Onderzoekers ontdekken nieuwe vissoort voor het Belgisch deel van de Noordzee: de ringnekslijmvis

De ringnekslijmvis
Bram Conings

In het najaar van 2025 namen onderzoekers een ringnekslijmvis (Parablennius pilicornis) waar in het Belgisch deel van de Noordzee. Een soort die niet eerder in ons land gemeld werd. De waarneming gebeurde aan boord van het onderzoeksschip Simon Stevin tijdens een campagne van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).

Een toevalstreffer

Tijdens een campagne gericht op onderhoud aan het sensornetwerk op zee, ontdekten de onderzoekers deze nieuwe soort bij toeval. Dit sensornetwerk, uitgebouwd door het Marine Observation Centre van het VLIZ, bestaat uit allerhande sensoren verspreid over het Belgisch deel van de Noordzee, die permanent data verzamelen. Gaande van recorders voor onderwatergeluid tot ontvangers voor telemetrie-onderzoek. De wetenschappers plaatsen de sensoren veelal op de zeebodem op speciaal daarvoor ontworpen frames. Wanneer ze zo’n frame na gemiddeld 4 tot 6 maanden ophalen, is het doorgaans rijkelijk begroeid met zeepokken, mosselen en hydrozoa (hydroïdpoliepen). In spleten en holtes huizen vaak ook krabben en vissen. Wat vissen betreft gaat het dan meestal om de gehoornde slijmvis (Parablennius gattorugine), botervis (Pholis gunnellus) en congeraal (Conger conger).

Op 16 oktober 2025 werd een frame opgehaald nabij het wrak Garden City, zo’n 46 kilometer uit de kust. Zodra het frame op het dek stond, ontdekte men er een klein slijmvisje op. Het visje had duidelijk zichtbare hoorntjes op de kop, maar de tekening op de kop en flanken klopte niet voor gehoornde slijmvis. Dus in plaats van het dier zo snel mogelijk terug in zee te zetten, wat gewoonlijk gebeurt, plaatsten de wetenschappers het visje in een cuvet om meer in detail te bekijken. De vijf centimeter grote slijmvis bleek een ringnekslijmvis te zijn! Een nieuwe soort voor België.

Herkenning

Een adulte ringnekslijmvis is gewoonlijk zo’n 9 à 10 centimeter lang en heeft het typische uiterlijk van een slijmvis: een langgerekt lichaam met een relatief grote kop, uitpuilende ogen, een lange rugvin en kleine borstvinnen waarop de vis steunt.

De Nederlandse naam verwijst naar twee donkere banden onder de kin, al is dat geen sluitend kenmerk. Wel karakteristiek zijn de bleke lijnen op de kop en wangen die een honingraatpatroon vormen. Op de kop staan een paar tentakels, in de vorm van een vork met meestal vier vertakkingen. De soort staat bekend om haar grote variatie in kleur en tekening, vandaar dat de soort in het Engels ook wel ‘Variable blenny’ genoemd wordt.

Gewoonlijkhebben de adulte vissen donkere vlekken op de flanken, vaak in een H-vorm. Door die donkere vlekken kan je ze soms verwarren met juveniele gehoornde slijmvissen. Een ander patroon van de ringnekslijmvis bestaat uit een doorlopende donkere band langs de flank, met ook een donkere lijn op de rug. Dit patroon is vooral bij juveniele dieren te zien. Afhankelijk van de locatie kunnen ook volledig gele of oranje dieren voorkomen, iets wat uniek is onder Europese slijmvissen. Tenslotte kunnen mannetjes in paaikleed volledig donker gekleurd zijn. Deze mannetjes hebben dan ook wat langere tentakels op de kop.

 


De ringnekslijlmvis in detail
Bram Conings

Karakteristiek voor deze soort zijn de bleke lijnen op de kop en wangen die een honingraatpatroon vormen

Verspreiding

Zoals de meeste slijmvissen is de ringnekslijmvis gebonden aan hard substraat in ondiep water, van nature gaat het dan om structuurrijke rotskusten. In dergelijk biotoop in de westelijke en centrale Middellandse zee komt de soort lokaal algemeen voor. Verder komt de soort in Europa ook voor langs de Atlantische kusten van Portugal, Spanje en Frankrijk. In het Verenigd Koninkrijk werd de soort voor het eerst gerapporteerd in 2007 in Bigbury Bay, Devon als Parablennius rouxi. Ondertussen zijn waarnemingen gekend van Cornwall tot Dorset, met bevestigde voortplanting ten oosten van Portland Bill (Dorset) in 2020. De soort heeft haar verspreidingsgebied het laatste decennium dus weten uit te breiden tot in het Kanaal.

En daar lijkt het niet te stoppen. Naast onze waarneming in Belgische wateren, werd de soort bijna gelijktijdig ook voor het eerst in Nederland vastgesteld, tijdens een wrakduik zo’n 20 kilometer uit de kust van Callantsoog.

Soorten in beweging

Het is een opvallend fenomeen dat vissen, maar ook andere mariene soorten, een noordwaartse verschuiving vertonen. De belangrijkste factor hierin is ongetwijfeld de klimaatverandering. Het opwarmende zeewater creëert gunstigere omstandigheden voor warmteminnende soorten, waardoor zij hun verspreidingsgebied kunnen uitbreiden. Daarnaast speelt mogelijk ook de toenemend artificiële infrastructuur een rol. Voor soorten die afhankelijk zijn van hard substraat vormt de zuidelijke Noordzee met haar zandbanken immers een natuurlijke barrière. Scheepswrakken, maar ook het groeiende aantal windmolens en andere offshore infrastructuur vormen een geschikt surrogaat voor natuurlijk hard substraat en kunnen dienen als stapstenen voor areaaluitbreiding van deze fauna.

Dat zorgt ervoor dat we soorten die een noordelijke verspreidingsgrens kennen in het Kanaal, vaker mogen verwachten in de zuidelijke Noordzee. Soorten zoals de zeekarper (Spondyliosoma cantharus) en de congeraal (Conger conger) hebben al aangetoond hoe snel het kan gaan. Beide soorten zijn inmiddels geen zeldzaamheid meer rond onze wrakken. Ook de Franse tong (Pegusa lascaris) lijkt vaker in onze wateren voor te komen.

Tegelijk raken we ook soorten kwijt: soorten waarvan de zuidelijke Noordzee de zuidelijke grens van hun verspreidingsgebied vormt. Voor deze koudeminnende soorten wordt het water te warm waardoor ze noodgedwongen opschuiven naar noordelijker en kouder water. De kabeljauw (Gadus morhua) is een gekend voorbeeld, al zal overbevissing hier ook meespelen. Minder bekend is de puitaal (Zoarces viviparus), een soort die in kustwater leeft en door het opwarmende water nagenoeg verdwenen is uit ons land.

Deze nieuwe en verdwijnende soorten benadrukken hoe snel mariene ecosystemen veranderen en hoe belangrijk blijvende monitoring op zee is om die veranderingen in kaart te brengen.

Suggesties

Heb je zelf ideeën, interessante weetjes ...

Stuur ons je suggestie

Artikel delen

Lijkt dit artikel iets voor uw vrienden of collega’s? Deel het met hen!