Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Print this page

Geïdealiseerde processtudie van systeemovergangen naar hypertroebelheid: WP 4.2 Gevoeligheidsstudie
Brouwer, R.L.; Schramkowski, G. (2025). Geïdealiseerde processtudie van systeemovergangen naar hypertroebelheid: WP 4.2 Gevoeligheidsstudie. Versie 4.0. WL Rapporten, 13_103_12. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. IX, 36 pp. https://dx.doi.org/10.48607/373
Part of: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. , more
Geïdealiseerde processtudie van systeemovergangen naar hypertroebelheid: WP 4.2 Gevoeligheidsstudie

Available in  Authors 
Document type: Project report

Keywords
    Hydraulics and sediment > Sediment > Cohesive sediment
    Hydraulics and sediment > Sediment > Sediment transport
    Hydraulics and sediment > Sediment > Upstream discharge
    Motion > Tidal motion > Tides
    Numerical modelling
    Properties > Chemical properties > Salinity
    Water bodies > Coastal waters > Coastal landforms > Coastal inlets > Estuaries

Authors  Top 
  • Brouwer, R.L., more
  • Schramkowski, G., more

Abstract
    In dit rapport wordt de invloed van turbulente demping op waterbeweging en sedimentverdeling  besproken. Turbulente demping treedt bij hoge concentraties op en manifesteert zich doordat de  stratificatie van de sedimentkolom een dempende invloed heeft op vertikale uitwisseling  (viscositeit en diffusiviteit) en bodemwrijving. Binnen het geformuleerde model wordt turbulente  demping bepaald door de relatieve ruwheidshoogte. De sedimentconcentratie wordt daarnaast ook bepaald door de maximale erodeerbaarheid  die in een  voorgaand rapport (Schramkowski en Brouwer, 2025) is geïntroduceerd.
    De gevonden  residuele sedimentconcentratie langsheen het bekken komt goed overeen met de mediane verdeling op  basis van OMES-data.
    Het model wordt vervolgens gebruikt om de gevoeligheid van waterbeweging en sedimentdynamica voor  bek-kenlengte, ruwheidshoogte en erodeerbaarheid te onderzoeken. Bij inkorting van het bekken komt  het systeem dichter bij resonantie waardoor het getij achterin het bekken wordt versterkt. Bij  verhoging van de ruwheidshoogte neemt de getijamplitude af. De maximale sedimentconcentratie neemt  juist toe bij verlenging van het bekken en hogere ruwheidshoogte. Dit paradoxale verschil met het  gedrag van het getij kan worden verklaard uit de mate waarin de ruimtelijke variatie van  bodemschuifspanning en relatieve erodeerbaarheid samenvallen. Bij het gevoeligheidsonderzoek voor  bekkenlengte en ruwheidshoogte worden geen hypertroebele concentraties (>~ 1 g/l) gevonden. Verhoging van de maximale erodeerbaarheid vertaalt zich in een hogere M4 getijstroming en geeft hypertroebele concentraties tot ~ 20 g/l als M>~ 2 x 10-4 en de afvoer lager is dan ~ 40 m3. Deze condities treden op in het meest opwaartse deel van het estuarium 140- 155 km van Vlissingen).
    Op basis van deze bevindingen worden tot slot een aantal vragen geformuleerd die in de toekomst  nader moeten worden onderzocht om een beter inzicht te krijgen in de fysische mechanismen die  aanleiding kunnen geven tot het optreden van hypertroebele sedimentconcentraties. Dit behelst ook  de vraag of het ontstaan van dergelijke situaties al dan niet omkeerbaar is.

All data in the Integrated Marine Information System (IMIS) is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors