IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

De Foraminiferen van de Ieper-formatie (Onder-Eoceen) in het zuidelijk Noordzeebekken (biostratigrafie, paleoekologie, systematiek)
Willems, W. (1980). De Foraminiferen van de Ieper-formatie (Onder-Eoceen) in het zuidelijk Noordzeebekken (biostratigrafie, paleoekologie, systematiek). PhD Thesis. RUG: Gent. 141 + bijlagen pp.

Thesis info:
    Rijksuniversiteit Gent (RUG), more

Keywords

Author  Top 
  • Willems, W.

Abstract
    De Ieper-formatie (Onder-Eoceen) in Vlaaderen bestaat uit een kleiig en een zandig faciës, respektievelijk Klei van Vlaanderen en Zand van Ledeberg genoemd.De volledige formatie werd bestudeerd in twee diepboringen, nl. Kallo en Tielt, en gedeeltelijk in enkele andere boringen en ontsluitingen. Het onderzoek betrof de stratigrafische verbreiding van de foraminiferen, zowel de benthonische als de planktonische. Er werd ook aandacht besteed aan de paleoekologie van de benthonische groep.de stratigrafische verbreiding van de benthonische foraminiferen in de Ieper-formatie liet toe zes associaties te onderscheiden. De oudste associatie bestaat uitsluitend uit zandschalige soorten (BF-ass.I), nadien volgt een gemengd zandschalige-kalkschalige associatie (BF-ass.II) gevolgd door een praktisch uitsluitend kalkschalige (BF.ass-III). Daarna komt een zeer rijke associatie (BF-ass.IV) waarin het massale optreden van Asterigerina bartoniana kaasschiteri misschien korrelatiewaarde heeft. Deze associatie wordt opgevolgd door een minder rijke associatie (BF-ass.V), die op haar beurt gevolgd wordt door een rijke associatie (BF-ass.VI) maar met een vrij verschillende samenstelling t.o.v. de vorige rijke associatie, nl. BF- BF-ass.IV.Deze verscheidene associaties reflekteren een verandering in milieu, gaanden van een ondiepe binnenshelfzee met in het begin enkel levensmogelijkheden voor zandschalige specimens (BF-ass.I), nadien ook voor kalkschalige (BF-ass.II en III) naar een centrale tot zelfs buitenshelfzee (BF-ass. IV) met daarna terug een ondieper worden van het milieu tot een binnenshelfzee (BF-ass. V) met nadien een verandering van het substraat (BF-ass.VI) en terzelfdertijd een temperatuursverhoging van het zeewater. De planktonische foraminiferen treden meestal op in de BF-ass.IV met een zeer belangrijke Globigerina patagonica-piek in hetzelfde niveau als de Asterigerina bartoniana kaasschiteri-piek. Verder komen ze ook veelvuldig voor in de BF-ass.VI waarin Guembelitria triseriata kenmerkend is.Er werden meer dan tweehonder verschillende foraminiferen-vormen onderscheiden. Daarvan zijn er vier als nieuw beschreven: Lagena laevis bignoti n. var., Lagena polygonissima n. sp., Eurycheilostoma ? globospina n. sp. en Pijpersia kalloensis n. sp.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author