De eerste dag van de lente en mooi weer, ideale omstandigheden voor een topeditie van de Grote Schelpenteldag. Niet minder dan 3800 geïnteresseerde burgers zakten zaterdag jongstleden af naar zee voor deelname aan deze negende editie. Over de volledige Belgische en Nederlandse kust, en op twee stranden in Noord-Frankrijk, telden en identificeerden de deelnemers niet minder dan 188.542 schelpen van in totaal 86 verschillende soorten. Talrijkste soort was de halfgeknotte strandschelp, gevolgd door de kokkel en de Amerikaanse zwaardschede. Ovale strandschelp en nonnetje vervolledigen de top-5. Nieuw dit jaar was een pilootstart in Schotland. Tevens bracht een burgerbevraging aan het licht dat de schelpenteldag gesmaakt wordt als een superleuke, leerrijke activiteit in goed gezelschap en in een gezonde omgeving, die bijdraagt aan de wetenschap.
Deelnemers aan de Grote Schelpenteldag 2026 tellen schelpen in Wenduine, één van de tien telpost langs de Vlaamse Kust (VLIZ | Bart De Smet)
Alle records gebroken!
De 9de Grote Schelpenteldag, een van de grootste Europese burgerwetenschapsprojecten aan zee, lokte afgelopen zaterdag 21 maart opnieuw meer deelnemers dan ooit tevoren. Over een lengte van circa 400 kilometer telden 3800 deelnemers (NL: 25 telposten - 2200; B: 10 posten - 1500, F: 2 posten - 100) allen samen 188.542 schelpen, van 86 verschillende soorten. Een zeer geslaagde samenwerking over de grenzen heen, met VLIZ in België als coördinator, in een sterk partnerschap met EOS, Natuurpunt, Provincie West-Vlaanderen, Strandwerkgroep, Kusterfgoed en de 10 kustgemeenten. In Nederland berust de coördinatie bij Naturalis, in Frankrijk bij CPIE-Flandre Maritime. En in Oban aan de Schotse westkust zette de Scottish Association for Marine Science (SAMS) voor het eerst een pilootactie op die 788 schelpen van 22 soorten registreerde en smaakte naar meer. Voor de tweede keer op rij kaderde deze Grote Schelpenteldag in Vlaanderen in de ‘Week van het Water’.
Behoorlijke regionale verschillen
Door over een afstand van zo’n 400 kilometer strand te tellen wordt duidelijk wat de verschillen zijn in schelpenfauna tussen de diverse deelgebieden. Halfgeknotte strandschelp en kokkel vormen in elk van de drie landen de top twee, intussen een traditie. Onder de 188.542 gedetermineerde schelpen bevonden zich 61.002 kokkels (32%) en 49.426 halfgeknotte strandschelpen (26%), waarvan een belangrijk deel subfossiel. Dit zijn schelpen die nog steeds getuigen van uitgebreide populaties vroeger, toen de leefomstandigheden voor die soorten gunstiger waren. Bij de schelpdieren die ook vandaag nog gezonde populaties kennen op zee, zijn er zowel overeenkomsten als verschillen. Zo scoort de niet-inheemse Amerikaanse zwaardschede in elk van de drie deelgebieden met een derde of vierde plaats hoog, met in totaal 16.138 exemplaren (9%). Daar tegenover staat dat het nonnetje vooral aangetroffen wordt aan de Belgische midden- en oostkust, en in Zeeland, het gebied beïnvloed door de monding van de Schelde. De mossel is dan weer talrijk in België en Frankrijk – met een vijfde plaats – maar maakt in Nederland nauwelijks 2% van alle gevonden schelpen uit (2231 ex t.o.v. 4171 in België). Hierbij aansluitend zijn de eveneens hard substraat bewonende muiltjes en gewone schaalhorens opvallend talrijker in Noord-Frankrijk en aan de Belgische midden- en westkust. Grotere aantallen in westelijke richting zijn er ook voor de tapijtschelp en zijn exotisch neefje, de Filippijnse tapijtschelp. Omgekeerd scoren twee soorten opvallend goed bij de noorderburen. De ovale strandschelp bekleedt er, met 12.894 getelde exemplaren (of 12%), een derde plaats terwijl de soort meer westelijk veel minder algemeen is. En de gewone venusschelp (totaal: 2325 ex.) blijkt een typische vertegenwoordiger van de Noord- en Zuidhollandse kust, terwijl hij zuidelijker zoveel als ontbreekt.
Een mobilisatie van duizenden mensen met interesse en kennis van strandleven geeft mooie resultaten, ook voor wat betreft het aantal vastgestelde soorten. In totaal registreerden de tellers niet minder dan 86 verschillende soorten tweekleppigen en slakken (NL: 68, B: 58, F: 37), inclusief 8 niet-inheemse soorten. Schelpen als Amerikaanse zwaardschede, muiltje, Japanse oester, Filippijnse tapijtschelp en Amerikaanse boormossel zijn al langer vaste waarden in elk van de deelnemende landen. Maar er stonden ook twee relatieve nieuwkomers op het menu. De Amerikaanse strandschelp lijkt na enkele jaren vaste voet aan wal te hebben met 220 en 143 gevonden exemplaren in resp. Nederland en België. En in België troffen de experten één exemplaar van de gladde snavelneut, een schelpje van slibrijke bodems en dieper water. Deze Amerikaanse schelp is in ons kustgebied op het strand een vijftal jaar terug voor het eerst waargenomen, en nu dus ook tijdens de Grote Schelpenteldag.
Burgeronderzoek prijst uniek concept
Ook nieuw was een burgerbevraging. Voor het eerst polsten we in België naar de beweegredenen en de beleving bij dit grootschalig burgerwetenschapsinitiatief. In totaal vulden 174 volwassenen (12% van de deelnemers) de enquête in, waarvan 72% tussen 31-70 jaar oud en een belangrijk deel meer dan honderd kilometer landinwaarts wonend (40%). De meeste deelnemers (85%) hebben geen professionele of studiegerelateerde link met de zee. En wat blijkt? Deelnemers voelen zich in belangrijke mate (53%) aangetrokken door het kenniselement: uit interesse voor natuur of wetenschap, om bij te leren over schelpen of om bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Nog eens 39% geeft als motivatie dat het een leuke activiteit is die je kunt doen met familie of vrienden, een veeleer sociale invalshoek dus. Of: “Het was het perfecte laagdrempelige uitje voor mijn vrienden”, dixit een van de deelnemers. Alle respondenten gaven een hoge tot heel hoge score naar hoe ze zich voelden tijdens de schelpenteldag. Ook hier overheersen twee basisgevoelens met een vergelijkbaar gewicht. Enerzijds zijn er de emoties die aansluiten bij het wetenschappelijke aspect van de actie: verwondering/nieuwsgierigheid (41%) en trots/voldoening (9%). Anderzijds rapporteren deelnemers ook blijdschap/plezier (23%) en rust/ontspanning (26%). De grote meerderheid (85%) voelt zich tijdens het evenement sterk tot zeer sterk verbonden met de zee (score 7-10 op een schaal van 0-10). Meer dan 80% geeft aan veel tot heel veel nieuwe kennis te hebben verworven; kennis zowel met betrekking tot het herkennen van de soorten, de namen en de kenmerken van de schelpen, als naar vaardigheden en inzicht toe. Er bleek ook grote waardering voor de helpers en schelpenexperten die het evenement ondersteunen: “De ervaren mensen die zoveel uitleg geven over de schelpen, is echt top!” of “Wat mij betreft zijn de enorme inzet van de vrijwilligers en het grote aantal deelnemers echt uniek”. Tot slot wijzen verschillende antwoorden op een groeiende verwondering en bewustwording over de rijkdom en complexiteit van de zee. Op de vraag wat de Grote Schelpenteldag uniek maakt wijzen de respondenten op de laagdrempelige, nuttige, leuke en toegankelijke wijze waarop ze kunnen deelnemen aan wetenschap en natuurbeleving. “Ik voel me verbonden met iets groters, namelijk het onderzoek, ik voel me nuttig door deel te nemen”, zoals een van de deelnemers het verwoordde.
Volgend jaar feest!
In 2027 is België, die het initiatief in 2018 opstartte, al toe aan zijn tiende editie. Dat moet gevierd worden! Deze verjaardag zal plaatsvinden op zaterdag 20 maart 2027.