Naar schatting komen ongeveer 12.000 niet-inheemse soorten voor in Europa, waarvan 10 tot 15% als invasief beschouwd worden. Gezien de potentiële impact van niet-inheemse soorten op de ecosystemen en de economie, worden de introductie en de verspreiding van deze exoten reeds enige tijd op supranationaal niveau onder de aandacht gebracht in globale verdragen en akkoorden, in Europese regelgeving alsook in regionale verdragen. Verder zijn ook een reeks specifieke richtlijnen en gedragscodes inzake de aanpak van niet-inheemse soorten beschikbaar. Enkele van de belangrijkste wetgevende en beleidsinstrumenten die geldig zijn in het studiegebied zijn de Belgische Wet ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning (MMM Wet, 1999), de Europese Verordening omtrent invasieve uitheemse soorten (Verordening (EU) nr. 1143/2014), de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRMS, 2008/56/EG) en de Internationale Ballastwater Conventie (2004).

 

Op deze pagina komen verschillende regelgevende en beleidsinstrumenten aan bod die tot doel hebben de schadelijke gevolgen van de (on)opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten te beperken, door nieuwe introducties zoveel als mogelijk te voorkomen, soorten te bestrijden en uit te roeien waar mogelijk en een beheerkader te voorzien voor wijdverspreide exoten (zie ook Verleye et al. 2020).