VLIZINE
jrg. 9, nr. 6-7 (juni-juli 2008)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys, Nancy Fockedey, Jan Haspeslagh en Ann-Katrien Lescrauwaet
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


1. Kalender
1.1. Nationaal Visserijmuseum heropend na grondige facelift

1.2. Europees topevenement ‘BioMarine’ van 20 tot 24 oktober in Frankrijk
1.3. Zomerwandelingen: natuur en erfgoed
1.4. Giftige zeedieren in de picture tijdens Europees congres in Leuven
1.5. Tour d’horizon: de visserij beleven in Oostende

2. Publicaties
2.1. Hoe de bevolking betrekken bij ons kustzonebeleid: een pittig relaas
2.2. Met de ‘Zeekrant’ en de ‘Kust- en zeegids’ de zomer tegemoet
2.3. Synthesedocument over ‘remote sensing’ van ondiepe kustgebieden
2.4. Meteorologen in de klas? Het kan!
2.5. Negen duurzame kustprojecten krijgen award

2.6. Kennisgeving Sigmaplan
2.7. Welke onderzoeksinfrastructuur staat te uwer beschikking?

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. Projectingenieurs & hydrografen gezocht bij G-tec NV
3.2. Marine Photobank fotowedstrijd

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Invloed van hoge dieselprijs op Belgische vissersvloot

4.2. Schade- en risico’s bij overstromingen
4.3. Van priesters, prenten en plankton: Alphonse Meunier (1857-1918)

5. Varia
5.1. Loopt de Schelde nu vol of leeg? Naweeën van een studiedag
5.2. In Vlaanderen gehoste globale lijst zeeorganismen haalt wereldpers
5.3. Zeevis-maatje meer of minder
5.4. Zeezoogdierennieuws
5.5. Neanderthalerkamp ontdekt in de Noordzeebodem
5.6. Afval vissen
5.7. Doctoraatsverdedigingen

6. Vraagbaak
6.1. Meehelpen bij archeologische opgraving in Stene?



1.1. Nationaal Visserijmuseum heropend na grondige facelift
Sinds september 2004 was het Nationaal Visserijmuseum te Oostduinkerke (www.visserijmuseum.be) gesloten voor het publiek, ten gevolge van grondige vernieuwings- en uitbreidingswerken. In het weekend van de plaatselijke garnaalfeesten van 28-29 juni 2008 was het dan eindelijk zover. Het museum heropende zijn deuren en dat ging alvast niet onopgemerkt voorbij. In het bijzijn van heel wat prominenten en sympathisanten werd ‘het zeil in de top gezet’ en het vernieuwde museum openverklaard voor het grote publiek. Ook de exclusieve fototentoonstelling ‘Visserskoppen’ van de vermaarde fotograaf Stephan Vanfleteren, werd aangekocht door het gemeentebestuur van Koksijde en zal permanent in het museum worden tentoongesteld.


1.2. Europees topevenement ‘BioMarine’ van 20 tot 24 oktober in Frankrijk
Wie zich ook maar een beetje betrokken voelt bij het mariene en maritieme gebeuren in Europa kan maar beter BioMarine 2008 (www.biomarine.org) in zijn agenda noteren. Met dit evenement op 20-21 oktober (Toulon) en 22-24 oktober (Marseille) wil Frankrijk tijdens zijn voorzitterschap van de Europese Unie aan de wereld tonen hoezeer de 21ste eeuw door de zeeën wordt en zal worden beheerst. Dat Frankrijk een bijzondere interesse heeft voor de zee heeft overigens niet alleen te maken met iconen als Jean-Jacques Cousteau. Frankrijk is met zijn gecombineerde EEZ en territoriale zee van meer dan 11 miljoen km2 (te wijten aan diverse overzeese gebieden), na de Verenigde Staten het land met het grootste zeeterritorium.
 Zowel de privésector, de onderzoekswereld, politieke vertegenwoordigers als de internationale media zullen van de partij zijn. De thema’s die aan bod komen zijn zo breed als de wereldzeeën zelf en bestrijken zowel geopolitieke, economische als ecologische onderwerpen. Een aankondiging met een eerste programma en praktische informatie is beschikbaar via de website.


1.3. Zomerwandelingen: natuur en erfgoed
Zin om de zomer door te brengen aan onze kust? Laat je dan eens inspireren door de onderstaande geleide natuur- en erfgoedwandelingen! Elke dinsdag en donderdag van juli en augustus organiseert het bezoekerscentrum ‘De Doornpanne’ gratis geleide wandelingen in de duinen van Koksijde. Op woensdagen kun je dan weer bij hen terecht voor ontdekkingstochten in de Cabourduinen in Adinkerke (www.iwva.be). Natuurpunt organiseert bijna dagelijks geleide wandelingen in hun natuurgebieden aan de kust. Download hun brochure vanop www.natuurpunt.be (De natuur in / activiteiten). Zoals elke zondag kun je ook tijdens de zomervakantie om 10.00 uur terecht voor een geleide wandeling door het Zwin (www.zwin.be). Ben je meer te vinden voor een avondwandeling? Dan kan je met het Marien Ecologische Centrum in Oostende (www.marinecocenter.be) op pad. Tot 10 september kan je deelnemen aan een wandelzoektocht die start en eindigt aan het Vlaams Bezoekers- en Natuureducatiecentrum De Nachtegaal in De Panne. De wandelzoektocht neemt je op sleeptouw doorheen verschillende mooie natuurgebieden in De Panne waaronder de Oosthoekduinen. Deelname aan deze zoektocht is gratis. De deelnameformulieren zijn verkrijgbaar in de diensten voor toerisme van De Panne, Koksijde en Nieuwpoort en uiteraard ook aan de infobalie van het VBNC De Nachtegaal. Ontdek ook hun geleide wandelingen op www.vbncdenachtegaal.be.
Elke kustgemeente laat je aan de hand van een erfgoedwandelroute de verborgen charmante hoekjes en hun vergeten architecturale pareltjes ontdekken. De routes zijn gemiddeld 3 km lang en niet bewegwijzerd, maar er is voor elke route een informatiefolder beschikbaar. Ook interessant zijn de zes lusvormige wandelroutes langs verrassende trajecten: Doornpannewandelroute, Duinbossenwandelroute, Hazegraswandelroute, Koolhofwandelroute, Ter Ydewandelroute, Westhoekwandelroute. Meer info op www.fietsen-wandelen.be.


1.4. Giftige zeedieren in de picture tijdens Europees congres in Leuven
Tijdens het 16de Europese congres van de International Society on Toxinology te Leuven zijn twee sessies gewijd aan ‘Mariene Intoxicaties’. Wie dus alles wil weten over het gifmechanisme van kwallen en andere giftige zeedieren, krijgt een unieke kans om topexperten hun verhaal te horen brengen in het College De Valk van de Leuvense universiteit (www.istleuven2008.be/). De sessies vinden plaats op 8 en 10 september in de voormiddag, en de mogelijkheid bestaat om aan gereduceerd tarief (250 EUR, incl. lunch) enkel deze zeegebonden sessies bij te wonen. Meer informatie via jan.seys@vliz.be. 


1.5. Tour d’horizon: de visserij beleven in Oostende
De Oosteroever in Oostende vormt het decor voor een verkenningstocht doorheen het maritieme leven. Horizon Educatief vzw werkte er een programma uit om groepen mensen kennis te laten maken met het vissersleven, de recentste vaartuigen, het heden en verleden, de toeleveringsbedrijven en overheden; als lichtmatroos of schipper. Teambuilding en de samenwerking bevorderen is de troef van het programma. Vissers, acteurs en gevormde animatoren laveren groepjes van 5 à 7 personen doorheen ongeziene plekjes en uitdagende opdrachten vol afwisseling met een tijdsduur van elk 15 minuten. Een waaier aan diverse opdrachten laat een opzet toe van 20 tot 200 mensen. Het programma duurt ongeveer drie uur. Meer informatie op www.horizoneducatief.be/detail.php?act_ID=tourdh&type1=1.


2.1. Hoe de bevolking betrekken bij ons kustzonebeleid: een pittig relaas
Hoe verlopen de beleidsprocessen aan de kust en hoe kun je de bevolking hierbij betrekken? Het boek 'Kustzonebeleid: samen in zee?' neemt aan de hand van een grondige wetenschappelijke analyse twee beleidsprocessen onder de loep: de afbakening van de mariene beschermde gebieden in België en de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Strand en Dijk. De auteurs, Dirk Bogaert, An Cliquet en Frank Maes, besteedden hierbij zowel aandacht aan de rol van actoren en coalities (netwerken), de verdeling van macht, de vigerende spelregels als aan de gehanteerde beleidsdiscoursen. Dit boek is het resultaat van het Vlaams onderzoek uitgevoerd in het kader van het Europees project COREPOINT (Coastal Research and Policy Integration) Interreg IIIB Noord-West Europa. Voor meer informatie:  www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?id=9789046602164.


2.2. Met de ‘Zeekrant’ en de ‘Kust- en zeegids’ de zomer tegemoet
Wie met de zomer in aantocht geschikte strandliteratuur zoekt of gewoon meer wil weten over zee en kust, komt dit jaar beter dan ooit aan zijn trekken. Twee publicaties, gedrukt op grote oplage en respectievelijk ondersteund vanuit het Actieplan Wetenschapsinformatie en het Kustactieplan van de Vlaamse regering, liggen hieraan ten grondslag.
In de ‘Zeekrant’ zoomen het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en de Provincie West-Vlaanderen in op leuke, prikkelende weetjes over zee, strand en duinen en komen thema’s aan bod zo breed als: Waarom ruikt de zee? Is Brussel-bad straks een realiteit? Wat is een ‘mistpoefer’? Of hoe staat het nu met de nieuwe ‘mega windies’? Het rijk geïllustreerde krantje is gratis te verkrijgen via de bezoekerscentra, bibliotheken, gemeentebesturen en toeristische diensten aan de kust.
De ‘Kust- en zeegids’ is dan weer een initiatief van Natuurpunt, i.s.m. de Provincie West-Vlaanderen en het agentschap Natuur en Bos, en vormt het startschot van hun zomernatuurbelevingscampagne aan zee. Deze gratis gids telt 48 pagina’s en geeft een fraai overzicht van de 34 natuurgebieden die onze kustzone rijk is. De gids is te verkrijgen via info@natuurpunt.be.


2.3. Synthesedocument over ‘remote sensing’ van ondiepe kustgebieden
De Marine Board van de European Science Foundation vervult een belangrijke rol in het netwerken van zeewetenschappers, beleidsmensen en financiers van het onderzoek in Europa. Eén van de instrumenten die hierbij worden gehanteerd is het periodisch compileren van kennis en expertise rond bepaalde thema’s in zogenaamde ‘position papers’. In deze reeks is recent ‘Remote Sensing of Shelf Sea Ecosystems’ van de drukpersen gerold. Dit document is het resultaat van het werk van een expertenwerkgroep onder voorzitterschap van Dr. Ian Robinson van het National Oceanographic Center in Southampton (UK). Het synthetiseert niet alleen de huidige mogelijkheden van monitoring van ondiepe kustgebieden m.b.v. satellieten en andere gebiedsdekkende technieken, maar identificeert ook de tekortkomingen en de wenselijke stappen in de toekomst. Het document kan worden gedownload via:  www.esf.org/publications.html (in lijst op datum 18.04.08).


2.4. Meteorologen in de klas? Het kan!
Wat al een tijdje tegen (forse) betaling kon, wordt vanaf nu gratis: het uitnodigen van een professioneel weersvoorspeller in de klas in het kader van het ‘Climate Education program’. Voorwaarde is dat u leerkracht bent in een 4de, 5de of 6de leerjaar basisonderwijs, of 1ste/2de jaar secundair onderwijs in Vlaanderen en uw vraag online richt via www.climate-education.be. En omdat klimaat en weer nu eenmaal onlosmakelijk verbonden zijn met onze zeeën en oceanen, nemen we dit bericht op in deze digitale nieuwsbrief. De initiatiefnemers Marc De Keyser en Tom Elegeert, beide professionele weersvoorspellers bij het Oceanografisch Meteorologisch Station (OMS, Zeebrugge), gingen overigens al een tijdje ‘de boer op’ om klimaat en weer als thema in de klaslokalen binnen te brengen (www.waterweerwind.be). Alleen bleek het krappe budget van veel scholen de achillespees om dit project echt van de grond te krijgen. Daar is nu verandering in gekomen, door de steun van CO2logic, een bedrijf dat andere bedrijven helpt om hun impact op het klimaat te verminderen (www.co2logic.be).  


2.5. Negen duurzame kustprojecten krijgen award
Wat hebben een innovatief vissersvaartuig, de herinrichting van een historisch  stadpark aan de kust en een aankoopbeleid voor kustduinen gemeen?  Het zijn allen voorbeelden van projecten die op 4 juni 2008 een Award ‘Duurzaam Kustproject’ in ontvangst mochten nemen. Met de campagne ‘De Kust Kijkt Verder’ wil het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer projecten in de kijker zetten die aandacht hebben voor de toekomst en die uitmunten door vindingrijkheid en duurzaamheid. Iedereen kan hier zijn steentje aan bijdragen: niet alleen overheden, maar ook verenigingen, bedrijven of individuen. Als onderdeel van de campagne worden tweejaarlijks de awards voor duurzame kustprojecten uitgereikt. Bij deze tweede editie mochten negen projecten een award in ontvangst nemen. Alle awardwinnende projecten werden gebundeld in een brochure en zijn ook terug te vinden op de website www.dekustkijktverder.be. De brochure en de website kunnen dienen als inspiratiebron en prikkel voor iedereen aan de kust om ook zelf een project uit te werken die aan de criteria van duurzame ontwikkeling voldoet. Meer informatie of de brochure gratis bestellen kan via info@kustbeheer.be.


2.6. Kennisgeving Sigmaplan
In juni 2008 werden vier Kennisgevingsdossiers voor het geactualiseerde Sigmaplan ter inzage gelegd. Het betreft de volgende projecten: ‘cluster Kalkense Meersen’, ‘cluster Vlassenbroekse Polder’, ‘wetlands Durmevallei’ en de ‘estuariene natuur Durmevallei’. Deze kennisgevingen liggen nog tot de tweede helft van juli ter inzage in de betreffende gemeenten (verschilt per gemeente). De kennisgevingen zijn ook te raadplegen op www.Sigmaplan.be, waar je daarnaast ook veel achtergrondinformatie vindt over de projecten.


2.7. Welke onderzoeksinfrastructuur staat te uwer beschikking?
De Europese Commissie en de European Science Foundation (ESF) lanceerden een webportaal waarop alle Europese grote onderzoeksinfrastructuur opgelijst wordt: www.riportal.eu. De mariene onderzoeksschepen, onderzoeksstations en grote netwerken, worden er goed gedocumenteerd (zoek onder de categorieën ‘Research vessels’ en ‘Other marine RI’). Al deze middelen staan ter beschikking van de wetenschappelijke onderzoekswereld om er toponderzoek mee te verrichten.
Lokaal lanceerde het VLIZ eerder een vergelijkbaar initiatief: www.vliz.be/imis/imis.php?module=infrastruct. Het heeft tot doel alle in Vlaanderen beschikbare onderzoeksschepen, staalnameapparatuur en meettoestellen voor het bedrijven van marien onderzoek in kaart te brengen. De databank is bedoeld voor wetenschappers op zoek naar een beschikbaar platform of tuig. Soms is deze databank ook noodzakelijk (bv. binnen internationale projectaanvragen) om het ‘beschikbare arsenaal’ aan mariene onderzoeksinfrastructuur in Vlaanderen op een aanschouwelijke manier te kunnen tonen. Wil je je eigen onderzoeksapparatuur of meettoestellen toevoegen (al dan niet beschikbaar voor anderen)? Contacteer dan André Cattrijsse (andre.cattrijsse@vliz.be of 059-34 21 39 of 0474-83 51 02).


3.1. Projectingenieurs & hydrografen gezocht bij G-tec NV
G-tec NV (www.gtec.be) is een jong bedrijf gespecialiseerd in hydrografische surveys, geofysische exploratie en ingenieursgeologie. Ze voeren opdrachten uit in België en in het buitenland voor o.a. baggermaatschappijen, aannemers, olie- en gasmaatschappijen en overheden. G-tec heeft vestigingen in België (Blegny en Deinze), Nederland, Frankrijk en Marokko. Voor de vestiging in Deinze zijn ze op zoek naar projectingenieurs & hydrografen. Kandidaten met een opleiding geografie (optie landmeetkunde), industrieel ingenieur bouwkunde (optie landmeetkunde), geologie of graduaat topografie kunnen meer informatie over de vacatures verkrijgen bij Geert Moerkerke (09-380 45 85;  0477-69 41 59 – g.moerkerke@gtec.be).


3.2. Marine Photobank fotowedstrijd
De Marine Photobank is een online fotodatabank met beelden over hoe kusten, zeeën en oceanen door de mens wereldwijd beïnvloed worden. Educatieve en niet-commerciele organisaties kunnen er gratis gebruik van maken. Samen met de Project AWARE Foundation nodigen ze elke kust- en zeefotograaf uit tot het indienen  van mariene foto’s voor de  Ocean in Focus’ Conservation Photography Contest. Inzendingen die de dringende mariene problemen en hun oplossingen in beeld brengen verstrekken de voorkeur. Neem eens een kijkje op hun fotobank (www.marinephotobank.org), duik vervolgens in je fotoarchief en dien tot zeven van je sprekendste foto’s in! Misschien win je wel een duikreis naar Bonaire, een onderwatercamera, of een van de andere prijzen? De wedstrijd loopt nog tot 30 september 2008.


4.1. Invloed van hoge dieselprijs op de Belgische vissersvloot
Hendrik Stouten en collega’s van het ILVO en de Universiteit Gent maakten een analyse van de effecten van de hoge en stijgende dieselprijzen op de grootte en de opbrengsten van de Belgische vissersvloot (www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=122709). Ze gebruikten hiervoor het innovatieve micro-economische simulatiemodel ‘microworld’. Ze lieten het model draaien op basis van de vlootgegevens en de dieselprijzen uit 2005 en simuleerden drie toekomstscenario’s: een met een constante dieselprijs (0,43 EUR per liter), een met een lineair stijgende dieselprijs en een waarbij de dieselprijs exponentieel de hoogte ingaat.

Het model toont aan dat vooral het grote segment, zeg maar de grootste boomkorvaartuigen, het eerste last hebben van hoge prijzen. Zelfs bij een constante en regelmatig stijgende prijs kunnen deze vissersvaartuigen sneller bankroet gaan. De vloot zal hierdoor initieel verkleinen, maar de resterende reders zien als gevolg hiervan hun winsten sterk stijgen. Een zelfde quotum vis wordt nu immers door een kleiner aantal vaartuigen opgevist. Het model houdt geen rekening met dalende visbestanden of mogelijks kleinere quota voor de Belgische vissers.

Om te kunnen overleven als sector brengt de introductie van adaptieve strategieën soelaas. Het model toont aan dat er na 2012 opnieuw geïnvesteerd kan worden, vnl. in kleinere vaartuigen die voornamelijk passieve visserijtechnieken gaan gebruiken. Bij een exponentieel stijgende prijs geeft het model aan dat er echter geen financiële ademruimte overblijft voor dit soort investeringen en hier blijft het aantal vaartuigen dan ook gestaag afnemen. Op lange termijn is het tweede scenario hetgeen dat volgens de onderzoekers meest de reële situatie zal benaderen, ook al zou je op basis van de prijsstijgingen van het laatste jaar (tot 0,78 EUR per liter diesel d.d.) eerder het derde scenario verwachten. Zo heeft de Belgische visserij toch een mooie toekomst in het verschiet…


4.2. Schade- en risico’s bij overstromingen
Tegenwoordig maken schade- en risicoberekeningen meer en meer deel uit van de hydrologische overstromingssimulaties. Risicokaarten worden opgesteld en brengen het gevaar en de kwetsbaarheid van een streek in kaart: het aantal getroffen mensen, de natuurlijke en historische waarden van een gebied, etc. Ze zijn een gemakkelijk te gebruiken instrument voor het vergelijken van verschillende mogelijke scenario’s en helpen een handje bij het opstellen of bijstellen van het te voeren beleid. Ook kan de veiligheid van verschillende regio’s met elkaar vergeleken worden.
Zal onze kustverdediging ook in het jaar 2050 overal veilig genoeg zijn en welke maatregelen moeten genomen worden? Rond deze problematiek werkten Toon Verwaest en collega’s van het Waterbouwkundig Laboratorium een methode uit voor het berekenen van de risico’s en de veiligheid van de Vlaamse kust in deze tijden van klimaatswijziging en zeespiegelstijging. In het rapport ‘SAFECoast: Comparison between different flood risk methodologies’ (www.vliz.be/imis/oma/imis.php?module=ref&refid=122721) wordt de Vlaamse methodologie van de schade- en risicoberekening geschetst en vergeleken met die in andere Europese landen.


4.3. Van priesters, prenten en plankton: Alphonse Meunier (1857-1918)
Voor een gedetailleerde voorstelling van microscopisch klein plankton, heb je écht wel veel grafisch talent nodig. Alphonse Meunier, priester-wetenschapper uit de late 19e eeuw, was zo’n begaafd graficus. Van kindsbeen af was hij gefascineerd door het kleine leven: hij tekende schriftjes vol insecten, en ging samen met zijn 12(!) broers en zussen de aardewegels omwoelen om het leven eruit te peuteren en op papier te vereeuwigen. Na zijn theologische vorming studeerde hij wetenschappen bij Jean-Baptiste Carnoy (van het instituut), en startte nadien een onderzoekscarrière in Leuven. Die liep van paleontologie over cytologie naar dendrologie (met studie van rubber uit Kongo als zijsprong), om uiteindelijk te focussen op het beschrijven en tekenen van microscopisch kleine levensvormen.
In 1904 vroeg Gustave Gilson aan Meunier om het plankton uit de Noordzee te vereeuwigen. Microplancton de la mer flamande (1913-1919) bevat in totaal 25 platen met honderden gedetailleerde figuren van diatomeeën en microplankton. Meunier was niet echt geïnteresseerd in de morfologische beschrijving en de classificatie van de afgebeelde soorten: wat voor hem telde was vooral de correcte weergave van de organismen. Hij illustreerde bv. in 21 figuren hoe het kleine Didinium gargantua zich voedt met organismen tot 40 keer zo groot als zichzelf. Over de classificatie ervan geeft hij dan deze opmerking weg: ‘...dit organisme behoort tot de familie van de Protococcaceae of tot de Chlamydomonaceae, volgens men verkiest.’
De intensheid waarmee Alphonse Meunier tekende werd hem tenslotte fataal. Net nadat hij ‘Microplancton des Mers de Barents et de Kara (1910) en het vierdelige werk over het Noordzeeplankton had afgewerkt, bezweek hij in 1918 aan oververmoeidheid. Het mariene werk van Alphonse Meunier is beschikbaar in de VLIZ-bibliotheek (www.vliz.be/imis/imis.php?module=reflist&show=search&autid=8816). De unieke platen van het Belgisch microplankton zullen binnenkort in hoge kwaliteit digitaal beschikbaar zijn via de VLIZ-website. Nog eventjes geduld tot in september…


5.1. Loopt de Schelde nu vol of leeg? Naweeën van een studiedag
Als er één ding duidelijk geworden is na de OMES-studiedag ‘De Schelde meten, de toekomst weten?’ van 6 juni in het Hof van Liere (Antwerpen), dan is het wel dat de Schelde in volle verandering verkeert.
De waterkwaliteit is verbeterd en er is meer plankton en vis. De opwarming van de aarde doet de zeespiegel stijgen en dus ook het peil in de Schelde. Anderzijds wordt verwacht dat een toename in droogteperiodes ten gevolge van de klimaatsveranderingen zal leiden tot tijdelijk dalende debieten vanuit de bovenloop, die op hun beurt nefast zijn voor het zelfreinigend vermogen van de Schelde, de scheepvaart en de landbouw. Uit 10 jaar monitoring van waterkwaliteit, sedimentdynamiek, zwevend leven, etc. blijkt alvast hoezeer alle componenten in dit uniek getijdensysteem met elkaar verbonden zijn. De schorren fungeren als ‘longen’ voor de Schelde, door silicium af te staan en een teveel aan stikstof, fosfor en zwevend materiaal te absorberen. En het relatief kleine zoetwatergetijdengebied speelt een wezenlijke rol in het functioneren van het ganse estuariene ecosysteem. Wie de presentaties van dit studiemoment, georganiseerd door de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer van de Universiteit Antwerpen, nog eens wil nalezen, kan terecht op www.vliz.be/projects/omes/downloads.php.


5.2. In Vlaanderen gehoste globale lijst zeeorganismen haalt wereldpers
Voor de officiële lancering van het World Register of Marine Species (WoRMS) verzamelden van 22 tot 25 juni, 55 wereldexperten uit 17 landen te Oostende. Deze nieuwe wereldlijst (www.marinespecies.org) vindt onderdak in het Vlaams Instituut voor de Zee en wordt gedragen door de Census of Marine Life. WoRMS bevat intussen reeds 122.500 geldige soortnamen van zeedieren en –planten, of zowat de helft van de naar schatting 230.000 bekende mariene organismen. Men vermoedt dat er in werkelijkheid wel 1 miljoen mariene soorten bestaan.
Het internationaal persbericht uitgestuurd ter gelegenheid van deze meeting (
www.coml.org), vond wereldwijd gehoor. Niet minder dan 135 nieuwsagentschappen en media uit minimum 14 landen (naast Europa ook USA, Indië, Canada, Australië, Mexico, Singapore, Filipijnen, China) namen het bericht over!


5.3. Zeevis: maatje meer, maatje minder?
In de visserij en het visserijbeleid maakt een ‘maatje meer of een maatje minder’ een cruciaal verschil. Zo wordt een minimum aanvoerlengte opgelegd van 24 cm voor tong, 27 cm voor schol, 30 cm voor tarbot, 36 cm voor zeebaars en 40 cm voor kabeljauw. Sinds 1 juli 2008 is bovendien voor de sportvisserij de minimum aanvoermaat voor kabeljauw opgetrokken naar 50 cm (MB 20.06.2008). De maximale aangelande hoeveelheid vis wordt geregeld via het quotumbeleid. Na quotumruil met andere landen, werd in 2006 het initieel toegekende quotum voor tong (4201 ton) voor de Belgische zeevisserij tot 5162 ton opgevoerd. Voor schol is dit 5672 ton (initieel 4508 ton), voor tarbot en griet 299 ton (initieel quotum 317 ton). Andere soorten zoals haring en makreel, worden dan weer ver onder het initieel toegekend quotum gevist (respectievelijk 4 ton van de toegekende 9144 ton, en 4 ton van de toegekende 154 ton). Naast de jaarlijkse vaststelling van de quota als instrument voor het beheer van de visstocks, voert de Europese Commissie eveneens beperkingen in op het gebied van de visserij-inspanning per visserijtype en per visgrond. Handhaving en controle is het werk van de Dienst Zeevisserij. Meer info: www.vlaanderen.be/zeevisserij
Deze en andere betrouwbare ‘zeecijfers’ over visserij vind je terug op de VLIZ website: www.vliz.be/cijfers_beleid/zeecijfers/index.php. Klik op 'Visserij’ (op het vissersschip), kies voor de rubriek 'Zeevisserij’ en dan voor ‘Visserijbeheer’. Klik op de ‘pdf’ symbooltjes naast de cijfergegevens om de bronnen zelf te raadplegen.


5.4. Zeezoogdierennieuws
Bruinvis blijft het goed doen aan onze kust en in de Nederlandse Delta. Steeds meer tekenen wijzen erop dat de soort zich hier lokaal ook voortplant: men zag in de Oosterschelde onlangs een groepje van vier bruinvissen, waar een zeer jong dier achteraan zwom. Aan de Vlaamse kust strandden in juni, naast volwassen exemplaren, ook drie pasgeboren jongen. Verder werden in het Belgisch deel van de Noordzee witsnuitdolfijnen (vier groepjes van twee tot zes dieren) en tuimelaars (twee waarnemingen) gemeld.
Op het sternenschiereiland in de haven van Zeebrugge zijn in juni heel regelmatig één tot vier zeehonden waar te nemen. Medewerkers van het INBO hebben er zelfs twee gewone en twee grijze zeehonden tegelijkertijd gezien. In de Westerschelde is vaak een grote groep zeehonden te spotten op de Hoge Platen. Er lag eind juni ook een ‘verdacht zwart’ exemplaar op een plaat voor Terneuzen. Het gaat waarschijnlijk over de grijze zeehond ONYX (ofwel Black Jack) die recent in de Voordelta werd uitgezet nadat hij was gevonden aan de Brouwersdam. Drie gerevalideerde grijze zeehonden mochten van het SeaLife Center Blankenberge op 5 mei het ruime sop kiezen.
Beleidsmatig is er ook heel wat te doen rond zeezoogdieren. Op 23 juli zal de Europese Commissie haar lidstaten officieel vragen de invoer te verbieden van huiden en andere producten afkomstig van de jacht op jonge zeehonden in Canada. Dit land stond voor 2008 een quotum van 275.000 zeehonden toe. Nadien zullen de lidstaten het voorstel goed kunnen keuren of verwerpen. Voor België en Nederland is er nu al een invoerverbod voor huiden en afgeleide producten van zeehonden van kracht.
Eind juni kwam de Internationale Walviscommissie (IWC) samen in Chili. Het werd in 1946 opgericht om de walvisjacht te regelen. Over de jaren heen legde het IWC zich toe op de bescherming van de soorten en vaardigde zij in 1986 een moratorium op de commerciële walvisvangst uit. Japan bleef sindsdien ‘ten behoeve van de wetenschap’ toch 1000 walvissen per jaar doden en zal dat ook in het komende jaar kunnen doen. Groenlandse Inuit zullen dan weer niet jaarlijks tien extra bultruggen mogen vangen waar Denemarken naar vroeg omwille van voedings- en culturele noden van het inheemse volk. Een werkgroep gaat zich nu bezighouden met de meningsverschillen binnen de IWC leden (verdeeld over pro’s en contra’s van de walvisvangst): de wetenschappelijke vangst en de nieuwe gevaren voor walvissen, zoals de klimaatsverandering. Bronnen: www.bmm.be, http://home.planet.nl/~camphuys/, www.zeezoogdieren.org,  www.walvisstrandingen.nl en www.iwcoffice.org

5.5. Neanderthalerkamp ontdekt in de Noordzeebodem ten oosten van Engeland
Enkele maanden geleden werden in een grindsorteerbedrijf in de haven van Vlissingen 28 vuistbijlen en een 50-tal afslagen (stukken vuursteen die door de mens van vuursteenknollen zijn verwijderd) teruggevonden. Bij nader onderzoek bleek het materiaal afkomstig van een grindwinningsgebied, 13 km uit de Engelse kust gelegen ten oosten van Great Yarmouth (graafschap Norfolk). Ook werden er botten en tanden van de wolharige mammoet, wolharige neushoorn, steppewisent en hertachtigen teruggevonden.
Het materiaal is vermoedelijk minstens 100.000 jaar oud. Het zeespiegelniveau moet op dat moment enkele tientallen meters lager gestaan hebben, doordat heel wat water opgeslagen zat in de ijskappen. Op het toppunt van de laatste glaciale perioden (de zogenaamde ijstijden) lag het zeeniveau 125 meter lager dan vandaag het geval is. Het Noordzeebekken was toen een grote vallei met een open toendra-achtige vegetatie van grassen en struiken.
De grote vondstconcentratie van vuistbijlen en andere artefacten duidt op de aanwezigheid van paleolithische kampen die Neanderthalers op deze plek moeten hebben gehad. De plek werd ondertussen aangeduid als monument, waardoor het baggerbedrijf Hanson noodgedwongen een andere plaats voor zijn grindwinningswerkzaamheden heeft moeten zoeken.
‘In het Belgisch deel van de Noordzee zijn zulke vindplaatsen voorlopig niet bekend. Toch zijn er artefacten in onze collectie aanwezig die volgens de vinders uit de Noordzee afkomstig zijn; sommige eveneens opgebaggerd nabij Norfolk trouwens. We onderzoeken die momenteel in functie van een wetenschappelijke publicatie’ zegt Marc De Bie van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). ‘Er zijn overigens meer prehistorische vondsten gekend in het Noordzeebekken. Vaak is het materiaal veel beter bewaard dan bij vondsten op land en vinden we er ook artefacten gemaakt uit organisch materiaal (zoals bv. harpoenen en werktuigen uit gewei of dierlijk bot).’ Meer lezen?
Jongepier (2008) in Zeeuws Erfgoed (www.scez.nl/ZEjun08A.pdf).


5.6. Afval vissen
Tot voor kort waren weinig concrete cijfers bekend omtrent de hoeveelheden marien zwerfvuil. Nochtans vormt het weinig afbreekbaar materiaal een steeds grotere bedreiging voor het kust- en mariene milieu. Het blijft tientallen jaren rondhangen en accumuleert deels op stranden. Veel zeeafval komt in de mariene voedselketen terecht, verstikt en verstrikt zeedieren en er hechten zich giftige stoffen vast op het afval. We rapporteerden in eerdere VLIZINE’s al cijfers over het materiaal verzameld tijdens de jaarlijkse strandopruimactie ‘Lenteprikkel’ (www.lenteprikkel.be) en het Nederlandse Fishing for Litter project (www.vliz.be/docs/vlizine/vl_9_1-2.htm). Als men de Nederlandse gegevens extrapoleert naar de volledige Noordzee, kan men zeggen dat er 600.000  afval rondhangt (OSPAR 2007). Dat zijn 250 olympische zwembaden vol afval.
Ook Belgische vissers werkten in 2007 mee aan Fishing for Litter, een kort proefproject gefinancierd door FOD Leefmilieu en uitgevoerd door de Haven Oostende en de Stichting Duurzame Visserijontwikkeling (SDVO). Een tiental schepen uit de drie vissershavens Oostende, Nieuwpoort en Zeebrugge uit het kleine vlootsegment brachten het in hun netten terechtgekomen afval aan land. Ze kregen voor elke binnengebrachte ‘big bag’ (ong. 250 kg) een kleine tegemoetkoming. In 7 à 8 maanden tijd haalden ze 18.000 kg afval op. Daarvan was 10 tot 15 % afkomstig vanop het schip zelf (zoals blikjes, handschoenen, batterijen, etc). De helft van het binnengebrachte materiaal bestond uit plastiek, touw, netten en polystyreen. Maar ook twee volledige vistuigen – incluis kabels en kettingen –, een lavabo, WC, visbakken, boeien en drie diepvrieskisten behoorden tot de ‘vangst’. Daarmee is het resultaat van het Belgische Fishing for Litter-project zeer in lijn met de resultaten van de lenteprikkel en het Nederlandse proefproject. Het project werd in 2008 verdergezet. Meer lezen?
www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=122168 en www.ospar.org (publicaties). 


5.7. Doctoraatsverdedigingen

¬       In het vorig nummer van de VLIZINE vergaten we de verdediging aan te kondigen van het doctoraat van Alesio Giardino, doctoraatsstudent van prof. Jaak Monbaliu (KULeuven - Laboratorium voor Hydraulica): ‘Numerical modelling of sediment transport in shelf seas and estuaries. Case studies: the Kwinte Bank and the IJzermonding’.
Onze excuses Alesio en Jaak!

 

We hebben ook heel wat nieuwe meldingen binnengekregen van mensen die met vrucht een doctoraatswerk afgerond hebben (of binnenkort verdedigen) in de mariene wetenschappen:

¬       Op 27 mei was het de beurt aan Esam Awad, ook van het Laboratorium voor Hydraulica van de KULeuven. Hij verdedigde zijn doctoraatsthesis ‘Horizontal turbulent mixing in 3D hydrodynamic modelling’ onder het promotorschap van prof. Jean Berlamont en prof. Erik Toorman.

¬       Tom Cox doctoreerde op 13 juni 2008 aan de Universiteit Antwerpen met de thesis: ‘Zuurstof en primaire productie in de zoete Zeeschelde’. Hij onderzocht deze processen in het kader van de snelle veranderingen van het laatste decennium in het Schelde-estuarium. Prof. Patrick Meire (Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer – Universiteit Antwerpen) en Karlien Soetaert (NIOO-CEME) waren de promotoren.

¬       Nitrogen dynamics in estuarine and coastal marine ecosystems. Case study: the Scheldt Estuary and the Southern Bight of the North Sea’ is de titel van de thesis van Cristina Diaconu, werkzaam op het Laboratorium Analytische en Milieuchemie (promotor prof. Willy Baeyens).

¬       Met het werk ‘Ontwikkeling en validering van ruimtelijke verspreidingsmodellen van mariene habitats, ter ondersteuning van het ecologisch waarderen van de zeebodem’ behaalde Els Verfaillie van het Renard Centre of Marine Geology van de Universiteit Gent op 3 juli haar doctoraatstitel in de wetenschappen met promotor prof. Marc De Batist.

¬        Op 4 juli was het de beurt aan Le Hong Phuoc. Hij werkte aan het Aquaculture & Artemia Reference Center (ARC) van de Gentse Universiteit onder het promotorschap van prof. Peter Bossier op het doctoraatsonderzoek: ‘Single and dual experimental infection of specific pathogen-free Litopenaeus vannamei shrimp with White Spot Syndrome Virus and Vibrio species’.



6.1. Meehelpen bij archeologische opgraving in Stene?
Het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) kreeg deze winter de mogelijkheid van de bouwheer van een verkaveling in de gemeente Stene-Oostende om de bodem van het 10 ha grote terrein te evalueren op zijn archeologische waarde. Proefsleuvenonderzoek, waar met een graafmachine parallelle greppels gegraven worden over het ganse terrein, bracht drie mogelijks interessante sites aan het licht: de resten van twee laatmiddeleeuwse boerderijen (15-16de eeuw) en een Romeinse vindplaats. De ganse zomer zijn medewerkers van het VIOE de eigenlijk archeologische opgraving aan het uitvoeren. Zin om mee te helpen? Studenten archeologie, maar ook andere geïnteresseerde vrijwilligers, kunnen voor meer informatie contact opnemen met Dieter De Mey (0499-59 31 39).

DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2008 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.

WEBSITE
http://www.vliz.be


Vlaams Instituut voor de Zee
Flanders Marine Institute
VLIZ – InnovOcean site
Wandelaarkaai 7
8400 Oostende
Tel. 
+32-(0)59-34 21 30
Fax  +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be