Eind september kreeg onze Noordzee het bezoek van twee wel heel bijzondere gasten. Nabij de kust vingen VLIZ-onderzoekers drie jonge ruwe haaien, waarvan er twee gezenderd werden. En tijdens werkzaamheden in een offshore windpark zag een onderhoudstechnicus 3-4 Atlantische blauwvintonijnen uit het water springen, een eerste – weliswaar niet met beeldmateriaal bevestigde – waarneming van deze soort sedert de jaren 1960.
VLIZ-onderzoekers vangen drie jonge ruwe haaien
Eind september vingen VLIZ-medewerkers drie jonge ruwe haaien, 23 km uit de kust. Twee exemplaren kregen een zender ingeplant om hun trekbewegingen te kunnen blijven volgen. Hoewel historische waarnemingen van deze haaiensoort in het Belgisch deel van de Noordzee bekend zijn, blijven ze erg uitzonderlijk, met geen enkele vangst bij boomkorsurveys uitgevoerd door ILVO sinds 1985.
De ruwe haai kan 170-190 cm groot worden. De gevangen exemplaren, twee wijfjes en één mannetje, maten 55-60 cm en waren zo’n 2,5 jaar oud. Jonge ruwe haaien verblijven tijdens hun eerste levensjaren vaak in ondiepe kustwateren, waarna ze geleidelijk aan hun leefgebied uitbreiden en verder wegtrekken.
In Europa staat de ruwe haai op de Rode Lijst van IUCN geklasseerd als 'kwetsbaar', wereldwijd is hij ‘ernstig bedreigd’. De soort is ook opgenomen binnen de ‘Convention on Migratory Species’ onder Appendix II. Dat betekent dat Belgische vissers de soort niet mogen bijhouden en best levend terug overboord moeten zetten. De populatie is historisch dan ook sterk afgenomen, met een daling in Europese wateren van 76% in de afgelopen tachtig jaar. De ruwe haai is wereldwijd dan ook één van de meest beviste haaiensoorten. Daarnaast vormt bijvangst in de visserij een belangrijke bedreiging. Een te hoge visserijdruk, in combinatie met een trage voortplanting doet de soort de das om. Zo wordt de ruwe haai pas geslachtsrijp op een leeftijd van 10-15 jaar, bij een lengte van 1,0-1,8 meter.
Momenteel is nog niet duidelijk welke rol de Belgische Noordzee precies speelt voor de ruwe haai, hoe wijdverspreid ze zijn en hoe lang ze hier verblijven. Door de dieren te zenderen kunnen de onderzoekers hun ruimtegebruik en verplaatsingen beter in kaart brengen, en zo gepaste beschermingsmaatregelen formuleren voor deze kwetsbare en voor de mens ongevaarlijke soort.
De vangst vond plaats aan boord van het onderzoeksschip RV Simon Stevin, met de hulp van de bemanning. Het onderzoek kadert binnen het ELASMON-project dat kennis verzamelt over haaien en roggen in Belgische wateren. ELASMON wordt gecoördineerd door ILVO en uitgevoerd door VLIZ en KBIN. Het project krijgt steun van het Departement Landbouw en Visserij, FOD Volksgezondheid en de Europese Commissie (EFMZVA).
Het zat er aan te komen: de ‘eerste’ Atlantische blauwvinnen zijn er!
En in dezelfde week nam een onderhoudstechnicus actief in een offshore windpark op de Thorntonbank, drie à vier 1,5-2 meter grote Atlantische blauwvintonijnen waar. De dieren sprongen uit het water... “...duidelijk tijdens het jagen; het waren net torpedo’s die met enorme snelheid door het water schoten en onmiddellijk weer verdwenen”, op nauwelijks vijftig meter van de waarnemer. En hoewel er – door de snelheid van het gebeuren – geen beeldmateriaal als bewijs beschikbaar is, lijkt de waarneming betrouwbaar. De waarnemer in kwestie heeft acht jaar ervaring met allerlei zeeleven en hun gedrag (inclusief bruinvissen, dolfijnen, zeehonden, makreel,...).
Atlantische blauwvintonijn was tot halfweg de jaren 1960 nog een regelmatige verschijning in de Noordzee. Tussen 1950 en 1963 kende de westkust van Noorwegen en de Noordzee zelfs nog een behoorlijk ontwikkelde commerciële visserij, waarna de soort vrij plotseling verdween. Experten zien de intensieve tonijnvisserij in Zuid-Europa en in de Golf van Biskaje als voornaamste oorzaak van dat verdwijnen. Maar ook de instorting van de haringbestanden – het geliefde voedsel van de tonijn – in de 1960-70s kan een rol hebben gespeeld. Pas nadat ICCAT in 2007 een herstelplan uittekende, begon deze charismatische reuzenvis aan een herstel. Intussen is de stock terug aangedikt, en vinden volwassen dieren in de nazomer opnieuw hun weg naar de Noord- en Baltische Zee. Recent waren er al terug waarnemingen in de andere Noordzee-oeverstaten, in België was het nog even wachten. Tot nu dus.