Sinds de start van het VLIZ streeft het instituut ernaar om de internationale uitstraling van het Vlaams marien onderzoekslandschap te versterken. Al vroeg investeerde het VLIZ in de werving van Europese projecten, met als doel Vlaanderen te profileren als een centrale speler in de Europese mariene onderzoeksruimte. De eerste stappen hiertoe werden gezet in het zesde kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP6) van de Europese Commissie (2002 - 2006). Zo nam het VLIZ onder meer deel aan het iconische MarBEF-project rond mariene biodiversiteit en ecosysteem functioneren, waarmee het de basis legde voor zijn internationale reputatie in het beheer van mariene biologische databanken.
Sindsdien bouwde het VLIZ een indrukwekkende trackrecord op in tal van Europese projecten en verwierf het een sterke internationale reputatie als betrouwbare projectpartner. Bovendien zien we een duidelijke versnelling in deze projectgeneratie, een heus sneeuwbaleffect.
Als we de laatste drie kaderprogramma’s in beschouwing nemen (KP7, 2007-2013; Horizon 2020, 2014-2020; Horizon Europe, 2021-2027; incl. andere Europese financieringskanalen in deze periodes), merken we een sterke toename in het aantal ingediende projectvoorstellen: van 24 in KP7 naar 108 in de meest recente – nog lopende – programmaperiode. Van deze 108 projectvoorstellen vertegenwoordigt de aangevraagde financiering inmiddels meer dan 46 miljoen euro; ruim driemaal het niveau van Horizon 2020 (minder dan 15 miljoen euro). Bovendien boort het instituut nieuwe Europese financieringskanalen aan, zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en Digital Europe.
De toename in de ingediende voorstellen toont dat de inspanning van het instituut om Europese projectfondsen te werven aanzienlijk is gestegen. Minstens even belangrijk is de stijging in het aantal goedgekeurde projecten. Sinds 2021 haalde het VLIZ niet minder dan 40 projecten binnen, goed voor net geen 21 miljoen euro. Dit is een vervijfvoudiging van het goedgekeurde projectbudget t.o.v. de vorige programmaperiode. Bovendien zit er momenteel nog voor meer dan 15 miljoen euro aan projectvoorstellen in de pijplijn ter evaluatie.
Het slaagpercentage van het instituut in Horizon Europe steeg tot bijna 55% (excl. de voorstellen die nog in review zijn), tegenover 40% in de vorige programmaperiode (2014-2020). Die uitzonderlijke score is in belangrijke mate te wijten aan de projecten die werden binnengehaald in de jaren 2022 en 2023 toen de slaagkans van het instituut opliep tot circa 75%. VLIZ was toen – met een straatlengte voorsprong – de Europese koploper qua toegekende projectfinanciering binnen de missie ‘Restore Our Ocean and Waters by 2030’.
Ten slotte treedt het VLIZ in de huidige programmaperiode voor het eerst op als projectcoördinator van grote Europese projecten. In de vorige periodes was het instituut vaak werkpakketleider maar nooit de projectleider. In Horizon Europe kwam daar verandering in met twee goedgekeurde projecten met VLIZ als coördinator – Inspire en DTO-Bioflow – en nog één voorstel in de pijplijn.