IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

De geomorfologie van Beneden-Zaïre
Steenstra, B. (1988). De geomorfologie van Beneden-Zaïre, in: L'accès maritime au Zaïre: symposium, Bruxelles, 5 décembre 1986 = Maritieme toegang tot Zaïre: symposium, Brussel, 5 december 1986. pp. 21-42
In: (1988). L'accès maritime au Zaïre: symposium, Bruxelles, 5 décembre 1986 = Maritieme toegang tot Zaïre: symposium, Brussel, 5 december 1986. Academie Royale des Sciences d'Outre-Mer = Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen: Brussel. 175 pp., more

Available in Author 
Document type: Conference paper

Keywords
    Geomorphology; Democratic Republic of the Congo, Congo R. [Marine Regions]; Brackish water

Author  Top 
  • Steenstra, B.

Abstract
    Het stroompatroon van de Zaïrestroom in Beneden-Zaire wordt bepaald door een aantal geologische condities. Dit zijn in de eerste plaats de samenstelling van de verschillende gesteenten die aanleiding geven tot een min of meer snellere erosie in bepaalde formaties. maar eveneens de zones met tektonische vervormingen en brecciezones. Men kan, tussen Inga en Banana drie grote indelingen maken:
    a). Een zone tussen Inga en de Chaudron d'Enfer, waarbij de rivier voornamelijk de richting van de lagen volgt of deze hier loodrecht op doorbreekt langs breukzones (zig-zag patroon)
    b). Een zone tussen Matadi en Boma, waar de rivierloop de zachtere lagen volgt die rond verschillende kristallijne koepels aanwezig zijn (sinusoïdaai patroon)
    c). Een zone stroomafwaarts van Boma, waar de rivier eerst verwilderd is en dan in de subhorizontale lagen ingesneden wordt ongeveer loodrecht op de strekking.
    Terwijl de zones a en b zich in gebieden met sterk vervormde en vaak gegranitiseerde precambrische gesteenten bevinden, is in het gebied c slechts krijt tot recente gesteenten gevonden, meest van marine oorsprong. Tengevolge van een lichte kanteling van het gehele gebied in westelijke richting, vindt men verjongde insnijdingen in verschillende zijrivieren. De overgang van b naar c wordt gekenmerkt door een zone met vrij grove klastische gesteenten (“Grès sublittoraux”) waarvan de samenstelling overeenkomt met afbraakmateriaal van de precambrische kristallijne gesteenten (arkoses, grove zandstenen, soms met kleilaagjes), die waarschijnlijk lagunair zijn en die een vrij harde afzetting vormen. Deze “Grès sublittoraux” zijn vaak afgezet rond en tussen uitstekende punten van het oude kristallijne reliëf en waar deze doorbroken is vormde zich een accumulatie van fijner materiaal waarbij de eigenlijke stroomdraad verloren is en de stroom verwilderd (“Zone divagante"). De Chaudron d'Enfer, even stroomafwaarts van Matadi, heeft zijn oorsprong in een gebreccieerde zone waar de snijpunten van verschillende breuken samenkomen en de diepere ondergrond zachtere gesteenten heeft dan aan de oppervlakte.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author