013), EMODnet Human Activities, ESRI, FOD Financiën, FOD-leefmilieu, Fotocollectie Anef, GeoXYZ, Haven Oostende, HisGISKust, ILVO, Jan de Nul, Kusterfgoed, Marine Regions, MEDEA (www.vondsten.be), Misjel Decleer, NGI, OD Natuur – KBIN, Raakvlak, Rentel NV - Deme NV, Rone Fillet, Stadsarchief Antwerpen, Terrascope, The Ocean Cleanup, VLIZ, Westtoer, www.whoi.edu/main/topic/ocean-conveyor

 

Drukkerij

Lowyck drukkerij

Gedrukt op cyclusprint (FSC – 100% gerecycleerd) 115 g, in een oplage van 9000 ex

 

Algemene informatie

VLIZ vzw

Wandelaarkaai 7, B-8400 Oostende

Tel.: 059 34 21 30

Fax: 059 34 21 31

e-mail: info@vliz.be

www.vliz.be

ISSN 1376-926X