Informatieblad uitgegeven door het Vlaams Instituut voor de Zee

De Grote Rede

NIEUWS OVER KUST EN ZEE

#47 April 2018




EDITO

De zee lonkt, meer dan ooit! Of om in zeetermen te blijven, er staat veel op stapel en het zeeonderzoek en –beleid lijken de wind in de zeilen te hebben.

Op mondiaal vlak riepen de Verenigde Naties de periode 2021-2030 uit tot het ‘Decennium van Oceaanonderzoek voor Duurzame Ontwikkeling’. Zo wil de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van UNESCO, onder het motto “the ocean we need for the future we want!”, de krachten bundelen en onderzoekers wereldwijd betrekken bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (de zogenaamde SDGs). SDG14 focust op de oceaan en mariene biodiversiteit en is een van de 17 duurzaamheidsdoelen die tegen 2030 bereikt dienen te worden. Voluit luidt SDG14: “Behoud en beheer de oceaan, zeeën en mariene hulpbronnen met als doel een duurzame ontwikkeling”. De VN erkent nu dat voor het bereiken van die doelstellingen – en dan gaat het niet alleen over nummer 14 – veel marien onderzoek nodig is.

Maar ook hier te lande zit er vaart in. Een nieuwe ‘Blauwe Cluster’ wil Vlaamse ondernemingen, overheden en kennisinstellingen samenbrengen ter ondersteuning van de blauwe economie. Dat hiervoor veel marien-wetenschappelijke kennis nodig zal zijn wil men innovatief en duurzaam uit de hoek komen, spreekt voor zich. Tegelijkertijd bundelen tal van NGO’s, overheden en onderzoeksinstellingen dit jaar de krachten om van 2018 hetJaar van de Noordzee’ te maken en het publiek te laten delen in wat de zee ons zoal te bieden heeft.

Dat actief het brede publiek bij dit gebeuren betrekken geen loze belofte is, was in maart alvast duidelijk bij de eerste Grote Schelpenteldag (17 maart) en de ENECO ‘Clean Beach Cup’ (24 maart). Het publiek trotseerde telkens de weersomstandigheden om samen respectievelijk 30.000 schelpen te tellen en te herkennen (“burgerwetenschap”), en meer dan 5 ton afval van de stranden te ruimen. En er is meer. De Vlaamse overheid wil graag ook jouw stem horen rond de vraag “Waarover wil jij dat de wetenschap zich buigt?”. Met een hart voor de zee of niet, roepen we jullie dan ook op om via www.vraagvoordewetenschap.be bij te dragen tot deze Vlaamse Wetenschapsagenda. Ingesloten vind je een flyer met meer informatie en een warme oproep.

We zouden bijna vergeten dat de herdenkingsperiode voor Wereldoorlog I intussen zijn laatste jaar is ingegaan. Met de expo ’1914-18 – De Slag om de Noordzee’ zetten het VLIZ en zijn partners de kers op de taart met een top-expo over de Duitse duikbotenoorlog in het Provinciaal Hof op de Markt te Brugge.

Verder verwennen we onze lezers in dit nummer van De Grote Rede andermaal met een rijkelijk gedekte tafel aan nieuws en weetjes, doorspekt met een vleugje zeegevoel en historiek. Laat het smaken!

Kustkiekje

Waar is deze foto genomen?

Uit alle juiste inzendingen wordt een winnaar geloot, die een boekenprijs wint. Antwoorden kan kustkiekjes@vliz.be met als onderwerp 'Grote Rede nr. 47'.

Paster Pype, de Vader der Vissers

Weinig priesters spreken zo tot de verbeelding als Paster Pype. Wat priester Adolf Daens (Aalst 1839-1907) betekende voor de ontvoogdingsstrijd van de arbeiders, was Paster Pype voor de vissers. Hij voerde niet enkel strijd voor hen, hij werd een van de hunnen.

 

Hoe het allemaal begon

Zijn jeugd in het West-Vlaamse Terhand zet de toon

Samen met Pharailde, zijn zus, verkende de jongen de omstreken van Terhand, speelde in het Nonnenbos en leerde lezen en schrijven in de Gemeenteschool van Geluwe. Na zijn plechtige communie trok hij naar het Aloysius college in Menen, waar hij in 1871 zijn laatste examens aflegde. Volgens goed gedocumenteerde bronnen wist hij reeds op dertienjarige leeftijd dat hij priester wilde worden. Dat was niet verwonderlijk, de kerk bepaalde in die tijd het ritme van de maatschappij. Hij studeerde verder aan het Klein Seminarie van Roeselare, een erudiet milieu. Hendrik, een jongen van ‘den buiten’, voelde zich op het Seminarie geconfronteerd met een doorgedreven discipline en een hoogstaand intellectuele vorming. Frans was de voertaal tijdens de colleges en de vrije tijd. Nederlandse taalles kreeg hij van Hugo Verriest. En hij leerde Alfred Rodenbach en Jules Devos kennen. In die alles overheersende verfranste sfeer leerde hij ‘Vliegt de Blauwvoet’ zingen. Na twee jaar filosofie en wetenschappen in Roeselare trok hij, zijn roeping volgend, naar het Groot Seminarie in Brugge om de vier jaar durende studies voor priester aan te vangen. Op 7 juni 1879 volgde de wijding van Hendrik Pype tot priester.

Het landelijke Terhand, een gehucht van Geluwe, was het decor voor de jeugdjaren van Hendrik. Zeker is dat Hendrik van dichtbij geconfronteerd werd met de armoede van de kleine landarbeiders en keuterboeren, die soms noodgedwongen als dagloner hielpen bij de tabaksoogst in Wervik of over De Schreve. Honger was een constante en het stropen van konijnen of hazen een van de oplossingen. Naast helpen op het erf was ‘pensjagen’ een normale bezigheid. Het schrok de jonge Hendrik niet af om af en toe zelf een haas te strikken. Hij had het West-Vlaams profiel van een echte boerenzoon.

Eén met zijn schapen…

Paster Pype, geboren landman, kon na korte tijd de soorten vissen herkennen, leerde wat doodtij of springtij betekende en kende de ligging van de zandbanken.

Van ontmoedigde visserij-aalmoezenier tot leergierige zeebonk

Onweerswolken aan de hemel

De man die zijn vissers naar school leerde gaan

De onvermoeibare mensenfluisteraar

Het afscheid, een staatsman waardig!

Afscheid nemen van Menère Herri sneed diep in het hart van de vissersfamilies, zij verloren een man, een vriend, een vader!

Bronnen

* Levensloop van Paster Pype: Dirk Demaeght
* Archief Jef Klausing
* Tijdschrift De Plate

* Familieverhaal: Paul Pype

Aquacultuur in ons stukje Noordzee: is het technisch haalbaar?

Belgische oesters en Belgische mosselen, ze groeien goed en ze zijn lekker, maar de kweek op volle zee blijkt moeilijk en sterk onderhevig aan de elementen. Anderzijds is er veel vraag naar dit en andere aquacultuurproducten. En de Noordzee zit tjokvol voedingsstoffen waarmee schelpdieren en zeewier kunnen gedijen. Volgens experten móet het lukken, en kan het rendabel zijn. Op 22 mei 2017 was er dan ook het startschot van een nieuwe ambitieuze poging om zeevruchten te kweken in het Belgisch deel van de Noordzee. Mosselen kweken in de windmolenparken, en oesters, sint-jakobsschelpen en zeewier voor de kust van Nieuwpoort: zijn we er wel klaar voor? Wat komt er allemaal bij kijken? En is het technisch haalbaar?

De tijd lijkt rijp

Een puzzel van kennis en ervaring

Bij het ontplooien van kweek op volle zee komt heel wat kijken. Je hebt kennis nodig van de biologie van de zeevruchten, van de gebruikte materialen, van stromingen en golfkracht, chemische en biologische waterkwaliteit, veiligheid op zee, voedselveiligheid en –kwaliteit, en van markteconomie. Het is dus niet verwonderlijk dat het nieuwe initiatief ‘Noordzee Aquacultuur’ wordt getrokken door twee onderzoeksinstellingen en maar liefst tien partners, elk met hun eigen ervaring en expertise rond aquacultuur en het marien milieu. Zij zoeken een antwoord op vragen als ‘Hoe groot worden trekkrachten als lijnen met mosselen begroeid zijn?’, ‘Hoe snel worden schelpdieren en zeewier oogstrijp in onze Noordzee?’, ‘Hoeveel schelpdierlijnen of zeewiermatten zijn minimaal nodig om een teelt rendabel te maken?’. Deze informatie is levensnoodzakelijk om de stap te kunnen zetten naar grootschalige kweek op zee. Voorlopig gaat het dus nog steeds om experimenten en demonstratieprojecten. Eens alle technische vragen beantwoord zijn en er veilige en goedkope prototypes ontwikkeld zijn voor kweekinstallaties, kan de commerciële kweek pas echt van start gaan.

Welke richting we ook uitgaan, veel zal afhangen van het welslagen van de gestarte en geplande proefprojecten.

Wat, waar en op welke voorwaarden?

En dan de hamvraag: hoe?

Voor de mosselkweek rekent men op natuurlijke zaadval: in het water aanwezige mossellarfjes hechten zich spontaan aan de uitgehangen lijnen. Jonge oesters, sint-jakobsschelpen en zeewier zullen worden aangekocht en op de lijnen en matten bevestigd. Na deze enting verloopt de groei volledig natuurlijk, zonder extra bemesting. Op die manier kan de kweek mogelijks bijdragen tot het herstel van de natuurlijke balans van voedingsstoffen in zee, een proces dat bio-remediëring wordt genoemd.

Oogsten en proeven

Voor sushi met ‘eigen’ zeewier of een pot stomende Belgische mosselen zullen we toch nog even op onze honger moeten zitten. De lange lijnen voor mosselen in de windmolenparken zijn in mei 2017 geïnstalleerd, de installaties voor oesters, sint-jakobsschelpen en zeewier voor de kust van Nieuwpoort in augustus/september. Dat wil zeggen dat de eerste oogst van zeewier in het voorjaar van 2018 wordt verwacht, de eerste oogst van schelpdieren pas in maart 2019. Een professioneel smaakpanel zal alvast klaar staan om de geoogste zeevruchten op hun kwaliteit en smaak te testen. En hoeft het gezegd, de verwachtingen zijn hoog gespannen!

Verder bouwen?

Lees meer

* www.ilvo.vlaanderen.be/language/nl-NL/NL/Pers-en-media/Alle-media/articleType/ArticleView/articleId/4427/Kick-off-persconferentie-Noordzee-Aquacultuur.aspx#.WeC8pmcUnIU

* Brochure Marien Ruimtelijk plan (FOD Leefmilieu): www.health.belgium.be/nl/milieu/zeeen-oceanen-en-antarctica/noordzee-en-...

* www.aquacultuurvlaanderen.be

* www.vilt.be/natuurlijk-rif-moet-zandstranden-beschermen-bij-storm

Mysterieuze vistrek ‒ hoe technologie een tipje van de sluier licht.

Veel vissen trekken. Ze leggen in de loop van hun leven respectabele afstanden af op zoek naar veiligheid, voedsel of een partner. In zee blijft dit reisgedrag onttrokken aan het zicht, al kom je met wat technologie al een heel eind om de ‘where-abouts’ van de meest interessante soorten te achterhalen. Een stand van zaken.

Migratiekampioenen

Een zee aan data

In zowat alle uithoeken van de oceaan wordt telemetrie gebruikt om meer te weten over bewegingen van vissen, zeezoogdieren en zeevogels.

En wat hebben we geleerd via het Belgische netwerk?

Paling, tegen de stroom in

Dit was de eerste aanwijzing dat palingen in hun trek naar de Atlantische Oceaan ook in zuidwestelijke richting migreren, door het Engels Kanaal.

Fint – de teruggekeerde meivis

Kabeljauw, voor elk wat wils

De kabeljauw (Gadus morhua) is een vissoort met een groot verspreidingsgebied. Je vindt deze fel gegeerde vis aan alle kusten van de Noord-Atlantische Oceaan, van Canada, over Groenland en IJsland tot in de Noordzee en de Baltische zee. Het is een opportunistische vis die een brede waaier aan prooisoorten heeft en voorkomt van ondiep water tot op grote diepte. Toch ‒ en ondanks zijn wijde verspreiding en opportunistisch karakter ‒ is de ooit zo talrijke soort vandaag sterk overbevist en in aantal teruggedrongen. Kabeljauw kent ook een grote individuele variatie. Sommige individuen leggen jaarlijks grote afstanden af terwijl anderen hun hele leven in dezelfde baai blijven. De ene kabeljauw keert jaarlijks naar dezelfde plek terug om zich voort te planten, de ander zoekt steeds nieuwe oorden op. Deze feiten maken het een interessante soort om te onderzoeken. Hoewel er al heel veel geschreven is over kabeljauw, blijven er grote vraagtekens. In België wordt de soort sinds 2010 gezenderd. Dit leverde al heel wat interessante resultaten op. Zo kwam men te weten dat kabeljauw aangetrokken wordt tot de windmolenparken op zee. De steenbestortingen aan de voet van de windturbines herbergen veel prooisoorten van de kabeljauw. Ook zijn er rond de turbines heel wat schuilmogelijkheden voor de kabeljauw. Via telemetrie zagen onderzoekers dat de soort rond de windmolens blijft gedurende de hele zomer en het najaar. Sommige individuen blijven zelfs maanden aan een stuk rond één turbine hangen. Echter, zodra het winter wordt, trekken ze daar weg. Een deel van de gezenderde individuen trekt dan naar de kustzone en de Westerschelde, soms zelfs tot aan de haven van Antwerpen. Waarom sommige kabeljauwen naar de Westerschelde trekken is momenteel nog onduidelijk. Het kan zijn dat dit een voortplantingsgebied is voor de soort, maar evengoed is het mogelijk dat ze hun prooien hierheen volgen. Wat het ook zij, het is een gevaarlijke tocht. Want zodra ze de veilige windmolenparken verlaten (hier mag niet gevist worden) kunnen ze ten prooi vallen aan de visserij.

Wat brengt de toekomst?

De technologische evolutie staat niet stil. Naar alle waarschijnlijkheid mogen we straks nog kleinere zenders, met een grotere batterijcapaciteit en meer sensoren verwachten. Deze laatste zullen zowel de omgeving als de fysiologische toestanden van de vissen kunnen opvolgen. Of wat vandaag al in voege is in medische toepassingen, zal ongetwijfeld zijn weg vinden naar telemetrie bij dieren! Ook netwerken zullen een steeds belangrijkere rol spelen in het wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers zullen niet enkel in staat zijn om over grotere gebieden activiteiten te ontplooien. Ze zullen ook kunnen beschikken over meer verfijnde analysetechnieken. En nog meer dan vandaag wordt samenwerking op internationaal niveau (o.a. in datatoegang, -opslag en –verwerking) het sleutelwoord. Verwacht wordt dat ook het brede publiek steeds nauwer betrokken wordt bij het onderzoek en dat data veel sneller vrijkomen. Tenslotte zal ook ons land verder inzetten op ‘grote’ netwerken. Momenteel zijn er plannen om het Belgische telemetrienetwerk in te bedden in het Europese Tracking network (www.lifewatch.be/etn/). Wordt dus vervolgd...

Bronnen

* Breine J, IS. Pauwels, P. Verhelst, L. Vandamme, R. Baeyens, J. Reubens & J. Coeck (2017). Successful external acoustic tagging of twaite shad Alosa fallax (Lacepede 1803). Fisheries Research 191:36-40 doi:10.1016/j.fishres.2017.03.003.

* Egevang C., I.J. Stenhouse, R.A. Phillips, A. Petersen, J.W. Fox & J.R.D. Silk (2010). Tracking of Arctic terns Sterna paradisaea reveals longest animal migration. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 107:2078-2081.

* Huisman J et al. (2016). Heading south or north: novel insights on European silver eel Anguilla anguilla migration in the North Sea. Marine Ecology Progress Series 554:257-262 doi:10.3354/meps11797.

Minder blauw op het strand

Mysterieuze zachte blauwe balletjes met een diameter van ongeveer 1,5 cm. Ik vind ze regelmatig in de vloedlijn, soms meerdere samen. Andere strandwandelaars vinden ze ook. Iedereen reageert verbaasd als ze horen waar de balletjes vandaan komen.

Ontsnapt uit … de kerncentrale

Snelle schoonmakers

Kerncentrales gebruiken koelwater – uit zee, rivieren – om vrijgekomen stoom te doen neerslaan of condenseren. Dat gebeurt in een buizensysteem. Om te verhinderen dat daar allerlei aangroei in ontstaat, waardoor de werking afneemt, moeten die condensorbuizen regelmatig gereinigd worden. Dat gebeurt door continu balletjes aan hoge snelheid door de condensorbuizen van de elektriciteitscentrale te jagen. De balletjes worden na hun tocht door het systeem opgevangen. Zo kunnen ze steeds weer opnieuw gebruikt worden. Normaal zou het systeem “waterdicht” moeten zijn. In de praktijk blijkt dat lang niet het geval. Na een grote storing in het systeem van Gravelines belandden duizenden balletjes in het milieu. Zoals gebruikelijk meldde het bedrijf het verlies niet meteen. Het waren er zoveel dat je er niet naast kon kijken. Een plaatselijke actiegroep ging op onderzoek en kwam uiteindelijk terecht bij… de kerncentrale. De woordvoerder van het bedrijf haastte zich in de plaatselijke krant om mee te delen dat ze onschadelijk waren. Hij bedoelde natuurlijk ‘niet radioactief’. Ik heb de proef op de som genomen en een handvol balletjes onder een Geigerteller gelegd. Dat is een toestel dat ioniserende straling kan meten. Die sloeg niet uit. Dus die bewering klopte. Maar de balletjes horen niet in het milieu. Natuurlijk zouden ze “… eraan werken”.

 

Een eenmalig verlies, de klassieke menselijke fout, dat kan al eens gebeuren. Nu, zoveel jaren later lekken er in Gravelines nog steeds van die balletjes. Dat verbaast me. Blijkbaar zijn ze in de kerncentrales nogal nonchalant. Balletjesverliezen treden ook elders op. In de Scheldemonding kun je gemakkelijk rode aantreffen, afkomstig uit de kerncentrale van Borssele. Niet eens zolang geleden, in 2015, lagen de stranden rond Hartlepool in Engeland er vol mee. Een plaatselijke actiegroep sprak van UFO’s (unidentified floating objects). Tot ze wisten waar ze vandaan kwamen: uit de nabije kerncentrale. Dat stemde ze minder vrolijk.

 

In het UK staan ze bekend als “taprogge balls”. Taprogge, naar de Duitse fabrikant die in 1953 voor het eerst een efficiënt buizenschoonmaaksysteem met ballen voorstelde en het ook patenteerde. De firma bestaat nog altijd. De balletjes komen tegenwoordig natuurlijk uit China. Je kunt ze voor een habbekrats aanschaffen. Op de Chinese website Alibaba worden ze aangeprezen met bloemrijke, duidelijk machinaal vertaalde, beschrijvingen als “Bal van de Spons van het Schuim van het geheugen de Rubber voor het Schoonmaken van de Pijp” of “De snelle Schone Rubber Schoonmakende Bal van de Spons voor de Pijp van de Staal”. Nee ik was niet toevallig – altijd toevallig – op een of andere dubieuze site terechtgekomen.

De balletjes zijn volgens de Chinese fabrikanten gemaakt van natuurlijk rubber. Het is telkens hetzelfde verhaal dat woordvoerders van de betrokken bedrijven opdissen: ze zijn onschadelijk.

 

Onschadelijk of niet, natuurlijk materiaal of niet, na al die jaren spoelen er nog steeds aan. Eenmaal ontsnapt gaan ze een eigen leven leiden, samen met al het andere plastic dat niet thuishoort in zee. Je zou toch denken dat in zo’n hoogtechnologische omgeving, een relatief banaal probleem als ontsnappende balletjes, moet kunnen aangepakt worden. Niet dus. En dat stemt tot nadenken…

Je zou toch denken dat in zo’n hoogtechnologische omgeving, een relatief banaal probleem als ontsnappende balletjes, moet kunnen aangepakt worden.

Zeeduivel - Vis van het Jaar 2018

Met als winnaar de zeeduivel, was de keuze voor de ‘Vis van het Jaar 2018’ zeker geen schoonheidswedstrijd… Zeeduivels hebben een grote, lelijke kop die tot twee derde van het gewicht van de vis kan bedragen. Meestal verwijdert men die kop al aan boord van het vissersschip en zie je in de viswinkel enkel de vlezige staart. Enkele decennia geleden was zeeduivel zeer geliefd, vooral op restaurant op een bedje van prei en op het menu aangekondigd als “lotte” of “staartvis”. Tegenwoordig kiezen nog maar weinig mensen voor deze soort. Nochtans is zeeduivel gekenmerkt door stevig vlees en heeft hij nauwelijks graten. Qua bekendheid kan de soort best wel een duwtje in de rug gebruiken, oordeelde de Vlaamse marketingorganisatie VLAM. En omdat de toestand van de bestanden het toelaat, vonden de Vlaamse visserijwetenschappers dit geen slecht idee.

Belgische zeeduivel in twee gedaanten

De ene duivel is de andere niet

Niet alle zeeduivels op onze markt zijn bovengehaald door Belgische vissers. Zo importeert België jaarlijks nog 2060 ton zeeduivelstaarten van elders, voor lokale consumptie en ten behoeve van onze visverwerkende bedrijven. Een derde van deze import komt uit Europese buurlanden, en betreft een mix van gewone en zwarte zeeduivel. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn koplopers als het op het vissen van zeeduivel aankomt en zijn samen verantwoordelijk voor de helft van de Europese vangsten.

Nog opmerkelijker is dat bijna 60% van de geïmporteerde zeeduivelstaarten afkomstig is uit China. Het gaat hier over de Chinese zeeduivel (Lophius litulon). Verder komt ook nog eens 10% van de import uit Canada, de Verenigde Staten en Brazilië onder de vorm van Amerikaanse zeeduivel (Lophius americanus) en zwartvinzeeduivel (Lophius gastrophysus). In theorie heb je dus één kans op twee een “lokale” zeeduivel (gewone of zwarte zeeduivel) aan te kopen, en één kans op twee dat het om een “verre” soort gaat.

Wie dus “Belgische” Vis van het Jaar 2018 of althans lokale zeeduivel wil eten, moet extra letten op de Latijnse naam op het etiket. Zeker als je zeeduivel uit het diepvriessegment aankoopt.

Nog opmerkelijker is dat bijna 60% van de geïmporteerde zeeduivelstaarten afkomstig is uit China.

Kunnen sponzen bijdragen aan kankerbestrijding?

Van alle zeeorganismen vormen sponzen de rijkste bron aan mariene natuurlijke producten inzetbaar als geneesmiddel. Ze worden ook wel de “darmen van de oceaan” genoemd omdat ze grote aantallen micro-organismen (zoals bacteriën) bevatten die het dier beschermen tegen vijanden. Aardig meegenomen is dat de stoffen die ze aanmaken ook in tal van geneeskundige toepassingen bijzonder nuttig blijken! Zo zijn er vandaag al twee bioactieve stoffen uit sponzen op de markt waarmee kanker bij mensen kan worden bestreden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het onderzoek naar andere componenten die sponzen en hun bacteriën aanmaken in volle beweging is.

 

De ontdekking

Het waren onderzoekers van de Universiteit van Californië, Berkeley, die er in 1959 als eersten in slaagden een kanker remmende stof van mariene oorsprong te synthetiseren: Ara-C of cytarabine. Deze stof met cytotoxische activiteit (giftig voor cellen) was geïnspireerd op spongothymidine, gevonden in de spons Cryptotethya crypta. Deze spons leeft in ondiepe Caraïbische kustwateren. Tien jaar later kwam Ara-C ook effectief op de markt als chemotherapie medicatie bij de behandeling van leukemie en lymfomen. Daarna vond ook het afgeleide product gemcitabine ‒ inzetbaar bij de behandeling van pancreas-, borst-, blaas- en longkanker ‒ zijn weg naar de markt.

 

Dat met name sponzen de aandacht wegdroegen van de onderzoekers is geen toeval. Deze kolonievormende waterdieren kennen een rijke chemische diversiteit aan bioactieve stoffen. Momenteel worden er dan ook meer dan 50 bioactieve stoffen met kankerremmende activiteit uit sponzen in een preklinische of klinische fase getest voor ze daadwerkelijk op de markt kunnen komen (zie illustratie). De globale farmaceutische waarde gegenereerd door zeeorganismen bij anti-kankerbestrijding wordt geschat op minstens enkele honderden miljarden euro’s, waarvan sponzen bijdragen voor 10%.

Van alle zeeorganismen vormen sponzen de rijkste bron aan mariene natuurlijke producten inzetbaar als geneesmiddel.

Waarom zijn sponzen zo speciaal?

Sponzen zijn de oudste meercellige dieren op aarde. Ze leven vastzittend of traag bewegend op de zeebodem. Hun zachte lichamen bezitten geen stekels of schubben wat hen kwetsbaar maakt voor vijanden. Daarom hebben ze in de loop van de evolutie chemische verdedigingsmechanismen ontwikkeld. Onderzoekers isoleren deze gifstoffen uit sponzen om die op hun medicinale eigenschappen te testen. Momenteel zijn er al meer dan 18.000 bioactieve stoffen uit zeeorganismen verzameld. Daarvan komt 35% uit sponzen en uit de micro-organismen die in en op die sponzen leven. Dat deze micro-organismen die in symbiose (‘samenlevend met voordelen voor beide partijen’) leven met sponzen zo’n prominente rol spelen hoeft niet te verbazen. Ze kunnen tot de helft van het lichaamsgewicht van de spons uitmaken.

 

Elk jaar ontdekken wetenschappers in sponzen wel 200 nieuwe componenten. De toepassingen van deze medicinale stoffen zijn heel divers. Ze zijn werkzaam tegen kanker en virussen (zoals hiv en herpes) of kunnen aangewend worden als antibioticum, ontstekingsremmer, bij hart- en vaatziekten, bij malaria of als antifoulingmiddel (middel dat aangroei verhindert).

Van oogst tot gebruik als medicijn

Sponzen groeien in hun natuurlijke omgeving heel langzaam. Dit blijkt een gunstige invloed te hebben op het aantal giftige (en medicinaal mogelijk bruikbare) stoffen dat ze produceren. Sponzen oogsten uit hun omgeving is daarom niet verantwoord, mede door hun lage dichtheid en verspreid voorkomen. En het kweken van voldoende hoeveelheid spons onder laboratoriumomstandigheden blijkt geen lachertje. Om voldoende hoeveelheden van de bioactieve stoffen uit sponzen te halen grijpt men dan ook veelal naar het synthetisch namaken. Maar ook deze methode is nog heel duur voor een rendabel marktwaardig medicijn. Daarom tracht men op te helderen hoe sponzen en hun bacteriën deze stoffen nu juist aanmaken. Tevens lopen er experimenten die de kweek van sponzen onder natuurlijke omstandigheden moeten optimaliseren. Het lijkt wel alsof het onderzoek noodgedwongen het tempo van de spons heeft overgenomen. De technologische uitdagingen in het ontdekken, afzonderen, beschrijven en de opschaling in productie van bioactieve componenten van zeesponzen zijn de oorzaak dat de ontwikkeling tot medicijnen vaak decennia in beslag neemt.

Een veelbelovende toekomst

Militair gebruik van de zee

Het Belgisch deel van de Noordzee is wel vaker het schouwspel van ‘gespeelde’ zeeslagen, rampen en kapingen. Heel dikwijls vinden er militaire activiteiten plaats zoals schietoefeningen, trainingen in het leggen, zoeken en vegen van mijnen, red- en vliegoefeningen. In veel gevallen gebeuren deze in samenwerking met andere NAVO-lidstaten.

Waar wordt er geoefend?

Het onschadelijk maken van oefenmijnen gebeurt in een cirkelvormige zone aan de zuidoostzijde van de Thorntonbank.

Hoe actief is het leger vandaag nog aan onze kust?

Aan onze kust zijn er vijf legerbasissen. In 2015 waren hier allen samen 2.945 medewerkers aan de slag. Indirect zijn ook er ook veel onderhoudsfirma’s en toeleveranciers betrokken bij het operationeel houden van de verschillende basissen en van de vloot, of bij de bevoorrading van de kwartieren en de schepen.

Tamagotchi met algen

“Het water bloeit” betekent dat de in het water zwevende en voor het blote oog niet zichtbare microwiertjes of fytoplankton zich massaal aan het vermenigvuldigen zijn. Dat doen ze vanaf het voorjaar onder invloed van de toegenomen zonnestraling. Omdat de winterstormen de waterkolom verzadigd hebben met de broodnodige voedingsstoffen ‒ zoals stikstof (N), fosfor (P) en kiezelzuur (Si) ‒ kan de lentebloei nu echt van start gaan.

In deze opdracht ga je experimenteren met verschillende factoren die invloed hebben op de groei van algen. Je zorgt gedurende een week zo goed mogelijk voor enkele flesjes met fytoplankton die je uit zee hebt gehaald. Op het einde van de opdracht bekijk je het resultaat onder de microscoop. Hoe meer cellen in het beeldveld (met hogere score voor grote cellen), hoe succesrijker je kweek van fytoplankton!

Hoe ga je te werk?

De Proper Strand Lopers

Beeld je een dag in aan zee. Genieten van de ondergaande zon, het zicht op een vissersboot die z’n netten ophaalt of lachende kindjes die schelpjes, messen en lege kokkels verzamelen in een emmertje… Helaas is vooral dit laatste idyllisch beeld vandaag soms ver te zoeken. Niet dat er tegenwoordig niets meer te rapen valt op onze Vlaamse stranden. Alleen ruimen schelpen steeds meer de plaats voor plastic pellets, ballonnen, snoeppapiertjes, visserijafval, plastic bidons, wegwerpplastic en allerhande verpakkingen. Het is soms letterlijk zigzaggen tussen het plastic. Dit viel ook enkele hardlopers op en het idee groeide om tijdens hun hardloopsessies strandafval te ruimen. De start van de ‘Proper Strand Lopers’.

Burgers met een zilt hart voor de natuur

Jaarlijks komt er wereldwijd tot 13 miljoen ton plastic afval in zee terecht. Hoeveel ervan juist aanspoelt aan onze kusten weten we niet, maar soms lijken onze stranden meer een stort dan een natuurgebied. Dat zagen ook de initiatiefnemers van de Proper Strand Lopers. Ze besloten zwerfvuil te ruimen op het strand, individueel of in groep, stapsgewijs of al lopend. Hun ‘buit’ delen ze vervolgens via sociale media zoals Facebook. En met succes, hun facebookgroep telt ondertussen al meer dan 3700 leden. Op de facebookpagina vind je nieuws over de opruimacties en tal van foto’s van de meest bizarre vondsten. Centraal staat: mensen enthousiasmeren om het zwerfafval van anderen op te ruimen, bewustmaking rond een ernstig probleem en als het enigszins kan zo een noodzakelijke mentaliteitsverandering teweegbrengen.

Plastic op strand en in zee

Kleinere zeedieren zoals vissen, mosselen en garnalen nemen eveneens plastic op. Zo komt ons afval uiteindelijk terug op ons bord terecht.

’t Is goed in eigen (zilte) hart te kijken

Zijn deze Proper Strandlopers en andere burgerbewegingen dan de oplossing? Een prachtig initiatief weliswaar, maar het afval ruimen van anderen pakt het probleem niet bij de wortels aan. Dé oplossing ligt, zoals vaak, minstens deels bij onszelf. En het start niet op het moment dat je besluit je afval niet op de grond te gooien maar mee naar huis te nemen. Het begint al door meer bewust te zijn van wat je verbruikt en wat je koopt in de supermarkt. Vermijd waar mogelijk plastic flessen, individuele verpakkingen, plastic boodschappenzakjes, kleurrijke rietjes en ballonnen. Plastic is meer dan louter een afvalproduct. Deze mentaliteitswijziging is broodnodig willen we een belangrijke stap zetten in de richting van een duurzame toekomst, met (veel) minder zwerfafval.

Toponderzoek gesteund

Het VLIZ reikte in 2017 voor het eerst, dankzij filantropie-inkomsten, beurzen uit voor 'Brilliant Marine Research Ideas' (BMRI). De beurs ter waarde van 5.000 EUR stimuleert jonge onderzoekers aan een Vlaamse universiteit of hogeschool om buitengewone ideeën te verkennen en ‘out of the box’ te denken. In 2017 vielen vier wetenschappers in de prijzen.

Wat doen zeewater en zeelucht met onze gezondheid (Emmanuel Van Acker – Universiteit Gent)

Sinds jaar en dag associëren we zeewater en zeelucht met gezondheid. Regelmatige blootstelling aan (lage) concentraties natuurlijke stoffen uit zeewater, al dan niet als minuscule druppeltjes verspreid via de lucht (‘zee-spray aerosolen’), zou goed zijn voor onze gezondheid. Het onderzoek van Emmanuel richt zich op deze ‘heilzame’ natuurlijke stoffen in zeelucht. Mede via de BMRI-beurs onderzocht Emmanuel de mogelijke positieve effecten van: (1) 'lage’ dosissen gifstoffen afgegeven door microalgen, en (2) extracten (ongekende mengsels van vele natuurlijke stoffen) van zee-spray aerosolen op humaan longweefsel. De BMRI-beurs liet toe, naast de effecten op celniveau, veranderingen op moleculair niveau te evalueren.

Hoe degelijk zijn aangroeiwerende verven bij schepen? (Raf Meskens ‒ Hogere Zeevaartschool Antwerpen)

Electriciteit producerende bacteriën in de zeebodem wereldwijd ontrafeld (Laurine Burdorf ‒ VUB)

In de zeebodem leven unieke micro-organismen die elektriciteit produceren en die geleiden over meerdere centimeters. Deze zogenoemde kabelbacteriën zijn pas recent ontdekt (2012). Ze komen wijdverspreid voor, o.a. in het Belgisch deel van de Noordzee. Laurine verzamelde tijdens haar doctoraatonderzoek wereldwijd kabelbacteriën (Australië, Groenland, Tunesië, Corsica, Nederland, Amerika, België). Via de BMRI-beurs onderzoekt ze nu de diversiteit van die kabelbacteriën: zijn alle kabelbacteriën één soort, of zijn er veel verschillende soorten wereldwijd? Ze doet dit aan de hand van een nieuwe moleculaire techniek: ‘next generation sequencing’. Met de verworven kennis kan Laurine de ontstaansgeschiedenis van kabelbacteriën en hun onderlinge evolutionaire relaties nagaan.

IJskabeljauwen op Antarctica onder druk (Franz Maximilian Heindler ‒ KU LEUVEN)

Voel je je ook geroepen om deze actie te steunen of om VLIZ-lid te worden? Dat kan!

Je kan het onderzoek vooruithelpen via deze en andere filantropieacties door een gift op: IBAN BE70 0017 1687 3425 (BIC GEBABEBB) van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw. Meer informatie over giften en het VLIZ-lidmaatschap: www.vliz.be/nl/uw-bijdrage.

Zeewoorden

Wij zochten de betekenis van enkele intrigerende zeewoorden voor u op.

Magda Devos, Roland Desnerck, Nancy Fockedey, Johan Termote, Tomas Termote, Dries Tys, Carlos Van Cauwenberghe, Fons Verheyde, Arnoud Zwaenepoel, Jan Seys

Hoge Blekker

Met zijn 33 meter is de Hoge Blekker in Koksijde het hoogste duin van onze kust en het enige duin hoger dan dertig meter. Halfweg de 19de eeuw waren dat er nog tien, maar door allerlei veranderingen en ingrepen moeten we het op heden doen met minder en lagere duinen.

Een schitterend baken voor zeelui

De Hoge Blekker te Koksijde is met zijn 33 meter de hoogste duin van de Belgische kust. Blekker is afgeleid van het West-Vlaamse werkwoord blekken, hetzelfde als AN blikken, dat ‘schitteren’ betekent. De Hoge Blekker was inderdaad een baken voor zeelui op weg naar onze havens, van ver op zee zag men zijn glinsterende witte kruin. Uit hetzelfde werkwoord blekken is ook de naam gevormd voor een andere hoge duin waarop men zich van op zee oriënteerde: de Blekkaard, op de grens van Bredene en Klemskerke. Ter plaatse wordt zelfs beweerd dat dit ooit de hoogste was, tot de bezetter tijdens de eerste wereldoorlog zijn top afgroef om daar een stuk geschut te kunnen plaatsen.

Het werkwoord blikken / blekken gaat terug op blijken, dat nu ‘zichtbaar worden, zich vertonen’ betekent, maar in het Oud- en Middelnederlands nog de oorspronkelijke betekenis van zijn Germaanse voorloper *blican had behouden, nl. net als blikken vandaag: ‘schitteren, glanzen’. Iets wat trouwens ook geldt voor de zustervormen Oudengels blican, Oudsaksisch blikan, Oudhoogduits blihhan en Oudfries blika. Het huidige Nederlandse blikken is met intensiverende medeklinkerverdubbeling en daarmee gepaard gaande klinkerverkorting uit blijken ontstaan. Voor de overgang i > e van de stamklinker zijn heel wat parallellen te vinden in het West-Vlaams: lekken voor likken, pekkel voor pikkel, pekken voor pikken, blend voor blind, rebbe voor rib(be) etc. Blekken ten slotte komt ook voor in een zegswijze die haar oorsprong vindt in de visserstaal. Van iets wat opvallend blekt of schittert, zegt men: ’t blekt lijk Klemskerke tegen ’t ongeweerte. Dat is een verwijzing naar de kerktoren van het kustdorp Klemskerke, ook weer zo’n richtpunt voor vaarlui. Als die toren door de zon werd beschenen tegen een achtergrond van donkere onweerswolken, leek hij een schitterende lichtpijl.

Duinen op wandel

Van zulke verschuivingen vormen de migraties van de Hoge Blekkerduin en van de Galloperduin te Koksijde de bekendste voorbeelden, met de Duinenabdij en de dorpskern van Koksijde als ‘slachtoffers’.
Zeewoorden

Wij zochten de betekenis van enkele intrigerende zeewoorden voor u op.

Speelman

De voormalige sporthal ‘De Speelman’ in Heist is vorige zomer afgebroken. Ongetwijfeld dachten veel inwoners dat de naam verwees naar het type activiteit dat er plaats vond. Toch is niets minder waar. Een speelman of zee-engel of ‘violevis’ is een intussen sterk bedreigde platte haaiensoort.

Een ‘engel’ met uitsterven bedreigd

In de vorm van een viool

Men zou deze vis, in het AN zee-engel, speelman genoemd hebben omdat hij enigszins lijkt op een viool. Vandaar ook de benamingen vioolvis en vioolhaai (WNT i.v. viool). Het beeld van het instrument riep bij de naamgevers de gedachte op aan de artiest die het bespeelt, de muzikant of – in de (oudere) volkstaal - speelman. Die naamgeving vormt een mooie combinatie van twee courante benoemingsstrategieën. De viool-benamingen berusten op metafoor, d.i. benoeming naar gelijkenis. De overgang naar speelman heet metonymie: men noemt iets naar iets anders wat er in de werkelijkheid mee verbonden is. Een viool vraagt nu eenmaal om een violist die het instrument bespeelt.

Het AN-woord zee-engel (Squatina squatina) lijkt te zijn toegekend als tegenhanger van zeeduivel (Lophius piscatorius), ook wel bekend als lotte of staartvis. Biologisch is de zeeduivel nochtans een heel andere vis, behorend tot de beenvissen, terwijl haaien en roggen kraakbeenvissen zijn. Maar in zijn uiterlijke verschijning vertoont de zeeduivel voldoende overeenkomst met de zee-engel om door de wetenschappelijk onkundige waarnemer tot dezelfde soort te worden gerekend. Dat bovendien de vinnen van de zee-engel veel weg hebben van vleugels, zou de naamgeving begunstigd kunnen hebben.

Niettemin moet de oorsprong van zee-engel wellicht elders worden gezocht, al staat ook in die alternatieve verklaring de gelijkenis tussen de twee vissen voorop. Mogelijk is de naamgeving niet helemaal autochtoon, maar schatplichtig aan de Engelse zeeduivelbenaming, angler (fish). Letterlijk betekent dat ‘hengelaar(svis)’, wat verwijst naar een vlezig uitsteeksel op de kop van de roofvis, waarmee hij kleine visjes lokt. Angler werd door Nederlandssprekende vissers begrepen als engel, en hetzelfde misverstand leidde ook in het Frans tot de engelachtige benamingen ange en angelot voor de zeeduivel. Anders dan in het Engels en het Frans ging men in het Nederlands de naam toepassen op de zee-engel. Tekenend voor de verwarring van de twee soorten is ook nog dat de zee-engel in de Oostendse visserstaal zeeduivel heet, terwijl de zeeduivel er staert of rochefretter wordt genoemd.

Tekenend voor de verwarring van de twee soorten is ook nog dat de zee-engel in de Oostendse visserstaal zeeduivel heet, terwijl de zeeduivel er staert of rochefretter wordt genoemd.

Bibliografie

- Seys J., M. Decleer, A. Zwaenepoel, J. Termote, J. Cornilly & D. Bonte (2009). Onze kust anders bekeken. Het Bronzen Huis, Antwerpen.

- HAROkit fiche zee-engel: www.vliz.be/imisdocs/publications/281202.pdf

- SharkTrust: www.sharktrust.org/shared/downloads/factsheets/angelshark_st_factsheet.pdf

- IUCN: www.iucnredlist.org/details/full/39332/0

- WNT = Woordenboek der Nederlandsche Taal. ’s Gravenhage/Leiden, 1864-1998 (http://gtb.inl.nl/?owner=WNT).

In de branding

kustkiekje-gr46.jpg

Kustkiekje (Grote Rede 46)

De foto op pagina 3 van Grote Rede 46 toont een achttal paarden die lopen te grazen aan de oevers van een poel. Op de vraag “Waar is deze foto genomen?” is er maar één juist antwoord: aan het Zwin Natuur Park te Knokke-Heist.

Jan Seys
vraag_voor_de_wetenschap.png

Heb jij zelf ook een vraag voor de wetenschap?

Als trouwe lezers van De Grote Rede zijn jullie ongetwijfeld hongerig naar nog meer kennis over kust en zee. Misschien heb je zelf ook vragen die je graag beantwoord zou zien door de wetenschap?

 

Wel, dan is dit een kans bij uitstek! Van 17 april tot en met 27 mei 2018 roept het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO), in opdracht van Vlaams minister Muyters, bevoegd voor wetenschap en innovatie, de burger op om een insteek te doen tot de Vlaamse Wetenschapsagenda. Via www.vraagvoordewetenschap.be kun je opgeven op welke vraag jij wil dat de wetenschap in Vlaanderen een antwoord zoekt. Doen!

Jan Seys

De sniffer-sensor in de strijd tegen zwaveluitstoot door schepen

De inperking van de zwaveluitstoot door schepen betreft een Europese topprioriteit. Daar zijn goede volksgezondheids- en milieuredenen voor. Zwavelverbindingen en zwavelrijke zware scheepsbrandstoffen spelen namelijk een belangrijke rol in de problematieken van fijnstof, zure regen, en klimaatverandering.

Daarom zijn strenge zwavelemissienormen vastgelegd in het MARPOL Verdrag (Internationale Conventie voor de preventie van vervuiling door schepen) en in de Europese Zwavelrichtlijn. Die laatste bepaalt dat het zwavelgehalte in brandstoffen gebruikt door schepen op de Noordzee slechts 0,1% mag bedragen. Sinds kort (2016) is het toezichtvliegtuig van BMM (de wetenschappelijke dienst ‘Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee’) uitgerust met een innovatieve “sniffer-sensor”. Die kan op zee het zwavelgehalte in de rookpluim van schepen meten en zo in enkele seconden een analyse maken van de zwavelinhoud van de gebruikte brandstof. Sinds de aankoop van het toestel, medegefinancierd door de Europese Commissie, is de zwaveluitstoot van ca. 2000 schepen gemeten.   

En wat blijkt? Bij maar liefst 150 schepen (= ca. 7,5%) kwamen verdachte zwavelwaarden aan het licht. Deze werden systematisch aan de Belgische haveninspectiediensten van het Directoraat-Generaal voor de Scheepvaart gerapporteerd. Waarna verdere opvolging aan wal en coördinatie met andere Europese haveninspectiediensten plaatsvond. Dit pionierswerk ligt aan de basis van het huidig internationaal overleg in het kader van het Bonn Akkoord om deze controles over de ganse Noordzee uit te rollen. Dit regionale akkoord regelt de samenwerking tussen Noordzeelanden en de Europese Unie ter voorkoming en bestrijding van verontreiniging door schepen. Intussen gaat BMM onverminderd door met zwavelmonitoringsvluchten boven zee.

Ronny Schallier, Kobe Scheldeman, Kelle Moreau
grote_schelpenteldag.jpg

De eerste Grote Schelpenteldag een succes

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), EOS, Natuurpunt en Kusterfgoed organiseerden op 17 maart 2018 voor het eerst een Grote Schelpenteldag. Mensen kwamen vanuit heel België naar de kust om samen schelpen te verzamelen en op naam te brengen. Spijts de Siberische temperaturen daagden minstens 400 mensen op, die allen samen 30.200 schelpen raapten en rapporteerden.

 

De Grote Schelpenteldag leert wetenschappers welke schelpen in welke aantallen waar aan de kust voorkomen. Bij herhaling van dit initiatief in de toekomst zullen ook veranderingen in de zee (klimaatwijziging, vestiging invasieve soorten, bouwwerken op zee, …) zichtbaar worden.

 

Tijdens de editie 2018 werden in totaal 58 verschillende soorten schelpen gevonden. De kokkel of ‘hartschelp’ kwam als winnaar uit de bus. Bij deze soort betrof het overgrote deel (sub)fossiele schelpen, een illustratie van het waddengebied dat onze kust ooit kende. Het nonnetje, de halfgeknotte strandschelp, de Amerikaanse zwaardschede en de mossel tekenden voor de ereplaatsen. Interessant was ook het verschil in talrijkheid van bepaalde schelpen aan de Oost- en Westkust. De Amerikaanse zwaardschede, tapijtschelp en stevige strandschelp kwamen bijvoorbeeld minder voor aan de Oostkust.

Silke Brandt & Dylan Dhelft
jaar_van_de_noordzee.jpg

2018 is het Jaar van de Noordzee

De zee is zeker bemind, maar is ze ook bekend? Wat leeft en beweegt er allemaal in, op en rond de Noordzee? Op 25 maart gaf Staatssecretaris De Backer op de strandschoonmaak Eneco Clean Beach Cup het startschot van het Jaar van de Noordzee. Doel is te sensibiliseren rond wat de zee allemaal doet voor ons en hoe haar beter te beschermen. Thema’s als de aanpak van zwerfvuil maar ook natuurbescherming, duurzame vis en hernieuwbare energie komen dit jaar extra in de aandacht. Want de zee verdient onze bescherming. Ze biedt ons zuiver water, voedsel én een zalig zeegevoel. Daarnaast speelt ze een belangrijke rol in de klimaatverandering en herbergt ze een waaier aan bijzondere planten en dieren.

De zee is overal en dus kan iedereen het verschil helpen maken. Het #JaarvandeNoordzee2018 reikt eenvoudige acties en oplossingen aan, zoals je afval meenemen, een drinkbus en herbruikbare boodschappentas gebruiken, onverpakte groenten en fruit kopen, kiezen voor groene stroom, duurzame vis, ecologische schoonmaak- en verzorgingsproducten. Het #JaarvandeNoordzee2018 is te volgen op Facebook en Twitter (@Noordzee2018) en is een initiatief van WWF België, Natuurpunt, Universiteit Gent, ILVO, KBIN/OD Natuur, de Provincie West-Vlaanderen, de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, de FOD Mobiliteit en Vervoer – DG Scheepvaart, en het Kabinet van de Staatssecretaris voor de Noordzee.

Sofie Vandendriessche

Mysterie onderzeeër UB-29 uit de Grote Oorlog ontrafeld

Van 23 april tot en met 31 augustus 2018 loopt in het Provinciaal Hof op de Brugse Markt de langverwachte expo ‘1914-18 – Slag om de Noordzee’ (http://www.vliz.be/battle-for-the-north-sea/nl). Eén van de paradepaardjes daar is de recent ontdekte onderzeeër UB-29.

Volgens insiders was de locatie van het wrak al jaren in kaart gebracht maar wees de beschrijving niet in de richting van een onderzeeër. Door een recente samenloop van omstandigheden kwam de ontdekking in een stroomversnelling. De gouverneur van West-Vlaanderen, Carl Decaluwé, verantwoordelijke van het cultureel erfgoed onder water, gaf maritiem archeoloog en duiker Tomas Termote de opdracht om op het wrak te duiken ter identificatie. Eind 2017, na een visuele inspectie van afmetingen, schroeven, bewapening en luiken, volgde de bevestiging: het betrof een 36 m lange Duitse duikboot van het type UB II.

Pas na grondige analyse en meerdere duiken in moeilijke omstandigheden viel alles in zijn plooi. Een letter “M” met een kroon, gevolgd door nummer 417 op de kop van de aanvalsperiscopen, bevestigde dat dit optisch instrument vervaardigd was voor de Kaiserliche Marine. Een klein koperen plaatje, bevestigd op de torpedobuis, met de inscriptie “UB-29 Oben”, wees naar de UB-29. Die maakte deel uit van de Flottille Flandern gevestigd in (Zee-)Brugge en destijds verloren verklaard. Deze Flottille, met een totale sterkte van 93 U-boten van vijf verschillende types waarvan een twintigtal eenheden van het UB-type, was toentertijd een gevreesd wapen. Het kelderde zo’n 2.500 geallieerde schepen tijdens de vier oorlogsjaren!

Daarmee is de UB-29 al het elfde wrak van een Duitse onderzeeër in Belgische territoriale wateren. Het is goed bewaard en nooit eerder binnenin bezocht. Alle luiken zijn dicht, wat toont dat de bemanning nog aan boord was tijdens het fatale zinken. Het rust op haar stuurboordkant, 30 m diep op de zeebodem, en is vanbinnen gevuld met zand. Mogelijk is de schade aan de voorkant veroorzaakt door de ontploffing van een contactmijn. Dankzij Duitse archieven hebben experts de lijst met de 22 bemanningsleden kunnen terugvinden. Gezien de site een “zeemansgraf” betreft, wordt de exacte positie niet vrijgegeven om wrakkenplunderaars weg te houden. 

In dienst genomen op 10.02.1916, verrichtte de UB-29 in één jaar tijd 17 patrouilles en bracht 36 schepen (47.107 ton) tot zinken, waaronder de HMS Penelope (25 april 1916). UB-29 torpedeerde op 24 maart 1916 ook de Franse ferry ss Sussex. Het schip zonk niet, maar de aanval had ‒ naast de dood van vijftig passagiers ‒ belangrijke politieke gevolgen. Het dwong de Duitsers om de « Sussex-belofte » te ondertekenen, d.i. een schorsing van de onbeperkte duikbotenoorlog en van aanvallen op geallieerde schepen die burgers vervoerden. Helaas zou die belofte maar tot in februari 1917 standhouden.

Enkele maanden eerder liep het echter fout voor de UB-29. Onder het commando van E. Plastch verliet UB-29 zijn (Zee-)Brugge basis, passeerde veilig de netten en mijnenvelden van de « Dover Barrage » om een tijd lang te opereren in het westelijke deel van het Kanaal. Op 7 december torpedeerde het nog het Noorse vrachtschip ss Meteor (4.217 ton), onderweg van Philadelphia naar Londen, en beschadigde het Belgische vrachtschip ss Keltier ernstig. Wat daarna kwam is hypothetisch. Is UB-29 op 13 december door de HMS Landrail met dieptebommen gekelderd ten zuiden van de Goodwin Sands? Of werd hij door dit schip weliswaar geramd en beschadigd ‒ cfr. de verwrongen periscoop ‒ maar kon UB-29 alsnog zijn patrouille verderzetten tot een zeemijn hem een eind verderop fataal werd?

De losse artefacten ‒ verzameld op de zeebodem rond de UB-29 ‒ verhuizen na de expo “’1914-18 - De slag om de Noordzee” naar het Internationales Maritimes Museum van Hamburg. Tevens wordt alles in het werk gesteld om de nabestaanden op te sporen van de tweeëntwintig bemanningsleden. Zij rusten eindelijk in een gekend zeemansgraf…

Freddy Philips

Colofon

‘De Grote Rede’ is een gratis informatieblad uitgegeven door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ; www.vliz.be). Dit boeiende tijdschrift wordt samengesteld met de hulp van een zelf schrijvende redactie van maritieme professionals die zetelen ten persoonlijke titel. Noch de redactie, noch het VLIZ zijn verantwoordelijk voor standpunten vertolkt door derden. Overname van artikelen is toegelaten mits bronvermelding.

Interesse? Gratis abonneren kan via www.vliz.be/de-grote-rede of telefonisch.

 

Verantwoordelijke uitgever

Jan Mees (VLIZ), Wandelaarkaai 7, B-8400 Oostende, België

 

Coördinatie en eindredactie

Jan Seys & Nancy Fockedey (VLIZ), 059/34.21.40, jan.seys@vliz.be

 

Redactieleden

Kathy Belpaeme, Bart De Smet, An Cliquet, Evy Copejans, Mathieu de Meyer, Fien De Raedemaecker, Nancy Fockedey, Jan Haelters, Francis Kerckhof, Hannelore Maelfait, Pieter Mathys, Jan Mees, Tina Mertens, Tine Missiaen, Theo Notteboom, Ellen Pape, Hans Pirlet, Ruth Pirlet, Sam Provoost, Marc Ryckaert, Hendrik Schoukens, Jan Seys, Ineke Steevens, Sarah Vanden Eede, Sofie Vandendriessche, Dieter Vanneste

 

Zeewoordenteam

Roland Desnerck, Magda Devos, Nancy Fockedey, Jan Haspeslagh, Jan Seys, Johan Termote, Tomas Termote, Carlos Van Cauwenberghe, Dries Tys, Arnout Zwaenepoel

 

Culinair team ‘vruchten van de zee’

Nancy Fockedey, Luk Huysmans, Ann-Katrien Lescrauwaet, Els Vanderperren, Willy Versluys

 

Met medewerking van

Daan Delbare, Dirk Demaeght, Lisa Devriese, Doris Klausing, Freddy Philips, Kelle Moreau, Karen Rappé, Jan Reubens, Ronny Schallier, Inge van der Knaap, Pieterjan Verhelst

 

Vormgeving

Vanden Broele, Brugge

 

Foto’s en grafieken

A. M. Arias - www.ictioterm.es, Atsea Technologies, Beeldbank Oostende, BMM, Denis Lacroix, Ifremer en Malo Lacroix, Fotoarchief Visserijaalmoezenier Dirk Demaeght, Francis Kerckhof, Franz Maximilian Heindler,  Hans Hillewaert, ILVO, Józef Wiktor & Agnieszka Tatarek, KADOC Leuven, KBIN/IRNSB, Kustatlas (Belpaeme K. & Konings Ph. (red.) 2004), marineatlas.be, Misjel Decleer, PAE-UGent, Shark Trust/Marc Dando, Sofie Vandendriessche, Stad Oostende, Tim Corbisier, VLAM, VLIZ, VLIZ/Leontien De Wulf, VLIZ/Misjel Decleer, Westtoer, Wikimedia Commons, www.marinespecies.org

 

Drukkerij

De Windroos nv

Gedrukt op cyclusprint (FSC – 100% gerecycleerd) 115 g, in een oplage van 9000 ex

 

Algemene informatie

VLIZ vzw

Wandelaarkaai 7, B-8400 Oostende

Tel.: 059 34 21 30

Fax: 059 34 21 31

e-mail: info@vliz.be

www.vliz.be

ISSN 1376-926X

 

www.vliz.be