Anno juli 2000. Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) is net opgericht en de eerste personeelsleden, inclusief directeur Jan Mees, zijn aangeworven. Ik krijg lucht van een vacature ‘communicatief medewerker’ en besluit mijn kans te wagen. Met succes, zo blijkt, mogelijk deels te wijten aan het voorstel dat ik bij het sollicitatiegesprek op tafel leg om een tijdschrift te starten over zee en kust. De inspiratie daarvoor? De toenmalige ScheldeNieuwsbrief, uitgegeven door het ScheldeInformatieCentrum (SIC). Doel van deze publicatie was om zoveel mogelijk mensen te verbinden met de Schelde en wat daar gebeurt, en dit vanuit een kennisachtergrond. Acht rijk gevulde bladzijden, proper uitgegeven, regelmatig verschijnend en gratis verstuurd naar alle geïnteresseerden. Exact wat ook onze kust nodig had om iedereen meer oceaangeletterd te maken, en inzage te geven in het belang van het zilte nat voor onze planeet en voor ons, mensen. Als naam kiezen we een bestaand toponiem: dat van een diepte voor de kust van Oostende, de Grote Rede. Refererend zowel naar een aanlegplaats buiten de haven als naar de feitelijke informatie die het tijdschrift wil bieden (met ‘rede’).
Al snel zijn acht pagina’s ontroereikend. En waar het tijdschrift start in tweekleurendruk – blauwgroen, wat dacht je! – schakelen we zes jaar later over op vierkleurendruk. Opmaak ligt al die tijd in de deskundige handen van Johan Mahieu, later Marc Roets (‘Zoeck nv’) om finaal te landen bij uitgeverij Vanden Broele en BrederoGraphics. De druk vertrouwen we achttien jaar lang toe aan het Beernemse familiebedrijf ‘De WindRoos’. Als zij ermee ophouden, neemt de Oostendse drukkerij Lowyck over. Wanneer het blad in 2017 een belangrijke opfrissing ondergaat, verdwijnen de cartoons van de hand van Jan-Sebastiaan Debusschere, en verschijnen er nog twee in plaats van drie nummers per jaar, zij het nu met een vaste periodiciteit en met een opwaardering van het beeldmateriaal. De strategie? Mee evolueren met de tijd, maar enkel daar aanpassen waar nodig. Met twee tussentijdse lezersbevragingen om de richting te helpen bepalen. De Grote Rede start met drie hoofdbijdragen en de kortrubriek ‘In de branding’, in de loop van de jaren aangevuld met de nieuwe rubrieken ‘Zeewoorden’ (2004), ‘Cis de strandjutter’, ‘Zeevruchten’, ‘Stel je zeevraag’, ‘Kustbarometer’en ‘Kustkiekjes’ (2006), ‘Educatie’ (2010) en ‘Goede zeedoelen’ (2015).
De redactie vormt het hart van het tijdschrift. In de loop van de vijfentwintig jaar zetten bijna 100 (!) verschillende wetenschappers en andere experten zich in voor De Grote Rede. VLIZ-personeel, maar vooral ook veel externen met een specifieke vakkennis. Naast een hoofdredactie buigt een apart groepje zich over de culinaire rubriek ‘Zeevruchten’. En als blijkt dat er geen eenduidig antwoord bestaat over de oorsprong van plaatsnamen van zandbanken en geulen op zee, beslissen we een expertengroep – al snel tot ‘Zeewoordenaars’ omgedoopt – op te starten. Het zal de inspiratie al die jaren heel erg ten goede komen!