Van ICOS tot IPCC – VLIZ actief in klimaatonderzoek op het hoogste niveau

Soms zorgen kleine, eenvoudige stappen voor grote veranderingen. Tien jaar geleden startte VLIZ een op het eerste gezicht bescheiden initiatief dat zou uitgroeien tot klimaatonderzoek met wereldfaam: van ICOS tot het IPCC – een VLIZ-verhaal over een klein, lastig te meten gas in de oceaan en de wereldwijde impact ervan.

Klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen van onze tijd, met de oceaan in een sleutelrol. De oceaan werkt als ultieme klimaatregelaar: hij absorbeert ongeveer 90% van de overtollige warmte uit broeikasgassen en zo’n 25% van de jaarlijkse menselijke CO₂-uitstoot. Tegelijk draagt de oceaan de gevolgen van die bufferende rol en van het veranderende klimaat. Verzuring van de oceaan, mariene hittegolven, zuurstofverlies en stijgende zeespiegel zetten onze zee-ecosystemen en kustgebieden onder druk.

Sinds 2015 volgt VLIZ de rol van de oceaan in het klimaat op Aarde via deelname aan het Integrated Carbon Observation System (ICOS). VLIZ beheert twee kuststations met elk hun eigen sterktes: het kustonderzoeksvaartuig RV Simon Stevin (BE-SOOP-Simon Stevin) als ‘Ship of Opportunity’ voor metingen tijdens de vaart, en de VLIZ Thornton-boei (BE-FOS-Thornton Buoy) als vaste oceaanmeetpost. Samen onderstrepen deze platforms de bijdrage van VLIZ aan de waardeketen voor koolstof in de oceaan.

Van ICOS tot IPCC

Dankzij deze infrastructuur krijgen we een volledig en actueel beeld van de dynamiek van de koolstofchemie in het meetgebied. Dit werk is zichtbaar in heel Europa via actieve deelname aan de ICOS oceaangemeenschap, en wereldwijd via substantiële bijdragen aan het Surface Ocean CO₂ Observation Network (SOCONET) en de Surface Ocean CO₂ Atlas (SOCAT).

Die inzet werd extra duidelijk toen in de zomer van 2021 een van de grootste vergelijkingscampagnes voor CO₂-meetsystemen (onder leiding van het ICOS Ocean Thematic Centre) plaatsvond in de VLIZ-faciliteiten. In november 2023 organiseerde VLIZ ook een bijeenkomst over de Ocean Carbon Value Chain. Die bracht de drie basislagen van de waardeketenpiramide samen en leidde tot de “Ostend Declaration in Operationalising the Surface Ocean Carbon Value Chain”.

Tegelijkertijd verstevigde deelname aan door Europa gefinancierde projecten zoals RINGO, GreenFeedBack, GEORGE en NUBICOS de positie van VLIZ binnen de ICOS-gemeenschap en breder binnen het veld van mariene broeikasgasobservaties en biogeochemie.

In 2022, bij de start van de VLIZ-klimaatonderzoeksgroep Past, Present and Future (PPFC), behoorde het Belgisch deel van de Noordzee al tot de best geobserveerde exclusieve economische zones ter wereld. De volgende uitdaging was om verder op te schuiven in de waardeketen.

Door te bouwen op nieuwe AI-hulpmiddelen – gesteund door het Horizon Europe-project AI4PEX en het door Schmidt Sciences gefinancierde InMOS-project – leverde VLIZ datagedreven schattingen voor beoordelingen met grote impact, zoals de Global Carbon Budget. Zo speelt VLIZ een sleutelrol in onderzoek naar de koolstofcyclus en in de uitvoering van beleid.

Tot de vele wetenschappelijke resultaten behoren publicaties in Science, Nature Reviews Earth & Environment en Nature Climate Change.

De kwaliteit en wereldwijde betekenis van het VLIZ-werk werden extra bekrachtigd toen het IPCC Peter Landschützer – onderzoeksdirecteur bij VLIZ en hoofd van de PPFC-groep – aanstelde als hoofdauteur voor het Zevende Beoordelingsrapport.

Naast het fundamentele onderzoek wint het werk rond de koolstofcyclus aan praktische slagkracht. Blue-Economy-projecten zoals BERNARDO tillen deze expertise naar een hoger niveau: vraaggestuurde concepten en het gebruik van nieuwe tools en autonome technologieën vergroten de observatiecapaciteit.

Daarbovenop wordt de oceaan steeds vaker gezien als onderdeel van klimaatoplossingen. Offshore hernieuwbare-energieprojecten, de groei van de herstel-economie op zee en ‘blue carbon’-initiatieven krijgen meer aandacht als mogelijke routes om klimaatdoelen te halen. Toch ontbreekt nog achtergrondkennis om de additionele effecten van menselijke ingrepen op de mariene koolstofcyclus goed te kunnen kwantificeren. Daarom wil VLIZ pionieren met regionale koolstofbudgetten op hoge resolutie, zodat we klaar zijn om een decarboniserende samenleving nauwkeurig te monitoren.