VLIZINE
jrg. 11, nr. 7-8-9 (juli-augustus-september 2010)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Nancy Fockedey & Jan Seys
Reacties naar jan.seys@vliz.be

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u in te schrijven stuur een (leeg) mailtje naar: vlizine-subscribe@vliz.be ; uitschrijven kan via vlizine-unsubscribe@vliz.be.
Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.

1. Kalender
1.1. Kusttoerisme in tijden van klimaatsverandering
1.2. Goede waterkwaliteit: hoe weten? Hoe meten?
1.3. Gebleven op Iseland
1.4. Veranderende maritieme grenzen en biodiversiteitsparende exploitatie
1.5. Vlaamse maritieme bedrijven wapenen zich met “plan van aanpak
1.6. Low impact-visserij
1.7 KAPPA-plan: hoog tij(d) voor een veilige, natuurlijke en aantrekkelijke kust

2. Publicaties
2.1. De “Ostend declaration” heeft je steun/commentaar nodig
2.2. Geschiedenis visserij en aquacultuur in een notendop
2.3. Status Europese mariene en kustecosystemen op een rijtje
2.4. Alle mangrovesoorten op een kluitje
2.5. Bloggende zeewetenschappers

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. Project Office for IODE in Oostende zoekt 'Training coordinator'
3.2. Laatste kans voor indienen dossiers Prijs Delcroix
3.3. Stagiair projectassistentie in Galway, Ierland
3.4. Drie keer prijs: wetenschapsprijzen VLIZ
3.5. Project manager MG4U - Marine Genomics for Users
3.6. Nieuwe permanente opleiding Havenbeheer van start
3.7. Nieuwe mariene masteropleiding: Ocean & Lakes

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Prehistorische 'killer' potvis at andere walvissen
4.2. Leuvense onderzoekster wint MERIAL-award 2010 voor parasitologie
4.3. Nieuw licht op soortvorming en biodiversiteit bij mariene micro-organismen

5. Varia
5.1. Nu ook eigenlijke data op Vlaams-Nederlands kennisplatform Scheldemonitor
5.2. Nieuw beschermd gebied in Belgische wateren
5.3. Hoeveel water zit er in de wereldoceaan?
5.4. Naakt tegen sigarettenpeuken op het strand
5.5. Online tentoonstelling “Miles Down” of de geschiedenis van de oceanografie
5.6. Tuimelaar zorgde deze zomer voor show in Knokke
5.7. Doctoraten

6. Vraagbaak
6.1. Fictie aan zee
6.2. Historie onderzoeksschepen Belgisch onderzoek



1.1. Kusttoerisme in tijden van klimaatsverandering
De kust is één van de belangrijkste trekpleisters van ons land: op topdagen komen tot 250.000 dagtoeristen er genieten van zon, zee en strand. Aangezien het klimaat aan een steeds sneller tempo verandert, stelt zich de vraag welke gevolgen dit heeft voor het kusttoerisme. Op 14 oktober 2010 gaat hierover een workshop door in het Beach Palace Hotel in Blankenberge. In de voormiddag kan je je verwachten aan lezingen door sprekers van het studiebureau Arcadis Belgium, Westtoer en de Universiteit Maastricht. In de namiddag krijgen de deelnemers de kans om hun visie uit te drukken over de evoluties in de toeristische sector aan onze kust en wordt er gebrainstormd over alternatieve aanpassingsmaatregelen.
De organisatie ligt in handen van het Maritiem Instituut van de Universiteit van Gent, Afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en ARCADIS Belgium in het kader van de projecten IMCORE (www.imcore.eu) en CLIMAR (www.arcadisbelgium.be/climar). Meer informatie en inschrijven voor de workshop op www.afdelingkust.be/nieuws.asp?TAAL_ID=1&ITEM_L1_ID=0&NIEUWS_ID=32.
Voor wie het thema internationaler wil zien, kan van 27 tot 30 oktober terecht op de internationale conferentie over kustrecreatiebeheer in Toscane (Italië). Innovaties in het beheer van stranden, jachthavens en ecotoerisme passeren de revue alsook hoe men het best omgaat met rampen en klimaatsverandering aan de kust. De 3th International Conference on Management of Coastal Recreational Resources (MCRR) is zowel bedoeld voor wetenschappers in de sociale en natuurwetenschappen, ingenieurs en projectmanagers, bestuurders, toerismeprofessionals en medewerkers van privébedrijven. Alle informatie is te vinden op: www.um.edu.mt/ies/mcrr3-2010.
[ top ]

1.2. Goede waterkwaliteit: hoe weten? Hoe meten?
Het nationale en Europese beleid stelt steeds hogere eisen aan de chemische monitoring van zoet en zout oppervlaktewater. De monitoringsgegevens worden gebruikt voor het toetsen van dit beleid en beheer, maar ook door de gebruikers van het water. Denk hierbij maar aan de bereiding van drinkwater, de (sport)visserij en het gebruik als zwemwater. Nieuwe ontwikkelingen zorgen ervoor dat de bemonsterings-en analysetechnieken steeds efficiënter en gevoeliger worden en steeds beter kunnen de data uitgewisseld worden, zowel nationaal en internationaal. Om een beeld te geven van deze nieuwste ontwikkelingen organiseren IMARES, Rijkswaterstaat en de Milieuchemische sectie van de KNCV/NVT hierover op 5 november 2010 in Utrecht het symposium ´Monitoring van chemische waterkwaliteit – nieuwe ontwikkelingen´. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname, maar registratie vóór 27 oktober is wel noodzakelijk. Stuur hiervoor een mail met vermelding van naam, e-mailadres en werkgever/opleiding naar marja.bruisschaart@wur.nl. Meer info te bekomen via www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/waterkwaliteit051110.htm.
[ top ]

1.3. Gebleven op Iseland
Vanuit Duinkerke was eertijds een grote vissersvloot actief die de visserij ten zoute bedreef op IJsland (gezouten kabeljauw). Plaatselijk was veel werkvolk tekort. Men maakte heel wat jonge Vlaamse mannen enthousiast om mee te gaan. Velen onder hen moesten nadien naar "den troep" en dat betekende twee jaar inkomsten kwijt. 'Les avances' of het voorschot op hun loon en de opbrengst van de reis kwam de familie dus goed van pas. Anderen wilden trouwen met hun lief. De jaarlijkse pacht van de duinakkering moest nog betaald worden, er was geld nodig voor een stel haringnetten of men wilde meebetalen voor de aankoop van een parteschip. Meer dan duizend Vlaamse jongens zijn mee aan boord gegaan. Zeker honderddertig daarvan keerden zes maand later niet meer weer uit het “Deugnieteland”. In de tentoonstellingsruimte van het Nationaal Visserijmuseum in Oostduinkerke loopt momenteel de tentoonstelling over hen die “Gebleven zijn op Iseland” en dit nog tot 21 december. Meer info over de tentoonstelling: http://inwoner.koksijde.be/activiteitendetail.aspx?id=2206. Voor openingsuren en praktische informatie: www.visserijmuseum.be.
[ top ]

1.4. Veranderende maritieme grenzen en biodiversiteitsparende exploitatie
Op het derde International Ocean Stewardship Forum (IOSF) draait alles rond de status van de oceanen. Het forum, zoals steeds bedoeld om de mariene wetenschappen, het mariene beleid en de wetgeving effectief te integreren, is deze keer te gast op 3 en 4 november 2010 in het National Oceanography Center (NOCS) in Southampton (UK). Internationaal gerenomeerde sprekers zullen het o.a. hebben over welke maatregelen twisten en conflicten kunnen vermijden bij het uittekenen van de nieuwste kaarten in de wereldoceaan. Om de discussie aan te wakkeren zal het NOCS voorstellen hoe de maritieme grenzen van kuststaten momenteel uitgetekend zijn, welke mogelijke veranderingen zullen aangevraagd worden en welke oceaanregio's mogelijke conflictgebieden worden. Nieuwe technologieën maken het steeds beter mogelijk om de oceaan te exploiteren. Een ander thema dat op het forum zal worden aangesneden is hoe we de rijkdommen van de oceaan kunnen beheren zonder verlies van biodiversiteit. Lees er alles over op de website van het forum www.oceanstewardship.com.
[ top ]

1.5. Vlaamse maritieme bedrijven wapenen zich met “plan van aanpak”
Een groeiende wereldbevolking, drastische klimaatsveranderingen, een rijzende zeespiegel, tanende brandstofvoorraden… Voor Flanders Marine en de mariene-maritieme ondernemers in Vlaanderen zijn al deze facetten geen reden tot doemdenken, maar zijn ze juist een signaal om te gaan innoveren. Tijdens eerdere brainstormmomenten kwamen verschillende ideeën uit de bus over hoe zich te wapenen tegen dergelijk evoluties. Op de consortiummeeting Flanders Marine van 5 oktober (18.30 – 19.45) zal je het resultaat van deze sessies voorgeschoteld krijgen door Minister-President Kris Peeters. Het volledig programma kun je bekijken op www.flanders-marine.be. Deelnemen aan de avond is kosteloos, maar registratie is wel noodzakelijk via Jean-Paul Dezutter (jean-paul.dezutter@west-vlaanderen.be of 059 34 01 61) vóór 30 september.
[ top ]

1.6. Low impact-visserij
De visserij kan een vernietigende impact hebben op het mariene systeem, zowel direct op de mariene soorten en hun habitat zelf als indirect door de emmissie van broeikasgassen. Milieuvriendelijke alternatieven met een lage impact bestaan, maar vissers ondervinden vaak heel wat hindernissen om ze toe te passen. Seas at risk, een Europese niet-gouvernementele organisatie die opereert vanuit Brussel, organiseert op 28 oktober 2010 een seminarie over dit thema in het kader van de hervorming van het Europese visserijbeleid dat momenteel aan de gang is en in 2012 moet geïmplementeerd worden.
Meer achtergrondinformatie in het rapport “Moving towards low impact fisheries in Europe: policy hurdles and actions” (www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=196129). Programma en registratie van het seminarie op www.seas-at-risk.org/n2_more.php?page=331&KT_back=-1 of bij Chris Carroll (ccarroll@seas-at-risk.org).
[ top ]

1.7 KAPPA-plan: hoog tij(d) voor een veilige, natuurlijke en aantrekkelijke kust
De kustwerkgroep van Natuurpunt organiseert op vrijdag 1 oktober (19-22h) een symposium over een geïntegreerde benadering van de kustveiligheid. Meteen ook een warme oproep tot een plan waarbij natuur, economie, kustveiligheid en leefkwaliteit in één proces benaderd worden. Deze visie vertaalt zich in een zogenaamde KAPPA-plan (met de Griekse K van Kust en knipogend naar het Delta- en het Sigmaplan). Tijdens dit evenement in het Staf Versluys Centrum in Bredene zullen nog geen concrete plannen op tafel liggen. Wel zullen experts aan het woord komen die samen met het aanwezige publiek op zoek gaan naar inspiratie voor zo’n KAPPA-plan. Meer informatie: via kustwerkgroep@gmail.com en www.natuurpunt.be/nl/de-natuur-in/activiteiten/symposium-kappa-plan----oktober-_1931.aspx.
[ top ]

2.1. De “Ostend declaration” heeft je steun/commentaar nodig
Op 12-13 oktober wordt in het kader van het Belgische voorzitterschap de EurOCEAN2010 conferentie georganiseerd in Oostende (http://eurocean2010.eu). Deze topmeeting brengt mariene wetenschappers en beleidsmakers samen om er de state-of-the-art van het marien onderzoek te overlopen. Op het einde van de conferentie wordt de “Ostend Declaration” gelanceerd, een document dat het belang van mariene en maritieme wetenschappen en technologie voor onze economie en maatschappij wil benadrukken. Het zal tevens identificeren welke noden er zijn (aan onderzoeksinfrastructuren, ondersteunende mechanismen en beleidstructuren) om de grote wetenschappelijke uitdagingen voor de komende 10 jaar aan te gaan binnen Europa. Kortweg zal deze verklaring de gelegenheid bieden om aan te tonen dat marien onderzoek en technologie een belangrijke pijler moeten worden in de ontwikkeling van Europa. Een groep wetenschappers onder leiding van dr. Kostas Nittis – directeur van de Hellenic Centre for Marine Research in Athene – heeft een voorstel van deze verklaring ontworpen. Neem alvast een kijkje op www.eurocean2010.eu/declaration en geef uw steun en commentaar. Dit kan als instituut, organisatie of individu vóór 4 oktober.
[ top ]

2.2. Geschiedenis visserij en aquacultuur in een notendop
In de bestseller “Four Fish” van Paul Greenberg komt de geschiedenis van de visserij, de overbevissing en de opkomst van de aquacultuur aan bod aan de hand van het verhaal van vier vissoorten. Zalm staat model voor de oorspronkelijke visserij door de mensheid op riviervissen. Toen de overbevissing toesloeg en de rivierhabitats teveel verstoord werden door dammen en watervervuiling, trok de visserij naar de kust. Voor deze fase in de geschiedenis staat de zeebaars model. Later ontstond de industriële visserij op soorten dieper in zee. Je denkt hierbij onmiddellijk aan de kabeljauw. Nu is tonijn de kop van jut, een soort die heer en meester is in de open oceaan. In diezelfde volgorde is de mens soorten gaan domesticeren voor het kweken binnen de aquacultuur. Een vlot leesbare documentaire over de veranderende relatie van de mens tot de oceaan, nu we op de rand staan van ‘de grote omwenteling’: (iets meer dan) de helft van wat we eten aan vis, schaal- en schelpdieren komt nu al voort uit kweek. Wie weet zullen onze kleinkinderen nooit nog wilde vis eten die vrij rondzwom in de oceaan… Beschikbaar in de VLIZ-bibliotheek: www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=197611
[ top ]

2.3. Status Europese mariene en kustecosystemen op een rijtje
Het European Environment Agency (EEA) zet in dit Internationale Jaar van de Biodioversiteit 2010 de status van verschillende ecosystemen en het beleid ter zake op een rijtje. In de reeks "10 messages for 2010" zijn reeds 9 van de 10 berichten verschenen (www.eea.europa.eu/publications/10-messages-for-2010). Bericht nummer 4 gaat specifiek over de status van "mariene ecosystemen". Ondanks het lokale en globale belang van de diensten die zeeën en oceanen ons leveren, staat de mariene biodiversiteit onder een reeks van hoge, nooit geziene bedreigingen. Zeker nu klimaatswijzigingen recent leiden tot veranderingen in de verspreiding van soorten en de verzuring van hun milieu. De negende in de reeks heeft het dan weer specifiek over de biodiversiteit in “kustecosystemen”. Op de interface tussen land en zee zijn de kusten in Europa niet alleen van vitaal belang voor wilde dieren, maar ook voor onze economie, gezondheid en welzijn. Ze staan echter onze hoge druk door erosie, vervuiling, overbevissing, klimaatswijziging, verstedelijking en toerisme. De instandhoudingsstatus van tweederde van de Europese kusthabitats en meer dan de helft van de typische kustsoorten wordt beoordeeld als “ongunstig”. Geïntegreerd ecosysteembeheer en coördinatie tussen het globale, regionale en lokale niveau moeten de basis vormen van het duurzaam kustbeheer, zodat niets de ontwikkeling van de socio-economie, de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten in de weg komt te staan.
[ top ]

2.4. Alle mangrovesoorten op een kluitje
Het tijdschrift Plant Ecology and Evolution heeft onlangs een paper over de 'Mangrove Reference Database en Herbarium' gepubliceerd. De databank maakt deel uit van het World Register of Marine Species (WoRMS), beheerd door het Vlaams Instituut voor de Zee, en heeft tot doel een actueel en historisch overzicht te geven van de mondiale, regionale en de lokale distributie van echte mangrovesoorten. De website (www.vliz.be/vmdcdata/mangroves) toont een informatieve fiche voor elke mangroveplantensoort, inclusief beelden en details van herbariumreferentiespecimens. De website zal in de nabije toekomst ook een determinatiesleutel voor alle mangrovesoorten aanbieden. Het project wordt geleid door prof. dr. Farid Dahdouh-Guebas (Universite Libre de Bruxelles-ULB) en is een samenwerking tussen de ULB, de Vrije Universiteit Brussel en de Nationale Plantentuin van België. Een kopie van de publicatie kan je downloaden via het Open Marien Archief (http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=198365).
[ top ]

2.5. Bloggende zeewetenschappers
Volg mariene wetenschappers tijdens hun dagelijkse activiteiten in het veld of labo via de reeks blogs op de website Zee-in-Zicht (www.zeeinzicht.nl). Deze educatieve website is een initiatief van de Nederlandse instituten Ecomare, NIOZ en IMERES, waar het VLIZ aan meewerkt om zo ook informatie over de Vlaamse onderzoekers en hun werk onder de aandacht te brengen van het grote publiek. En de blogs worden gesmaakt! De 50 weblogs die ondertussen aangemaakt zijn, werden alleen al in 2010 8000 gelezen. De topper van 2010 is tot nog toe “Garnalen op een bedje van beer” door VIOE-onderzoeker Anton Ervynck (www.zeeinzicht.nl/php/?target=nieuwsblogs&link=20100214). Maar lees zeker ook eens “Zwervend langs zee” door Michiel Claessens van de UGent (www.zeeinzicht.nl/php/?target=nieuwsblogs&link=20100906) of “Alles moet kloppen” van de hand van Dries Raymaekers van het VITO (www.zeeinzicht.nl/php/?target=nieuwsblogs&link=20100317) om er maar enkele te noemen… Heb je zin om als wetenschapper ook eens een kleine tekst met begeleidende foto’s aan te leveren over je geluk en ongeluk tijdens expedities of experimenten, richt je dan tot Annelies Goffin (annelies.goffin@vliz.be – 059 34 01 83). Zij verwijst je dan door naar de mensen bij Ecomare die je zullen assisteren bij het online plaatsen ervan.
[ top ]

3.1. Project Office for IODE in Oostende zoekt 'Training coordinator'
Het projectkantoor voor IODE, ondersteund en gehuisvest door het VLIZ, zoekt voor de coördinatie van zijn internationaal gerenomeerde technische opleidingsprogramma een nieuwe medewerker. De kandidaat moet, samen met een internationaal team van experten en lesgevers, de curricula mee opstellen en het cursusmateriaal mee helpen ontwikkelen. Er wordt verwacht dat hij/zij de promotie voor de cursussen opstelt, de coördinatie doet van delen van de OceanTeacher website, de applicaties van studenten en lesgevers opvolgt (inclusief de coördinatie en implementatie van de administratie die dit met zich mee brengt). De deelname en presentatie van papers op nationale en internationale meetings vervolledigt de zeer diverse taakomschrijving van deze job. Lees alles over deze openstaande vacature op www.vliz.be/NL/HOME/&p=show&id=1764 (deadline 30 september 2010).
[ top ]

3.2. Laatste kans voor indienen dossiers Prijs Delcroix
Nog tot 30 september kunnen potentiële deelnemers meedingen naar de prestigieuze internationale wetenschappelijke prijs Edouard Delcroix (www.vliz.be/NL/Over_het_VLIZ/Prijs_Delcroix_intro). De prijs (25 000 EUR) wordt toegekend aan een onderzoeker of onderzoeksploeg ter bekroning van een originele wetenschappelijke studie over het mariene milieu en dit in het kader van mogelijke medische toepassingen. De prijs werd ingesteld ter ere van Dr. Edouard Delcroix (1891-1973), Belgisch orthopedisch chirurg en pionier in de thalassotherapie. Komen in aanmerking: fundamenteel onderzoek naar de medische aspecten over de invloed van zeewater, het zeeklimaat of mariene organismen op de menselijke gezondheid; toepassingsgerichte studies over de medische invloed van het zeewater, het zeeklimaat of mariene organismen; en studies die het kust- en zee-ecosysteem relateren aan de gezondheid van de mens.
[ top ]

3.3. Stagiair projectassistentie in Galway, Ierland
Het Stagiair-programma van het Marine Institute in Galway (Ierland) is speciaal ontwikkeld om pas afgestudeerden de mogelijkheid te bieden werkervaring op te doen. Nu is er een plaats beschikbaar binnen de “Sea Change Management Unit” om er ervaring op te doen in projectassistentie en -administratie. Zo kan de kandidaat kennis maken met strategische, onderzoeksmatige en technologische ontwikkelingen en beleidsontwikkeling. Meer informatie op www.marine.ie/NR/rdonlyres/0A757834-F31E-4BB8-9623-5FA3E80A4F0C/0/JDSeaChangeStagiaireFinalSept10.doc (deadline: 01.10.2010).
[ top ]

3.4. Drie keer prijs: wetenschapsprijzen VLIZ
Jaarlijks kent het Vlaams Instituut voor de Zee twee prijzen toe ter bekroning van twee afstudeerwerken op Master-niveau. Zowel fundamentele als toegepaste onderzoeksonderwerpen in alle takken van de mariene wetenschappen komen in aanmerking. De prijzen bedragen elk 500 EUR en zijn voorbehouden aan jonge onderzoekers die ten hoogste twee jaar afgestudeerd zijn aan een Vlaamse universiteit of hogeschool. Indienen kan nog tot 29 oktober 2010. Alle informatie op www.vliz.be/NL/Over_het_VLIZ/VLIZ_Aanmoedigingsprijs.
Daarnaast wordt ook jaarlijks de North Sea award (1.000 EUR) uitgereikt voor vernieuwend fundamenteel of toegepast onderzoek dat zich toelegt op het bestuderen van de structuur of het functioneren van de Noordzee, met nadruk op de Zuidelijke Bocht of het Kanaal. Onderzoek dat bij voorkeur relevant is voor het duurzaam beheer van de beschouwde regio. Studies die de biodiversiteit van het lokale ecosysteem behandelen zijn ook welkom. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een onderzoeker (of een onderzoeksgroep) die werkt in en afkomstig is uit een land grenzend aan de Noordzee. De bijdrage moet een postgraduaat of postdoctoraal niveau hebben. De deadline voor het indienen van een dossier verloopt op 29.10.2010. Meer info op: www.vliz.be/NL/Over_het_VLIZ/VLIZ_North_Sea_Award.
[ top ]

3.5. Project manager MG4U - Marine Genomics for Users
Het Europese FP7 project "MG4U - Marine Genomics for Users" dat gecoördineerd wordt door het Station Biologique Roscoff (Frankrijk) gaat eind 2010 van start. Als opvolger van het FP6 Network of Excellence "Marine Genomics Europe" moet het zorgen voor de kennis- en technologietransfer op het vlak van mariene genomen. Men zoekt een Ph.D. in de biologie die het projectmanagement kan uitvoeren voor de periode van 30 à 32 maanden. Alle verdere informatie is te vinden op
www.eurocean.org/np4/file/1975/MG4U_ProjectManagerProfile__2_.pdf
[ top ]

3.6. Nieuwe permanente opleiding Havenbeheer van start
Havens en havenbedrijven werken binnen een zeer complexe omgeving. Zij moeten niet alleen rekening houden met de internationale handel en de technieken van het maritiem transport, zij moeten hun beheer ook dermate organiseren dat zij een vaste positie verwerven in een sterk concurrerende omgeving. Havens moeten bovendien beantwoorden aan de socio-economische rol die hen wordt toebedeeld. Om hieraan te kunnen voldoen is het nodig inzicht te verwerven in de achterliggende mechanismen van de havenomgeving. Het programma permanente vorming havenbeheer “randvoorwaarden en recente evoluties” wil een antwoord bieden op deze in de maritieme praktijk bestaande noodzaak. Het programma omvat 6 modules van ca. 6 uur, die zullen worden georganiseerd van oktober 2010 tot maart 2011. Meer info op: www.maritieminstituut.be/main.cgi?s_id=52&lang=nl.
De uiterste inschrijvingsdatum is maandag 11 oktober 2010.
[ top ]

3.7. Nieuwe mariene master: Ocean & Lakes
Het 2 jaar durende masterprogramma "Oceans & Lakes" – wat staat voor “Master of Marine and Lacustrine Science and Management” – richt zich tot studenten met een achtergrond in de wetenschappen. Het is een interuniversitaire opleiding georganiseerd door de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Antwerpen en Universiteit Gent. Het voorziet multidisciplinaire modules – zowel fundamenteel als toegepast – in de fysische, chemische, geologische, ecologische en sociale aspecten van mariene en lacustriene systemen, inclusief het milieubehoud en de duurzame ontwikkeling ervan. De Engelstalige masteropleiding bereidt de studenten voor tot een actieve rol in het wetenschappelijk onderzoek of beleid. Alle informatie is te vinden op www.oceansandlakes.be.
[ top ]

4.1. Prehistorische 'killer' potvis en andere walvissen
In 2008 werden fossiele resten van een schedel en een aantal tanden ontdekt in de Pisco-Ica woestijn aan de zuidwestkust van Peru. Die blijken afkomstig te zijn van een walvis die 12 tot 13 miljoen jaren geleden leefde. Het dier kreeg de naam Leviathan melvillei, naar Herman Melville, auteur van de klassieker Moby Dick. De walvis was vermoedelijk tussen de 13 en de 18 meter lang; qua lengte vergelijkbaar met de huidige potvis Physeter macrocephalus. Maar in tegenstelling tot de huidige potvissen, die geen functionele tanden hebben in de bovenkaak en zich vooral voeden met inktvissen door ze op te zuigen, was de Leviathan melvillei voorzien van enorme tanden in boven- én onderkaak. Elke tand was 36 centimeter lang en 12 centimeter dik. “Het zijn waarschijnlijk de grootste roofdiertanden ooit ontdekt”, zegt de Belgische onderzoeker Olivier Lambert van de Paleontologische dienst van het KBIN. Met deze enorme kaken zou Leviathan melvillei indrukwekkende prooien hebben kunnen verschalken. Ze denken daarbij met name aan baleinwalvissen van 8 tot 9 meter lang, die in deze periode veel voorkwamen en met hun energierijke blubberlaag een gegeerde, hoog calorische prooi waren. De fossiele schedel en tanden zullen later dit jaar tentoon gesteld worden in het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam. Het artikel in Nature, van de hand van Olivier Lambert, is integraal beschikbaar via het Open marien Archief van VLIZ: www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=197198.
[ top ]

4.2. Leuvense onderzoekster wint MERIAL-award 2010 voor parasitologie
Dr. Tine Huyse, wetenschappelijk onderzoekster verbonden aan de de KULeuven en het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, heeft de MERIAL Parasitology Award 2010 in de wacht gesleept. Aan deze prijs is een oorkonde en een bedrag van 3000 EUR verbonden. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een gepromoveerde onderzoeker uit de Benelux die innovatief onderzoek heeft verricht op het vlak van parasietbestrijding. Tine Huyse haar onderzoek richt zich op de moleculaire epidemiologie van parasitaire worminfecties bij mens en dier. Haar aanpak is multidisciplinair, waarbij de gastheer-epidemiologie, evolutionaire ecologie en genetica van de parasiet worden geïntegreerd. Een belangrijke bijdrage daaraan was de karakterisering van het volledige mitochondriale genoom van Gyrodactylus salaris, een parasiet die grote sterfte veroorzaakt in zowel wilde als gekweekte zalmpopulaties in Scandinavië. Ze ontwikkelde stam- en soortspecifieke merkers zodat een snelle en betrouwbare diagnose vanaf nu mogelijk is. Je leest alles over dit onderzoek en haar andere mariene werk op www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=2666.
[ top ]

4.3. Nieuw licht op soortvorming en biodiversiteit bij mariene micro-organismen
In tegenstelling tot wat algemeen werd aangenomen, is de verspreiding van mariene kiezelwieren (diatomeeën) op wereldschaal beperkt. Aan de hand van microsatellieten (korte, hypervariabele stukjes DNA) konden onderzoekers van de Afdeling Protistologie en aquatische ecologie van de UGent aantonen dat de genenstroom tussen diatomeeënpopulaties van verafgelegen kusten wel degelijk is onderbroken, met een duidelijk verschillende populatiestructuur tot gevolg. Deze bevinding heeft belangrijke implicaties voor de kennis over het ontstaan van nieuwe soorten en van de biodiversiteit van micro-organismen in zee. Het onderzoek verschaft ook inzicht in de rol van de mens bij de steeds frequenter voorkomende algenbloeien in oceanen. Lees het volledige persbericht op www.ugent.be/nl/nieuwsagenda/nieuws/persberichten/kiezelwieren.htm. Het wetenschappelijk artikel is in full-text beschikbaar via het Open Marien Archief: www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=197351.
[ top ]

5.1. Nu ook eigenlijke data op Vlaams-Nederlands kennisplatform Scheldemonitor
De ScheldeMonitor is hét Vlaams-Nederlands kennisplatform voor het Schelde-estuarium (www.scheldemonitor.org). Tot nu toe vond je er alle informatie over personen en instituten die onderzoek of grensoverschrijdende monitoring op de Schelde verricht(t)en, hun projecten en publicaties en de achtergrondinformatie over de door hen geproduceerde datasets. Nu is de ScheldeMonitor uitgebreid met een dataportaal: www.scheldemonitor.org/data.php. Het verschaft je toegang tot de eigenlijke meetgegevens zelf, maar ook tot de daarvan afgeleide dataproducten en GIS-informatie. Je kan thematisch of op trefwoord zoeken. De fysische, biologische en chemische meetgegevens zijn afkomstig van verschillende bronnen en data-leveranciers en kunnen nu op een geïntegreerde manier geraadpleegd worden. Een eerste versie van het dataportaal staat nu online en zal in de toekomst verder uitgebreid worden. Het systeem zal ingezet worden als centraal portaal voor de gegevens verzameld binnen het geïntegreerd monitoringprogramma van de Vlaams-Nederlandse samenwerking (MONEOS) en op deze manier fungeren als instrument voor de geplande evaluaties van het Schelde-estuarium. Al uw commentaar en feedback in verband met het gebruik van het portaal is welkom op info@scheldemonitor.org of via het feedback-formulier op de site.
[ top ]

5.2. Nieuw Habitatrichtlijngebied in Belgische wateren aangemeld
De Europese Habitaitsrichtlijn is, samen met de Vogelrichtlijn, de hoeksteen van het Europese biodiversiteitsbeleid en is ook van toepassing op zee. Ze geeft aan welke soorten en welke habitattypen beschermd moeten worden door de lidstaten. In opvolging moeten de lidstaten speciale beschermingszones of “Habitatrichtlijngebieden” aanduiden. Belgische onderzoekers van de BMM, INBO, ILVO en UGent hebben eerst, op basis van wetenschappelijke gegevens, geëvalueerd voor welke soorten en welke types habitat speciale beschermingszones in het Belgisch deel van de Noordzee kunnen geïdentificeerd worden, waarna ze een voorstel deden over het aan te melden gebied (www.vliz.be/imisdocs/publications/157331.pdf). Het betreft een zone die ruwweg te beschrijven is als de zone begrensd door Oostende, de Franse grens en zeewaartse kant van de Fairy bank (zie kaart: www.mumm.ac.be/UserFiles/Image/Full/news201009201439_2.jpg). Het gebied is ongeveer 1000 km² groot en omvat zowel zandbanken, als de zeer biodiverse grindbanken en riffen gevormd door schelpkokerwormaggregaties. Via een publieke bevraging werden vervolgens wetenschappelijke opmerkingen op het voorstel ingewacht. Als antwoord hierop werd de perimeter van het voorgestelde gebied enigszins aangepast. Uiteindelijk kon België in juli 2010 – bij de aanvang van het Belgische Europese voorzitterschap – het nieuwe Habitatrichtlijngebied aanmelden bij de Europese Commissie. De volgende stappen in het proces zijn de aanwijzing van het gebied conform het Belgisch recht en het opstellen van een beleidsplan. Verschillende instellingen en personen actief op zee hadden bij de publieksbevraging socio-economische opmerkingen geuit die niet in aanmerking konden komen tijdens evaluatie, maar nuttig zullen zijn bij het vastleggen van de beleidsmaatregelen. Meer informatie bij Geert Raeymaekers (Geert.Raeymaekers@health.fgov.be of 02 524 96 75) van de Dienst Marien Milieu (FOD Leefmilieu).
[ top ]

5.3. Hoeveel water zit er in de wereldoceaan?
71% van het aardoppervlak wordt ingenomen door zeeën en oceanen. Dat kun je gemakkelijk berekenen. Maar een antwoord formuleren op de vraag “Welk volume water zit er in al deze oceanen samen vervat?” is niet zo simpel, omdat je daarvoor de gemiddelde diepte van de oceaan moet kennen. Eerdere diepte- en volumeschattingen dateren al van minimum 25 jaar geleden en sindsdien zijn de meetmethodes heel wat verbeterd. Dat moet beter kunnen, dachten de onderzoekers van het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) nu er satellietmetingen mogelijk zijn (www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=196359).
Zij berekenden de gemiddelde diepte, het oppervlak en het volume van de wereldoceaan als respectievelijk 3.682m, 362 106 km² en 1332 109 km³. Deze cijfers blijken lager te liggen dan eerdere schattingen op basis van peillood en echosounder, door een betere kennis over de ligging en de vorm van onderzeese bergen en richels.
Let wel, door middel van radars gemonteerd op satellieten kan je niet direct de oceaanbodem in kaart brengen, maar kan je wel de kleinste verhogingen of verlaging van het wateroppervlak opsporen. Boven onderzeese bergenkammen is het oceaanoppervlak immers iets verhoogd door de aantrekking van watermassa uit naburige oceaandelen (hogere aardmassa, hogere aantrekkingskracht) en vormt er zich een “bult”. Boven kloven gebeurt het omgekeerde. Toch is de resolutie van de modernste radarsatellieten niet al te nauwkeurig. Metingen van het maan- en Marsoppervlakte metingen zijn 15% fijner dan die van onze oceaanbodem. Meer metingen vanop schepen zijn nodig om de satellietdata te verfijnen. Sinds de uitvinding van de echosounder in de jaren ’20, is nu amper 10% van de oceaanbodem ooit bemeten vanop schepen. Het zou één schip tot 200 jaar kosten om dit te finaliseren (of 10 schepen 20 jaar) en 2 miljard dollar kosten. Maar dit is beduidend minder dan de kostprijs van de gepande NASA-sonde naar de maan van Jupiter…
[ top ]

5.4. Naakt tegen sigarettenpeuken op het strand
Begin de zomer werd de campagne “Ons strand is geen asbak” gelanceerd. Met een ‘luchtige’
affiche (bekijk ze maar eens goed op www.kustbeheer.be) en het uitdelen van herbruikbare asbakjes werd door het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer aandacht gevraagd voor een peukvrij strand. Jaarlijks worden per 100 meter strand meer dan 4300 peuken gevonden. Ze lijken klein en onschuldig, maar sigarettenpeuken zijn hardnekkig zwerfvuil vol giftige stoffen. Wist je dat een filter samengesteld is uit 12.000 celluloseacetaatvezels die niet bio-afbreekbaar zijn en tot 3 jaar in het milieu blijven? De filterstompjes zijn ook venijnige brokjes klein chemisch afval, waarin maar liefst 4200 chemische afbraakproducten aangetroffen worden. Vele zijn notoir kankerverwekkend of hormoonverstorend. Uit onderzoek blijkt dat de peuken hun gif lekken naar de omgeving. Een concentratie veroorzaakt door 4 filters per liter kan de helft van een populatie kleine visjes doden. Heel wat vogels verwarren de peuken met voedsel en eindigen hun leven met een maag vol onverteerbare peuken. Tijd om ons gedrag te veranderen dus…
[ top ]

5.5. Online tentoonstelling “Miles Down” of de geschiedenis van de oceanografie
Het "World Ocean Observatory" is een Amerikaanse website waar allerlei informatie en handige educatieve instrumenten beschikbaar wordt gesteld over de zeeën en oceanen. Er zijn filmpjes, podcasts en presentaties beschikbaar over klimaat, voedsel, biodiversiteit, energie, transport, handel en financiën, gezondheid, beheer, recreatie en cultuur, en wordt vanop deze website naar die van andere organisaties geleid.
Neem zeker eens een kijkje naar de online beschikbare tentoonstelling "Miles Down" (www.thew2o.net/milesdown/index.html). Je krijgt er een overzicht van de geschiedenis van de internationale oceanografie. Niettegenstaande de algemene website eerder Amerikaans aandoet, dekt deze tentoonstelling wél de hele wereld en worden ook de Franse, Duitse, Japanse en Russische verhalen verteld over vindingrijkheid, persoonlijk avonturierschap en expedities die voor velen nog niet bekend zijn. Wil je met een van deze materialen aan de slag in je eigen school, museum of aquarium, eventueel na vertaling en aanvullen met lokale items? Contacteer dan de coördinator Peter Neill op info@thew2o.net.
[ top ]

5.6. Tuimelaar zorgde deze zomer voor show in Knokke
Toeristen en bewoners van Knokke en Blankerberge werden deze zomer getrakteerd op een gratis attractie. In het kustwater vertoefde daar een hele poos een tuimelaar, die de mooiste kunstjes tentoon spreidde. Het dier kreeg als snel de naam Rudolf toebedeeld. Op zich is zo een bezoek niet uitzonderlijk: één à twee keer wordt wel een tuimelaar in Belgische wateren gespot, maar dan meestal verder uit de kust.
Tuimelaars (Tursiops truncatus) komen over de ganse wereld voor in tropische en gematigde kustwateren, maar komen normaal de zuidelijke bocht van de Noordzee niet meer in. Als je er bij ons wil waarnemen, moet je tot aan het Kanaal, de Golf van Biscaje of de oostkust van Schotland rijden. Tuimelaars passen zich gemakkelijk aan aan de omstandigheden in dolfinaria en leren gemakkelijk sprongen aan. Maar als afgedwaalde dieren in het wild uit het water springen, doen ze dat met een heel andere bedoeling. Tijdens het springen maken ze met hun lichaam een soort zweepslagbeweging om het geluidseffect van de slag op het water te verstreken en ver te doen dragen. Zo hopend dat het geluid door soortgenoten in de buurt kan opgepikt worden. Daarenboven maken ze soms, terwijl ze zich boven water bevinden, een laagfrequent, ronkend geluid dat kilometers ver draagt. Hun hoogfrequente sonar heeft onder water ‘slechts’ een bereik heeft van 1 à 2 km. Beluister de reportage die Radio 1 maakte met dolfijnenkenner Jan Haelters:
http://internetradio.vrt.be/radiospeler/v2_prod/wmp.html?qsbrand=11&qsODfile=/media/audio/r1vandrudolfdedolfijn130810.
[ top ]

5.7. Doctoraten
Burgerlijk ingenieur Elsy Ibrahim van de KULeuven bestudeerde de classificatie en resolutie van teledectie in intergetijdengebieden onder het promotorschap van prof. dr. ir. Jaak Monbaliu.
Ze verdedigde op 26 augustus 2010 haar doctoraat “Remote Sensing of the Intertidal Zone: Aspects of Classification and Spectral/Spatial Resolution”.

Op 27 augustus 2010 was het de beurt aan Wouter Willems van de sectie Mariene Biologie (Universiteit Gent – promotor prof. dr. Magda Vincx) om zijn doctoraat voor te stellen: “Habitat suitability models for the prediction and analysis of macrobenthos in the North Sea”.

Roselien Crab
heeft op 20 september 2010 haar doctoraatstitel in de bio-ingenieurswetenschappen behaald aan de Universiteit Gent met het werk over “Bio-Flocs Technology: An integrated system for the removal of nutrients and simultaneous production of feed in Aquaculture”.
Promotor van het werk is prof. dr. ir. Willy Verstraete.

Op 21 september 2010 verdedigde Hans Pirlet van het Renard Center for Marine Geology van de Universiteit Gent zijn doctoraat in de geologie: “The matrix of cold-water coral mounds: origin and early diagenetic interactions”. Hans zal vanaf 1 oktober 2010 de VLIZ ploeg versterken en zich verder kunnen uitleven binnen de beleidsondersteunende cel Cijfers & Beleid.

Op 21 oktober 2010 zal Gianluca Ferraro van de Faculteit Sociale wetenschappen aan de KULeuven (promotor prof. dr. Marleen Brans) zijn doctoraat verdedigen die de titel draagt “Domestic Implementation of International Regimes in Developing Countries. The Case of Marine Fisheries in China”.
[ top ]

6.1. Fictie aan zee
De VLIZ-bibliotheek wil verder werk maken van een collectie goede fictie over de zee: romans, reisverhalen en poëzie in een mariene context geschreven. Van “Odysee” van Homerus , “20.000 mijlen onder zee” van Jules Verne en “Moby Dick” van Herman Melville, over “De oude man en de zee” van Hemingway, “Zeezucht” van Hugo Claus, “Kon-Tiki” van Heyerdahl en “Storm” van Redmond O’Hanlon, tot de crime-story “Requiem voor een vis” van Christine Adamo en "De smaak van zeewater" van Flor Vandekerckhove. De zee is altijd al een rijke bron van inspiratie geweest voor ontelbare auteurs uit de hele wereld.
We zijn vooral op zoek naar titels van werken – geschreven in of vertaald naar het Nederlands – waarin de exploratie en observatie van zee en oceaan belangrijk zijn of waarin beschrijvingen van fauna en flora zijn verwerkt. Ook titels over het leven op zee en aan zee zijn welkom: scheepsverhalen, vissersromans, expedities, … En natuurlijk zijn er de grote klassiekers. Heb je zelf ooit een mooie roman of gedichtenbundel gelezen over de zee? Laat het ons dan weten via
library@vliz.be.
[ top ]

6.2. Historie Belgische onderzoeksschepen in kaart brengen

Het onderzoekssschip “Zeeleeuw” zal begin 2011 10 jaar in de vaart zijn. Dit Vlaamse schip bedient - samen met het federale vaartuig “Belgica” - de Belgische mariene onderzoeksgemeenschap dat onderzoek wenst te doen in de kustwateren en het Schelde estuarium. Het wordt ook veelvuldig ingezet voor educatieve vaarten. Ondertussen gaf de Vlaamse regering op 5 augustus 2010 haar finale goedkeuring om van start te gaan met het bouwen van een nieuw Vlaams onderzoeksschip “Simon Stevin” (
www.vliz.be/NL/Zeeleeuw/Zeeleeuw_Nieuw_schip), dat op basis van de gegevens van de werf kunnen worden opgeleverd tegen half 2012.
Ooit was het echter ander tijden en hadden de Belgische mariene wetenschappers geen onderzoeksschepen ter beschikking. Om hun staalnames op zee uit te kunnen voeren werkten ze van op vissersschepen, sleepboten, zandwinningschepen, bevoorradingsschepen mijnenvegers of andere type schepen: de “Ville d’Anvers”, de “Mercator”, de “Hinders”, de “Mechelen”, de “Hasselt”, de “Alkaid”, …
VLIZ zou graag, naar aanleiding van het 10 jarig bestaan van de “Zeeleeuw”, de historie van deze “onderzoeksvaartuigen” in kaart brengen en documenteren met verhalen en foto’s. Wie kan ons informatie, referenties of beelden bezorgen van de schepen die Belgische onderzoekers ooit gebruikten in Belgische en internationale wateren? Ook foto’s van het werk aan boord en staalnameapparaten door de tijd heen zijn welkom (
www.vliz.be/vmdcdata/photogallery/sea.php?album=1935). Alle materiaal kan verstuurd worden naar Jan Mees (jan.mees@vliz.be of 059 34 21 30).
[ top ]

 

 


DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2010 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.

WEBSITE
http://www.vliz.be


Vlaams Instituut voor de Zee
Flanders Marine Institute
VLIZ – InnovOcean site
Wandelaarkaai 7
8400 Oostende
Tel.  +32-(0)59-34 21 30
Fax  +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be

 


Voor uitschrijven stuur een lege mail naar vlizine-unsubscribe@vliz.be, u ontvangt daarna nog een confirmatie