Haven van Oostende: rapport 3. Invaarmanoeuvres bouwfase 1
Laforce, E.; Mostaert, F. (2001). Haven van Oostende: rapport 3. Invaarmanoeuvres bouwfase 1. WL Rapporten, 579_3. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. V, 19 + 3 p. tab., 52 p. fig. pp.
Part of: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen.
Harbours and waterways > Safety > Risk analysis Harbours and waterways > Ship motion > Fairway and harbour design Manoeuvring Model studies Motion > Atmospheric motion > Winds Motion > Water motion > Water currents Ro-Ro Simulation Simulations Swing Tugs Water > Shallow water Oostende Harbour [Marine Regions] Marine/Coastal
Author keywords
Bank effects; Oevereffecten
Contact details
Proposer: Vlaamse overheid; Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken; Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken; Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust; Afdeling Kust, more
Na de aanleg van de kustverdediging ten Westen van de haventoegang te Oostende zal de westelijke havenbegrenzing gevormd worden door de verlengde en verhoogde strandkrib ter begrenzing van de kustverdediging, ook beschermingsdam genoemd (zie figuur 1). . Het is uiterst belangrijk dat in deze situatie, in afwachting van de verdere aanpassing van de havenmond, het invaren van de haven niet moeilijker is dan in de huidige situatie. Daaromwerdt een simulatoronderzoek uitgevoerd. In het opzet van dit onderzoek werd uitsluitend aandacht besteed aan de uiterst belangrijke vraag: "Is het invaren tijdens deze bouwfase al dan niet moeilijker dan in de huidige situatie?" Hiervoor was het commentaar van de loodsen tijdens de proeven en bij de debriefing de belangrijkste input. De simulatorvaarten voor deze eerste bouwfase met een vrachtschip (lengte 150 m , breedte 21 m, maximum diepgang 9,0 m) en met een RoRo-schip (lengte 165 m, breedte 25,2 m, diepgang 6,5 m). Het gaat hier om dezelfde schepen waarmee de mogelijkheden van de huidige haven werden getest. De simulatorvaarten werden uitgevoerd 26, 27, 28 en 29 maart 2001. De simulatievaarten toonden dat de bouw van de beschermingsdam geen negatieve invloed heeft op het invaarmanoeuvre en veeleer een beperkt gunstig effect heeft door het eerder wegvallen van de dwarse stroming. Anderzijds blijkt wel dat de moeilijkheden bij het invaren die bij de huidige situatie optreden, en het gevolg zijn van de dwarsstroom, de beperkte breedte, de opeenvolgende richtingsveranderingen in de havenmond en het noodzakelijke afremmen van het schip, daarmee niet van de baan zijn. Deze vaststelling werd reeds tijdens de proeven, op 28 maart 2001, aan de afdeling Waterwegen Kust en de afdeling Beleid Havens, Waterwegen en Zeewezen gemeld.
All data in the Integrated Marine Information System (IMIS) is subject to the VLIZ privacy policy
Web site hosted and maintained by Flanders Marine Institute (VLIZ)
Webmaster info@vliz.be Number of visitors: 2720726 - Total hits: 10431422 (since 2006-01-17)